Fysiotherapie net zo effectief als een knieoperatie

 

Onderzoek van OLVG in samenwerking met acht Nederlandse ziekenhuizen laat zien dat fysiotherapie net zo effectief is bij knieklachten als een operatie. Mensen ouder dan 45 jaar met een gescheurde meniscus worden vaak geopereerd, maar een behandeling met fysiotherapie heeft hetzelfde effect en daarmee de voorkeur. Dit opzienbarende resultaat is vandaag gepubliceerd in het toonaangevende  internationale wetenschappelijke tijdschrift JAMA.
Victor van de Graaf, orthopeed in opleiding en promovendus OLVG:  ‘Voor orthopeden is opereren dagelijkse kost, maar voor de patiënt is het erg ingrijpend. In dit onderzoek hebben we kritisch gekeken naar ons eigen handelen en naar alternatieve behandelmogelijkheden. Hieruit blijkt dat een operatie lang niet altijd nodig is. Voor de patiënt is dat heel goed nieuws.’


Slijtage of scheur?
Jaarlijks worden in Nederland zo’n 30.000 meniscus operaties uitgevoerd. De grootste groep patiënten die wordt geopereerd (75%)  is ouder dan 40 jaar. Tijdens de operatie  wordt de scheur in de meniscus, de schokdemper van de knie, weggehaald. Het is echter onduidelijk of de klachten worden veroorzaakt door de meniscusscheur of door beginnende slijtage. Uit het onderzoek onder leiding van OLVG blijkt nu dat, ongeacht de precieze oorzaak van de klachten,  een operatie in de meeste gevallen onnodig is en fysiotherapie de knieklachten kan verhelpen.


Hoe nu verder?
‘In OLVG wordt al langer op basis van onze eigen resultaten minder geopereerd.  De resultaten van dit onderzoek moeten uiteindelijk ook leiden tot een landelijke afname van het aantal operaties. Daarnaast gaan we nog specifieker kijken welke kenmerken van een patiënt bijdragen aan het succes van fysiotherapie’, aldus van de Graaf. ‘Ook worden alle deelnemers uitgenodigd om na vijf jaar een röntgenfoto te laten maken. Hiermee willen we verder onderzoeken of de mensen in de operatiegroep sneller slijtage aan de knie vertonen. Tenslotte willen we een digitale keuzehulp ontwikkelen waarmee de patiënt samen met de zorgverlener een goede en passende keuze kan maken over de behandeling’.


Over het onderzoek
OLVG werkte in dit onderzoek samen met acht ziekenhuizen (AMC Amsterdam, Diakonessenhuis Utrecht, Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis, Medisch Centrum Jan van Goyen, MC Haaglanden, Noordwest Ziekenhuisgroep, MC Slotervaart, Tergooi ziekenhuis). Ruim driehonderd patiënten tussen 45 en 70 jaar bij wie op een MRI-scan een meniscusscheur was aangetroffen deden mee aan het onderzoek. Patiënten in de interventiegroep kregen de standaardbehandeling, een operatie, terwijl patiënten in de controlegroep deelnamen aan zestien sessies fysiotherapie gedurende acht weken. Beide groepen kregen daarnaast een thuisoefenprogramma aangeboden. Na twee jaar werd het knie functioneren gemeten aan de hand van een door patiënten gerapporteerde vragenlijst, de International Knee Documentation Committee – Subjective Knee Form.

 

Te-RUG in actie!


Een lessenreeks voor iedereen die rug-vriendelijk wil sporten of wil leren sporten. In 10 lessen geven we, onder professionele begeleiding, alle tips en tricks mee die je nodig hebt om die rugklachten te voorkomen of te verminderen. De nadruk ligt op specifieke oefeningen ter verbetering van de basisconditie en stabilisatiespieren, samengesteld door een team van kinesitherapeuten en een beweegcoach. Ook komen er enkele yoga-oefeningen aan te pas om het lichaam weer in balans te brengen. Ideaal voor mensen met gekende rug -en nekklachten of eenieder die preventief met gezondheid wil omgaan!

 

 

Praktische info:


Voor wie: Volwassenen (18+) - begeleiding in kleine groep, van maximaal 15 personen
Wanneer: 10  dinsdagen tussen 16u00 en 17u00 - start oktober 2018 (data verder te bepalen)
Prijs: 80 euro
Plaats: Danszaal de Borre, Speelpleinstraat 10, 3360 Bierbeek
Lesgevers: Lucia Vanden Eynde (Kinesitherapeut) - Charlotte De Meersman (Beweegcoach)
Info & inschrijven: info@kinelovenjoel.be - 016 414250


Abnormalities found on scans in asymptomatic people

 

Zweeds bedrijf verplicht sporten tijdens de werkuren

 

Zitten is het nieuwe roken, en na het werk hebben we niet altijd tijd om te sporten. In Zweden zijn er bedrijven die hun werknemers verplichten om te sporten, weliswaar tijdens de werkuren. ‘Wie niet wil meedoen, moet maar opstappen.’
Alle zestig werknemers op het hoofdkwartier van sportlabel Bjorn Borg in Stockholm gaan op vrijdag samen sporten in een nabije fitness. Dat is al meer dan twee jaar een wekelijkse traditie, op initiatief van ceo Henrik Bunge, en je hebt een goed excuus nodig om niet deel te nemen.
‘Als je niet wil sporten, wil je geen deel uitmaken van de bedrijfscultuur en moet je maar opstappen’, zegt Bunge aan AFP, die meteen aanvult dat tot dusver niemand om die reden zijn ontslag heeft ingediend.
Bunge heeft goede redenen om zijn werknemers verplicht te laten zweten. Het is niet alleen goed voor hun gezondheid en productiviteit, maar werkt ook als een wekelijkse teambuildingactiviteit. Volgens een studie van de Universiteit van Stockholm uit 2014 zorgt sporten tijdens de werkdag er bovendien voor dat werknemers zich minder vaak ziek melden.
Bovendien leren mensen van verschillende afdelingen elkaar zo ook beter kennen. ‘Wanneer we de fitness binnenstappen, staan we allemaal op hetzelfde niveau. Je rang in het bedrijf is dan van geen tel, iedereen is gelijk’, aldus Ida Lang, die als boekhoudkundige werkt bij Bjorn Borg.
Ook bij het waterbedrijf Kalmar Vatten en constructiebedrijf Rotpartner is een gelijkaardig sportbeleid van kracht. Zweedse bedrijven die geen werkuren willen opofferen, subsidiëren vaak wel de sportactiviteiten van hun werknemers. Zweden kunnen een bedrag tot 500 euro per jaar aftrekken van hun belastingen voor sportgerelateerde uitgaven.


Bron: AFP

 

Nieuw onderzoek toont aan: lopen verbetert gezondheid van wervelkolom

 

Het idee dat fysieke inspanningen je rugklachten verergeren, overheerst vaak. Nieuw onderzoek bewijst echter het tegendeel.

 

De voordelen van lopen lijken onuitputtelijk: het verhoogt ons uithoudingsvermogen, zorgt voor een betere mentale gezondheid en houdt ons gewicht onder controle. Recent onderzoek heeft zonet nog een voordeel aan de lijst toegevoegd en ontdekte een verband tussen lopen en een gezonde wervelkolom.

Uit de studie van de Deakin University in Australië blijkt dat mensen die regelmatig lopen (of stevig doorwandelen) gezondere tussenwervelschijven hebben dan mensen die niet bewegen. Die conclusie is verrassend aangezien velen geloven dat beweging de rug net overbelast. Het onderzoeksteam bestudeerde de rug van 79 personen (mannen en vrouwen), waarvan 2/3 lopers waren en 1/3 niet-lopers. De lopers werden uiteindelijk nog eens onderverdeeld in twee subgroepen afhankelijk van de afstand die ze liepen. Een MRI scande de ruggengraat van de proefpersonen, waarbij de omvang en liquiditieit van iedere wervelschijf gemeten werd. De personen droegen ook een versnellingsmeter zodat hun gerapporteerde activiteit zeker klopte.

 

Wat bleek? De tussenwervelschijven van de lopersgroep waren groter en bevatten meer vocht, wat allebei wijst op een betere conditie van de schijven. De afstand die de lopers liepen had dan ook geen impact op de wervelkolommen, aangezien de wervels van zij die wekelijks ongeveer 50 km/week liepen zo goed als identiek waren aan de wervels van zij die wekelijks nog meer kilometers maalden. De voornaamste bevinding was dan ook dat lopen de ruggengraat zeker niet schaadt en zelf een efficiënte oplossing bij rugpijn is.

 

Sport.be - LIENE GEYSEN

 

Lichaamsbeweging kan het risico op chronische lage rugpijn verminderen


Regelmatig bewegen, zoals wandelen of intensief sporten, kan het risico op chronische lage rugpijn met wel 16% verminderen, volgens een nieuwe review van vroegere studies.


In het verleden was het niet duidelijk of lichaamsbeweging lage rugpijn voorkomt, of of mensen zonder rugpijn meer geneigd zijn om te bewegen, noteerden de onderzoekers in een paper die op 14 juni online werd gepubliceerd in de British Journal of Sports Medicine. Om uit te zoeken wat het eerst komt, analyseerde het reviewteam de gegevens van 36 studies die bijna 160.000 personen volgden die geen rugpijn hadden in het begin. "Systematische reviews van klinische studies suggereren dat lichaamsbeweging de intensiteit van lage rugpijn en recidieven vermindert. Bovendien suggereert de huidige review dat sporten of andere ontspanningsactiviteiten ook beschermen tegen de ontwikkeling van chronische lage rugpijn," verklaarde de hoofdauteur Dr. Rhaman Shiri, onderzoeker aan het Finnish Institute of Occupational Health in Helsinki, via email aan Reuters Health.


Om de definities van de verschillende studies te standaardiseren, telden Shiri en een collega alle niet-werk-gerelateerde fysieke inspanningen, waaronder stappen en trappen oplopen, als fysieke activiteit naast sporten of andere vormen van intentionele inspanningen. De mensen werden als actief beschouwd als ze een dergelijke fysieke activiteit minstens een- of tweemaal per week deden gedurende minstens 30 tot 60 minuten, of als ze zich in de middelste of hoogste categorie van totale fysieke activiteit binnen hun studiegroep bevonden. De onderzoekers vonden dat voor matig actieve en zeer actieve personen het risico op de ontwikkeling van chronische lage rugpijn respectievelijk 14% en 16% lager was dan voor mensen in de minst actieve categorie. Chronische lage rugpijn werd gedefinieerd als pijn die minstens 3 maanden of langer aanhield, of pijn gedurende meer dan 30 dagen tijdens de laatste 12 maanden.
Voor acute of occasionele lage rugpijn echter, leken de niveaus van fysieke activiteit geen verschil uit te maken in risico. Dit was ook het geval voor ziekenhuisopnames of ziekteverlof gerelateerd aan lage rugpijn. Beperkingen van de review zijn, volgens de auteurs, het feit dat sommige studies geen rekening hielden met factoren die de resultaten konden beïnvloeden, zoals werk-gerelateerde fysieke inspanning, depressie of roken, die allemaal geassocieerd zijn met onvoldoende lichaamsbeweging en risico op lage rugpijn. Er waren ook te weinig oudere of zeer jonge volwassenen om te bepalen of het blijkbaar beschermend effect van lichaamsbeweging geldt voor alle leeftijdsgroepen. Oudere mensen zijn bijvoorbeeld meer geneigd om inactief te zijn als gevolg van rugpijn, noteerden de auteurs. Mensen beseffen steeds meer dat ze moeten bewegen, verklaarde Dr. Joel Press in een telefonisch interview aan Reuters Health. "We zijn gemaakt om te bewegen. We zijn absoluut niet gemaakt om stil te zitten, en ik denk dat deze studie dat bevestigt. Het is een grote studie die veel mensen bestudeerde," verklaarde Press, hoofd psychiatrie aan het Hospital for Special Surgery in New York. Gewoonlijk adviseert Press mensen die reeds rugpijn hebben, om zo weinig mogelijk te zitten en weinig belastende activiteiten te doen zoals wandelen.


"Over het algemeen start ik met weinig belastende activiteiten zoals wandelen. Zwemmen is een andere weinig belastende activiteit die je rug minder belast, maar waarmee je toch cardiovasculaire conditie krijgt en veel beweging hebt," verklaarde Press, die niet betrokken was bij de huidige studie. Het zou best zijn om niet te starten met sporten die gepaard gaan met veel draaien en keren, zoals golf, baseball en tennis tenzij je voorzorgen neemt om niet in de positie te komen waar je de rugpijn verslecht, noteerde hij. "Het belangrijkste is, denk ik, dat als je een activiteit doet en als de pijn verergert telkens als je de activiteit doet, je slechter af bent dan ervoor," aldus Press. "Als je een activiteit doet en je hebt weinig pijn erna en je voelt je goed later die dag, en de volgende dag is het niet slechter, dan zou ik zeggen: doe verder, je bent goed bezig."

Bron: Br J Sports Med 2017.

 

Chronische rugpijn: 'Als zitten het nieuwe roken is, dan spreken we zeker van twee pakjes per dag'


Tachtig procent van de Belgen krijgt ooit te maken met lage rugpijn. In veel gevallen is daar geen duidelijke oorzaak voor en gaan de klachten vanzelf weer weg. Toch worden patiënten nog te vaak onder de scanner en zelfs op de operatietafel gelegd, zegt rugspecialiste Gaëtane Stassijns van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen.


Of we dit gesprek al staande kunnen voeren, vraagt professor Gaëtane Stassijns. 'Dat is beter voor de rug.' Het diensthoofd fysische geneeskunde en revalidatie in het UZA haalt er twee statieven bij, speciaal ontworpen om een corrigerend duwtje in de onderrug te geven. 'Om te vermijden dat onze houding verzwakt en we uiteindelijk toch weer gaan doorzakken.' Ze schopt ook haar hakken aan de kant. 'Een hakje mag, maar hoge hakken zijn moordend voor de rug. Eigenlijk moeten we terugkeren naar traditioneel schoeisel, denk aan Indiase sandalen waarvan de zool niet meer dan een dun, lederen lapje is. Lopen is vandaag te makkelijk, we hoeven geen enkele moeite meer te doen. Stap maar eens op blote voeten en met je ogen dicht door de tuin. Dan zul je merken dat je constant uit evenwicht wordt gebracht en je je houding moet corrigeren, waarbij je vaak ongebruikte spieren aanspreekt. Dat is heel heilzaam voor de rug, tenminste als je geen voetafwijkingen of artrose hebt.'


Het aantal patiënten met lage rugpijn blijft stijgen. Waaraan ligt dat volgens u?
Gaëtane Stassijns: Veel mensen hebben een zittend beroep en zitten is heel belastend voor de rug. De druk op de tussenwervelschijven is in zithouding veel groter dan in staande houding. Ik zie in mijn praktijk helaas ook steeds meer tieners met rugklachten. Ook pubers bewegen minder dan vroeger en ze nemen bij het gamen of tv-kijken ook zelden de correcte zithouding aan. Het zou niet slecht zijn om enige basiskennis over de rug mee te geven op school. Al is informeren maar één deel van het verhaal. Je moet automatismen aanleren en het vooral zo makkelijk mogelijk maken om bijvoorbeeld ook op de werkplek genoeg te bewegen.


Dat gaat verder dan het cliché van 'de printer wat verderop plaatsen'?
Stassijns: Inderdaad. Denk aan rechtopstaand vergaderen. In Nederland kijkt niemand daar nog van op en stilaan sijpelt dat idee ook bij ons door. Je kunt ook gerust al wandelend vergaderen, wat tot kortere meetings leidt waarin geen uren naast de kwestie gepalaverd wordt. Werkgevers kunnen ook investeren in bureaus met een loopband, of een fiets. Taken waarvoor je al je concentratie nodig hebt, doe je nog altijd beter aan je normale bureau. Maar telefoongesprekken bijvoorbeeld probeer ik zo veel mogelijk op een hometrainer te voeren. In een laag tempo weliswaar. Je hoeft echt geen triatlon af te werken tijdens de kantooruren.


De laatste jaren is het rechtopstaand werken in opmars, waarbij de laptop op een verhoogje komt. Hoe zaligmakend is dat?
Stassijns: We zijn gemaakt om te bewegen, niet om acht uur per dag op een stoel te zitten. Maar ook niet om acht uur ononderbroken stil te staan, want dan ga je op den duur doorzakken en komt de rug ook onder druk. Je moet vooral naar afwisseling streven. Hetzelfde met de zitbal, of de Zweedse stoel (waarbij je op je knieën en schenen steunt, nvdr). Goed als variatie, maar gebruik die vooral niet de hele dag. Door het afhellende vlak van de Zweedse stoel zit je mooi rechtop, maar omdat die geen leuning heeft, verzwakt je houding na een poosje toch weer.

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) publiceerde vorige maand nieuwe richtlijnen in verband met lage rugpijn. Het kernpunt: wie met rugpijn kampt, moet vooral bewegen. Houdt dat ook in dat patiënten met lage rugpijn het best ook zo snel mogelijk weer aan het werk gaan?
Stassijns: Ja, want door iemand langdurig thuis te houden, duw je hem in de richting van chronische rugpijn: de kans op definitief herstel wordt steeds kleiner. Na drie maanden ziekteverlof kan de drempel om weer aan de slag te gaan voor sommigen al te hoog zijn. Heel wat ruglijders die langdurig thuis zitten, brengen hun hele dag voor de tv door. Als zitten het nieuwe roken is, dan spreken we zeker van twee pakjes per dag. Wie werkt, desnoods halftijds of met een aangepast takenpakket, beweegt als vanzelf meer.
Bij 80 à 85 procent van de rugpatiënten is er geen duidelijke reden voor hun pijn te vinden, zij vallen onder de 'aspecifieke rugklachten'. Als die mensen op consult komen, zijn ze vaak ongerust of zelfs angstig. Ze denken: als iets zo veel pijn doet, moet er wel wat ernstigs aan de hand zijn. Maar aspecifieke rugpijn is niet onrustwekkend en verdwijnt meestal na zes tot acht weken vanzelf. Die patiënten maken we al vanaf het eerste gesprek duidelijk dat ze actief móéten blijven. Anders dreigen ze ten prooi te vallen aan kinesiofobie, de angst om te bewegen. En wie te lang met die angst rondloopt, heeft een groter risico om chronische rugpijn te ontwikkelen.


Hoe herkent u de risicogevallen?
Stassijns: Wie ervan overtuigd lijkt dat werken, of zelfs maar bewegen, nog meer schade kan toebrengen, is een kanshebber op chroniciteit. En dat is niet alleen heel vervelend voor de patiënt, het kost de maatschappij ook handenvol geld.
We moeten meer oog hebben voor context. Wie om de haverklap bij de arts van de verzekering op controle moet, wordt constant herinnerd aan zijn pijn. Die patiënt komt in een vicieuze cirkel terecht. Vaak kan hij pas echt aan zijn herstel beginnen als die problemen achter hem liggen. Uiteraard kan ook stress meespelen. Wie stress heeft, omdat hij op het werk gepest wordt bijvoorbeeld, loopt de hele dag met verkrampte spieren rond. Zelfs een overbodige CT- of NMR-scan kan een patiënt met 'banale' rugpijn richting chronische pijn duwen.


Hoe bedoelt u?
Stassijns: Met een scan vinden we, zeker bij 40-plussers, altijd wel iets. Elke rug heeft een of andere afwijking, maar daarom is die nog niet verantwoordelijk voor de pijn. De kans dat je iemand met zo'n scan angstig maakt, is groter dan de kans dat je hem ermee helpt te genezen. Zulke medische beeldvorming is wél nodig als je een onderliggende oorzaak wilt uitsluiten: een geknelde zenuw bijvoorbeeld, of een tumor.


Experts en ook het KCE raden al jaren aan om het gebruik van scans bij rugklachten te beperken. Toch hebben velen de mentale omslag nog niet gemaakt?
Stassijns: Stilaan lijken alle neuzen dezelfde kant op te wijzen. We proberen lage rugpijn steeds minder te verklaren op anatomisch niveau en dat maakt scans in de meeste gevallen irrelevant. Want zelfs al stel je een discushernia vast bij een patiënt, dan nog weet je niet of die de pijn veroorzaakt. Als ik straks aan de ingang van het UZA de eerste honderd bezoekers scan, is de kans groot dat dertig van hen een hernia hebben, zonder dat ze er enige last van ondervinden. Bovendien verandert een scan toch niks aan de standaardbehandeling van lage rugpijn: zorgen dat je in beweging blijft, en oefentherapie.


Wat die oefentherapie betreft: van algemene krachttraining evolueerden we naar core stability, of 'rompstabiliteit'. Waarom is dat beter?
Stassijns: Het is een hardnekkig misverstand dat we bij rugpijn het best sit-ups kunnen doen om onze buikspieren te trainen. Dat is een veel te eenzijdige training, want we hebben doorgaans zwakkere rugspieren dan buikspieren. Core stability gaat daarentegen over je diafragma, buik-, rug- en bekkenbodemspieren. Het doel is alle spieren van de romp te versterken, en zeker de kleinere spieren, dicht bij de rug, zodat die een soort natuurlijk korset vormen. Het zijn die kleine spieren dicht bij de wervelzuil die voor stabiliteit zorgen. Wie fysieke arbeid verricht, traint die spieren vaak vanzelf. Maar voor wie een kantoorbaan heeft, zijn die oefeningen zeker aan te raden. Simpele oefeningen, die de kinesist je vrij makkelijk kan aanleren. Ik geef toe dat we er nog steeds niet uit zijn welke vorm van oefentherapie de meest geschikte is, maar dat core-stabilitytraining werkt, zie ik elke week in de praktijk. Het UZA begeleidt ook de Koninklijke Balletschool Antwerpen en sinds we daar enkele jaren terug de basisprincipes introduceerden, zien we opvallend minder kwetsuren.


Het advies om te blijven bewegen en zes tot acht weken af te wachten kan frustrerend zijn voor patiënten die veel pijn hebben. Zij willen scans en desnoods chirurgie.
Stassijns: Ik wil geen steen werpen naar mijn collega's in de chirurgie, maar er wordt te veel geopereerd op rugpatiënten. Waarom zou je een hernia zonder complicaties meteen opereren? Nog veel te weinig wordt de patiënt duidelijk gemaakt dat er 80 procent kans is dat die hernia spontaan verdwijnt binnen het jaar. Zou hij dan nog altijd onder het mes willen gaan? De verantwoordelijkheid voor lage rugpijn wordt vandaag nogal makkelijk bij de arts gelegd, terwijl die bij de patiënt moet liggen. Je moet aandacht besteden aan je houding, je spieren trainen en eventueel wat doen aan je overgewicht. En als je dat allemaal negeert, kun je niet verwachten dat een pijnstillertje al je problemen oplost.


Een studie uit 2014 wees uit dat pijnstillers voor lage rugpijn - vaak paracetamol - eerder een placebo-effect hebben.
Stassijns: Zover zou ik niet gaan. Al is het effect van pijnstillers soms teleurstellend vanuit het perspectief van de patiënt. Vandaag bevelen we eerder ontstekingsremmers aan, maar dat moet van geval tot geval bekeken worden met de arts. Ik hamer dan wel op de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt, maar dat betekent niet dat hij geen hulp mag krijgen.


Het aantal mogelijke behandelingen voor lage rugpijn lijkt schier eindeloos. Hoe moet een rugpatiënt daar een keuze in maken?
Stassijns: Dat er zo veel behandelingen en hulpmiddelen zijn, komt ook omdat we er vaak het fijne nog niet van weten. Voor zo'n courante aandoening als rugpijn is het haast schrijnend hoe weinig degelijke studies er voorhanden zijn. De farmaceutische wereld staat niet te springen om onderzoek te sponsoren - er wordt nu eenmaal weinig nieuwe medicatie ontwikkeld - en rugpijn hééft ook zeer diverse oorzaken.


Het KCE raadt aan om geen korsetten of steunzolen meer voor te schrijven. Die zouden er net voor zorgen dat de rugspieren verzwakken. Gaat u akkoord?
Stassijns: Zeker. Al kan een korset in zeer specifieke gevallen nuttig zijn.


Ook vibrerende andullatiematrassen zijn nutteloos, zegt het KCE.
Stassijns: Ze zijn ongetwijfeld zeer aangenaam, maar ik betwijfel of ze rugklachten kunnen verhelpen. Ik heb ze ook nooit aangeraden. Ach, vandaag is het de andullatiematras, twintig jaar terug was het het waterbed. Dat was ook aangenaam en warm, maar het gaf absoluut géén steun aan die pijnlijke rug.
Natuurlijk is een goede slaaphouding belangrijk: zeker niet op je buik, het liefst op je zij, met je onderste been wat onder het andere geplooid. Je wervelkolom moet één horizontale lijn vormen wanneer je slaapt, zodat de zware zones - schouder en heup - wat dieper kunnen inzakken. Daarvoor heb je een goede matras nodig, en die hoeft echt geen fortuin te kosten.


HUISWERK VOOR UW RUG
Wie aan zijn core stability of rompstabiliteit wil werken, hoeft niet per se dure toestellen in huis te halen. Drie simpele oefeningen, voor thuis of zelfs op kantoor, om uw rug in vorm te houden.


1. Ga op een krukje zitten, met de heupen en knieën geplooid in een hoek van 90 graden, met de armen voor de borst gekruist.
Neig uw romp naar voren of naar achteren terwijl de kromming in de rug ongewijzigd blijft.
Hou de positie drie seconden aan.
Doe drie reeksen van tien naar voren en drie naar achteren.


2. Start in rugsteun tegen de muur, met gestrekte benen naast elkaar, hielen tegen de muur en de armen gekruist voor de borst.
Trek de benen afwisselend op tot ze een hoek van 90 graden vormen met de heup.
Let erop dat de kromming in uw rug ongewijzigd blijft.
Houd de positie vier seconden aan.
Doe drie reeksen van tien.


3. Start met heupen en knieën 90 graden geplooid, de handen onder de schouders en de benen samen.
Strek telkens één arm en het tegengestelde been tot die in elkaars verlengde liggen. De kromming van de rug blijft ongewijzigd.
Houd de positie drie seconden aan.
Doe één reeks van twintig, daarbij telkens wisselend van arm en been.


Kristof Dalle
Uit Knack van 14/06/17

 

Beweging is beste medicijn bij lage rugpijn

De basisbehandeling bij lage rugpijn is ‘de natuur zijn werk laten doen’ en medicalisering vermijden. Dat staat in de nieuwste richtlijn van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Voorts luidt het belangrijkste advies: blijven bewegen.

Het uitgangspunt van de KCE-studie is dat rugpijn in principe onschadelijk is en in de overgrote meerderheid van de gevallen spontaan geneest. Rugpijn moet worden beschouwd als een - soms zeer onaangenaam - ongemak dat ons nu eenmaal kan overkomen. De patiënt is perfect in staat om zichzelf te genezen, mits een beetje begeleiding en aanmoediging. Het eerste advies luidt dan ook dat mensen met rugpijn in beweging moeten blijven.

 

Meestal is een radiografie, scan of MRI (beeldvorming door magnetische resonantie, nvdr) bij lage rugpijn nutteloos. Het stelt de patiënt bovendien bloot aan schadelijke straling, is duur voor de maatschappij en er is geen enkel bewijs dat er een verband bestaat tussen wat er eventueel wordt vastgesteld en de pijn. Bovendien kan het de patiënt onnodig ongerust maken. Soms ligt er een ernstigere oorzaak aan de basis van het probleem: een breuk, een tumor, een ontstekingsziekte, ... Zorgverleners zijn opgeleid om de typische symptomen van deze weinig voorkomende problemen (‘rode vlaggen’ of red flags) op te sporen en meteen ernstig te nemen, aldus het KCE. De KCE-richtlijn beveelt aan dat de zorgverleners deze rode vlaggen altijd moeten uitsluiten, en ook in dat geval is een radiologisch onderzoek slechts zeer uitzonderlijk vereist.

 

Wle - BELGA

 

Zo zorg je ervoor dat je minder zit op kantoor

Zeven voorbeelden om je op weg te helpen
Werk je op kantoor? Dat betekent vaak dat je veel uren achter je bureau maakt en dus veel zit. Onderzoeken liegen er niet om: de effecten van langdurig zitten op je gezondheid zijn soms levensbedreigend. Zitten is slecht voor je. Kan je – in het bezit van een fulltime kantoorbaan – je zitgedrag nog veranderen?
Het kost tijd en het is wennen, maar veranderen kan zeker, zegt Karen Hitters. Ze is expert op het gebied van gedragsverandering en sedentair gedrag (langdurig zitten). Volgens Hitters leven we in een zittende samenleving. “Zitten is een gewoonte. Het is ingebakken in onze cultuur: kleuters leren rustig in een kring te zitten, om vervolgens op de basis- en middelbare school achter tafeltjes zittend hun werk te maken. Later bieden zij collega’s uit beleefdheid een stoel aan op kantoor.” Het feit dat zitten een ingebakken gewoonte is, maakt het veranderen van zitgedrag wel een grote uitdaging, aldus de gedragsexpert.


Stress
Verandering is hard nodig. Van alle Europeanen zitten Nederlanders dagelijks het langst. De gemiddelde Nederlander brengt dagelijks 8,7 uur zittend door. En dat is niet iets om trots op te zijn. Langzitters ervaren meer stress, hebben vaker last van angstaanvallen en kunnen zich minder goed concentreren dan mensen die vaker de benen strekken.


Rugklachten
Langdurig zitten tast niet alleen je mentale gezondheid aan, ook je lijf moet eronder lijden. Een stijve nek, pijnlijke schouders en een zere rug: na een werkweek merk je af en toe dat je lichaam gaat klagen. Je bent niet de enige die daar last van heeft. Rugklachten zijn de meest voorkomende problemen door lang zitten. Daarnaast is de bloeddoorstroming niet optimaal, met spataderen als gevolg.


Diabetes en kanker
Elk extra uur dat je op een dag zittend doorbrengt, verhoogt het risico op diabetes type 2. Dat blijkt uit onderzoek van Maastricht University. Verschillende onderzoekers ontdekten zelfs een link tussen langdurig zitten en kanker, zoals darmkanker en eierstokkanker.


Concrete oplossing
Dit is maar een kleine greep uit een grote hoeveelheid onderzoeken op het gebied van zitten en gezondheid. De laatste jaren wordt er steeds vaker geconstateerd dat langdurig zitten veel nadelen met zich meebrengt. Na het lezen van al deze gezondheidsklachten wil je graag een concrete oplossing horen. Moet je na elke tien minuten zitten even opstaan en een rondje lopen bijvoorbeeld?
Nederland heeft nog geen richtlijnen of een norm voor het aantal uur zitten op een dag. Het onderzoeksinstituut TNO geeft het voorlopige advies om elk half uur op te staan. Karen: “Er is nog niet onderzocht wat het effect is van een loopje op de lange termijn. Het is ook nog niet bekend hoeveel wandelminuten je moet maken om het beste resultaat te behalen. Maar dat af en toe in beweging komen gezonder is dan de hele dag op een stoel zitten, weet iedereen. Ieder uur even opstaan lijkt mij voor nu een prima oplossing.”


Yogabal
Schuine krukjes, wiebelige kussens en yogaballen: er zijn veel producten verkrijgbaar die een gezonder zitgedrag beloven. Het balanceren op een bal, kruk of kussen wordt ook wel actief zitten genoemd. Dat klinkt toch zeker iets gezonder dan een bureaustoel op wieltjes. “Het maakt niet uit of je op een kantoorstoel of op een yogabal zit: continu op hetzelfde zitelement zitten is nooit goed.” Volgens Hitters is afwisseling het toverwoord. “Als je af en toe je stoel verruilt voor een bal, gebruik je tijdelijk andere spieren. Dat is positief. Hierdoor ben je je ook bewuster van je houding.”


Omgeving
Op je werk kan het lastig zijn om ineens minder te zitten. Zeker als er nog geen alternatieven aanwezig zijn, zoals een zit-stabureau bijvoorbeeld. Of als je collega’s vreemd opkijken als je wat vaker opstaat. Dan is de kans klein dat je je eigen zitgedrag aanpast, zegt Hitters. “Je fysieke en sociale omgeving hebben veel invloed op jouw gedrag. De inrichting van het kantoor en hoe andere werknemers met de verandering omgaan, bepalen voor een groot gedeelte hoe jij zelf reageert. Als meer mensen minder zitten, is er een grotere kans op succes.” Het grootste gedeelte van de dag ben je op je werk aanwezig. Het is daarom de ideale locatie om te beginnen met minder zitten. Ook als je zelf het spits afbijt. Tip van Hitters: “Stel dan eens voor om staand te vergaderen of om wandelend te overleggen.”


Motivatie
Een gewoonte is iets waar je niet meer over nadenkt. Als je doelgericht minder zit, val je minder snel terug in je oude patroon. Zorg dat je je bewust bent van de verandering. Volgens Hitters helpt het om je gewoonte van tevoren inzichtelijk te maken. “Zoek uit op welke momenten je de keuze hebt tussen zitten en staan. Waarom ga je op zo’n moment niet staan? Wat belemmert je? Tegelijkertijd bedenk je een strategie om het anders te doen. Denk aan makkelijk uitvoerbare oplossingen die weinig moeite kosten.”Deze momenten kom je de hele dag door tegen.


Zeven voorbeelden om je op weg te helpen:
1) Met de auto naar kantoor? Parkeer dan verder weg en loop het laatste stukje.
2) Als je gebruik maakt van het openbaar vervoer, zorg je dat je de laatste paar minuten van je treinreis alvast gaat staan. Ook tijdens een kort ritje met de sprinter hoef je niet per se te zitten.
3) Loop naar je collega toe als je iets wilt weten.
4) Maak een ommetje als je wordt gebeld.
5) Zet de prullenbak verder weg van je bureau, zodat je op moet staan om iets weg te gooien.
6) Drink genoeg water. Zo blijf je niet alleen gehydrateerd, maar word je ook af en toe nog eens verplicht tot een loopje naar het toilet.
7) Blijf niet achter je bureau hangen tijdens de lunchpauze, maar haal buiten een frisse neus.
Je zitgedrag tijdens het zitten veranderen? Ook dat kan. De tips van Karen Hitters zijn kort maar krachtig. “Als je zit, doe het dan goed. Zorg voor goed ingesteld meubilair en zorg dat je bewust actief zit.”


Drie tips voor bewust actief zitten:
1) Zet beide benen voor je op de grond en zit rechtop in je stoel. Zorg dat je computerscherm op ooghoogte staat. Laat je onderarmen rusten op de armleuningen.
2) Rek je af en toe even uit. Trek je schouders op en laat ze weer zakken. Doe dit drie keer. Herhaal dit vaker gedurende de dag. Maak je nek los door je hoofd van je ene schouder naar je andere te bewegen.
3) Span verschillende lichaamsdelen aan. Denk bijvoorbeeld aan je buik- of beenspieren. Zorg dat je daarna weer ontspant.


Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Karen Hitters. Ze is expert gedragsverandering. Hitters werkte als adviseur bij Kenniscentrum Sport, gaf advies op het gebied van gezondheidsmanagement, duurzame inzetbaarheid en sedentair gedrag en vertaalde onderzoek over sedentair gedrag naar de praktijk. Nu is ze docent gedragsbeïnvloeding aan de Fontys Sporthogeschool. Hitters is een voorstander van dynamisch werken en schreef, destijds bij Kenniscentrum Sport, een artikel over het beïnvloeden van zitgedrag.

 

Wat is het nut van postnatale kinesitherapie?

 

Je bent net bevallen en hebt het al druk genoeg, dus sla je al snel de postnatale kine over. Dat is ook wel ergens begrijpelijk; de eerste weken na de bevalling is dat echt het laatste waaraan een kersverse mama denkt. Toch heeft een goede postnatale revalidatie zijn nut, zo weet onze expert Lieselot.


Wat doet postnatale kine?
Bij de postnatale kine wordt de focus gelegd op het revalideren van zowel de buik- als bekkenbodemspieren. Tijdens de zwangerschap ondergaat het lichaam heel veel veranderingen, dus een goede revalidatie is zeker aan te raden. Je kunt het vergelijken met een doos waarvan de buik- en rugspieren de zijwanden zijn en de bekkenbodemspieren de bodem. Als één kant zwak is, kan de doos in elkaar zakken, wat in dit geval tot rugklachten of op termijn tot verzakking of prolaps van de bekkenorganen kan leiden.


Veelvoorkomende kwaaltjes tijdens en na een zwangerschap
Bij elke zwangerschap heb je een enorme rek op de buikspieren, en dan voornamelijk op de rechte buikspieren. Normaal zijn die met elkaar verbonden door een vlies, maar tijdens de zwangerschap worden ze van elkaar gescheiden en komen ze eerder aan de zijkant van de buik te liggen (gelukkig maar, want anders zouden ze onherstelbaar uitgetrokken worden).
Door het toenemende gewicht van de buik loopt de mama ook met een meer uitgeholde rug, wat vaak tot lage rugpijn leidt door een verkramping van de spieren. Postnatale revalidatie helpt om zowel de uitgetrokken buikspieren als de verkorte rugspieren weer te trainen. Veel mama’s hebben naar het einde van hun zwangerschap minder controle over blaas- en bekkenbodemspieren. Na meerdere bevallingen kunnen die kwaaltjes sneller en heviger optreden. In dat geval is het zeker belangrijk om na de bevalling een goede postnatale revalidatie te volgen. In onze praktijk zie ik vaak vrouwen die nog jaren na hun bevalling bijvoorbeeld last hebben van stressincontinentie, maar ook dan is er aan de hand van oefeningen vaak nog iets aan te doen. Zoals bij alle spieren neemt de kracht af wanneer ze niet geoefend wordt. Daarom is regelmatige training heel belangrijk.


Tijdelijk urineverlies na bevalling
Wist je dat ongeveer 25 procent van de vrouwen na de bevalling tijdelijk last hebben van urineverlies? Een goede postnatale kine kan helpen om de bekkenbodemspieren opnieuw te leren aanspannen.


Wat met: sport na de bevalling?
Dat hangt af van het verloop van de bevalling. Mama's die een keizersnede kregen worden aangeraden ten vroegste 6 weken na de bevalling te starten met buikspieroefeningen. Bij een vaginale bevalling kun je in principe veel sneller starten. Sport waarbij er druk wordt uitgeoefend op de bekkenorganen, zoals lopen of springen, raad ik pas aan wanneer de bekkenbodemspieren zich voldoende hersteld hebben.

 

door Expert Lieselot Van Oost, mamabaas.be

 

7 geboden voor mensen met lage rugpijn

Drie wetenschappers van de Vrije Universiteit Brussel zetten 7 gouden regels voor mensen met (chronische) lage rugpijn op een rijtje. Deze 7 geboden garanderen de beste kansen op herstel en voorkomen dure, maar ook soms nutteloze behandelingen.


1. Beweeg voldoende
Bewegen is hét voornaamste onderdeel van iedere behandeling van lage rugpijn. Daarbij maakt het niet zo veel uit wat voor lichaamsbeweging je precies doet: eender welke vorm van lichaamsbeweging vermindert lage rugpijn. Er zijn ook helemaal geen 'gevaarlijke bewegingen' die je rug kunnen kwetsen. Het beste kan je een kinesitherapeut raadplegen om je bij deze lichaamsbeweging te laten begeleiden.


2. Begrijp de pijn
Rugpijn zou een gevolg zijn een beschadigde tussenwervelschijf, een 'onstabiele' rug of artrose. Wanneer mensen met rugpijn inzien dat dit niet zo is, en dat pijn kan blijven voortbestaan lang nadat de 'blessure' volledig genezen is, gaan ze veel makkelijker over tot een actieve behandeling van hun rugpijn. Hierbij is het leren begrijpen wat pijn is en hoe je ermee moet omgaan cruciaal.


3. Laat je niet vangen door commerciële 'oplossingen' voor je lage rugpijn
Er zijn tal van 'wondermiddelen' voor lage rugpijn, zoals dure (andullatie)matrassen, elektrotherapietoestellen, trilplaten, kleurrijke tape, etc. Ondanks sluwe verkooppraatjes is er voor geen van deze behandelmethodes wetenschappelijke bewijs dat ze lage rugpijn kunnen genezen. Recent nog onderzochten onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel of het Soleve® elektrotherapietoestel van de firma Nervomatrix een meerwaarde biedt voor mensen met lage rugpijn. Het toestel doorstond de kritische wetenschappelijke toetsing niet: het deed het niet beter dan de placebo groep.


4. 'Kraken' heeft maar een kleine toegevoegde waarde op bewegen
Of het nu een osteopaat, chiropractor of manueel therapeut is: wat de therapeut met de handen doet zal maar in beperkte mate bijdragen aan het herstel. Bovendien zullen de handen van de therapeut enkel een meerwaarde hebben als het gecombineerd wordt met bewegingstherapie (oefentherapie, sport).


5. Naalden gaan de rugpijn niet wegprikken
Of het nu dry needling of acupunctuur is, de 'naalden' hebben vaak wel een tijdelijk pijnstillend effect, maar zullen het rugprobleem niet genezen.


6. Chirurgie voor rugpijn is zelden de juiste oplossing
Opereren voor enkel lage rugpijn heeft een moment gekend waarbij we als hulpverleners dachten dat we iedereen met rugpijn konden genezen. Spijtig genoeg zijn we hiervan terug moeten komen en kan chirurgie enkel voor eerder zeldzame en specifieke vormen van rugpijn mogelijk een oplossing bieden. In de meerderheid van de gevallen is dus chirurgie niet aan te bevelen voor lage rugpijn als enige klacht.


7. Actieve eerder dan passieve therapieën
De voorgaande 6 geboden voor mensen met lage rugpijn zijn samen te vatten door één gouden raad: de beste manier om lage rugpijn te overwinnen is actieve therapie, waarbij de patiënt zelf aan de slag moet. (TE)

 

Nieuwe collega

Vanaf augustus 2016 komt Jeroen Rooman als kinesitherapeut de praktijk versterken! Jeroen studeerde af als Master in de kinesitherapie en revalidatiewetenschappen aan de KUL met als afstudeerrichting musculoskeletale aandoeningen.  Hij combineert het werken in onze praktijk met een bijkomende Masteropleiding Manuele Therapie aan de Vrije Universiteit van Brussel.
Zijn hobby en passie ligt in het (veld)hockey, waar hij reeds verschillende jaren bij Royal Victory Hockey Club te Edegem zelf traint en coacht.

Met deze gemotiveerde en leergierige collega erbij, zullen we u als groepspraktijk nog beter kunnen bijstaan in het behandelen van uw klachten.

Welkom Jeroen!

 

WAAROM JE KRAAKBEEN VERLIEST ALS JE NIET BEWEEGT

Groei-eiwit TGF-beta essentieel voor gezond kraakbeen


Het kraakbeen in je gewrichten verdwijnt als je niet beweegt. Maar waarom dat gebeurt, was lang niet bekend. Arjan van Caam en Peter van der Kraan (Reumatologie) en Wojciech Madej en Pieter Buma (Orthopedie) van het Radboudumc toonden aan dat het groei-eiwit Transforming Growth Factor beta (TGF-beta) hierin een essentiële rol speelt. Zij publiceerden hierover in Osteoarthritis & Cartilage.


In kraakbeen zit een grote hoeveelheid inactief TGF-beta opgeslagen. Iedere belasting van het kraakbeen activeert kortstondig een beetje van dit groei-eiwit. Dit vrijkomende TGF-beta stimuleert de kraakbeencellen en zorgt ervoor dat de cellen in het kraakbeen gezond blijven. Kraakbeencellen die een gebrek hebben aan TGF-beta gaan namelijk hun eigen kraakbeen afbreken, wat leidt tot gewrichtsschade.


Het heilzame effect van TGF-beta houdt zichzelf in stand zolang het gewricht maar gebruikt wordt. Belasting van het gewricht stimuleert de aanmaak van meer TGF-beta dat vervolgens wordt opgeslagen in de omgeving van de kraakbeencellen voor toekomstig gebruik. Ook zorgt belasting en regelmatige blootstelling aan TGF-beta ervoor dat de kraakbeencellen gevoeliger worden voor dit groei-eiwit.


De onderzoekers zagen dat bij veroudering het TGF-beta systeem steeds minder goed werkt. Dit kan verklaren waarom veel mensen artrose krijgen op latere leeftijd. Peter van der Kraan: “Deze bevinding toont aan op welke manier belasting je kraakbeen gezond houdt en waarom het ook voor je kraakbeen belangrijk is om in beweging te blijven.”

 

Helpen krachtige pijnstillers niet bij chronische lagerugpijn?

Krachtige pijnstillers, afgeleid van morfine, hebben weinig effect bij chronische lagerugpijn, zeggen Australische onderzoekers.


Australische onderzoekers brachten alle goed uitgevoerde, placebogecontroleerde studies over de effecten van krachtige pijnstillers (met codeïne of afgeleid van morfine) samen in een overzichtsonderzoek (1). Daarbij mikten ze enkel op lagerugpijn die lang aansleept en waarvoor geen specifieke oorzaak gevonden wordt, d.w.z. geen hernia, geen ontstekingen, uitzaaiingen en dergelijke. In totaal selecteerden ze 20 degelijke studies met betrekking tot 7.295 ruglijders: 17 daarvan vergeleken de effecten van krachtige pijnstillers met placebo en 3 vergeleken de pijnstillers onderling. De opvolgperiode was kort: gemiddeld 3 maanden. De pijn werd beoordeeld via vragenlijsten waarbij deelnemers de intensiteit van hun pijn situeerden op een schaal van 0 tot 100. Bij 13 studies was er een lichte verbetering van de pijn (10 punten minder op de schaal) in vergelijking met placebo. Dat is een zeer minimaal effect. Voor een betekenisvolle verbetering moet je minstens een verschuiving van 20 punten op de schaal behalen. Er waren ook geen betekenisvolle verschillen tussen diverse pijnstillers onderling. De onderzoekers besloten dat krachtige pijnstillers, die soms voorgeschreven worden wanneer lichtere pijnstillers niet werken, eigenlijk amper effect hebben op chronische lagerugpijn. Bovendien ervaart meer dan de helft van de betrokkenen wel hinderlijke nevenwerkingen, zoals misselijkheid, constipatie en hoofdpijn.


Dit is een zeer degelijke analyse van een selectie goed uitgevoerde studies, wat de resultaten betrouwbaar maakt. Opvallend is dat zeer veel mensen (50%) die aan de 20 studies deelnamen, vroegtijdig afhaakten, omdat ze te veel last hadden van nevenwerkingen en amper minder pijn ervaarden. Overigens waren enkele van de geselecteerde studies gefinancierd door de farma-industrie, en ook deze toonden geen noemenswaardig effect. De resultaten verbazen niet echt. Aspecifieke chronische rugpijn is een veel gehoorde klacht die zelden kan worden opgelost met pijnstillers. Wat wel effect heeft, is voldoende beweging, een goede houding, vermageren bij overgewicht, manuele therapie en cognitieve gedragstherapie.


Conclusie
Een goed uitgevoerde overzichtsstudie vindt geen noemenswaardig effect van de meest krachtige pijnstillers bij aspecifieke lagerugpijn. Aspecifiek betekent zonder duidelijke oorzaak, dus geen hernia, ontsteking, tumor of trauma. De meeste mensen ervaren wel hinderlijke nevenwerkingen. Dergelijke klacht vraagt dus een andere aanpak dan pillen.

 

Is lopen op een zachte ondergrond nu Echt beter?


Sinds mensenheugenis horen en lezen wij dat het op een zachte ondergrond véél beter én gezonder hardlopen is dan op een harde ondergrond. Nu, dat klinkt natuurlijk wel logisch: hoe zachter de ondergrond, hoe kleiner de “slag” die je lichaam krijgt na de landing op de grond. En dus, als je 10 km loopt, dan heb je duizenden van die landingen, zelfs als je een flinke pas van 2 meter neemt, ondervind je die impact zo 5.000 keer.
Meer dan vier jaar geleden begon ik, Jeroen, met het onderzoek naar loopondergronden onder begeleiding van Prof. Benedicte Vanwanseele. In samenwerking met Kurt Schütte en Hannelore Boey werd een grote studie uitgevoerd naar de impactversnelling van het onderbeen bij zeer goed getrainde mannelijke en vrouwelijke lopers, en bij een groep onervaren lopers.
Even toelichten wat die “impactversnelling” precies is. Dit is de versnelling die het onderbeen ondergaat bij contact met de grond. Deze versnellingspiek gaat over een erg korte fase (slechts +/- 25 milliseconden). Daarna gaat deze ‘schok’ doorheen het lichaam omhoog. Deze impactversnelling is het grootste waar de schoen contact maakt met de grond. Een deel van deze schok wordt geabsorbeerd door de loopschoen en nadien door de verschillende weefsels van het lichaam. Zo krijgen de hogergelegen lichaamsdelen (zoals bv. onze hersenen) gelukkig niet dezelfde schok te verdragen als onze onderste ledematen. We hebben het hier dus over een zware belasting voor het lichaam, want de versnelling gemeten aan het onderbeen kan tot meer dan 20 keer de zwaartekrachtsversnelling bedragen. Deze versnelling is natuurlijk (en gelukkig) maar van zeer korte duur.


Hoe zachter, hoe beter?
Wanneer het gaat over een zachte ondergrond denken de meeste mensen veelal aan een grasveld, een bospad, of een Finse piste. Finse piste is een speciaal loopparcours voor lopers, om het loopcomfort te verhogen bestaat de bovenlaag er uit een verende laag, bv. houtsnippers. Meestal worden zo’n pistes in een groene omgeving aangelegd. Uit onderzoek bleek dat meer dan 35% van de gebruikers de Finse piste verkiest voor het voorkomen van blessures en meer dan 30% voor het loopcomfort (onderzoek door Julie Borgers aan de KU Leuven1).
Met het oog op die blessure preventie, werd de onderzoeksvraag van Jeroen opgesteld, zou bv. de belasting op het onderbeen op zo’n Finse piste gunstiger uitvallen dan op asfalt of een klassieke piste? Uit dit onderzoek blijkt dat lopen op een Finse piste resulteert in een lagere ‘impactversnelling’ van het onderbeen, vergeleken met de Leuvense atletiekpiste en een asfalt weg2. Dit was van toepassing wanneer er een vaste snelheid (12 km/u) werd opgelegd. Voilà. Dus de oude “wijsheid” wordt hier bevestigd, dat je best op een zachte ondergrond loopt?
Niet noodzakelijk. Want er werd bv. géén verschil in impactversnelling aangetroffen tussen de atletiekpiste en het asfalt, terwijl de atletiekpiste toch veel zachter is dan het asfalt. Dat is bijzonder merkwaardig! Nu, de Leuvense atletiekpiste wordt door veel lopers als een zeer “stijve” piste ervaren, dat kan een deel van de verklaring bieden.
Er is géén verschil tussen de verschillende ondergronden wanneer de deelnemers hun eigen loopsnelheid kiezen.
Nu even terug naar de Finse piste. Bij die zachte ondergrond is er dus wél een voordeel qua impactversnelling. Maar ook dat is relatief, want lopen op een Finse piste verstoort dan weer de houdingscontrole en de stabiliteit, wellicht door de aanpassingen die nodig zijn van de loopstijl als je op dit type ondergrond loopt3. Deze verstoringen werden dan weer veel minder of zelfs niet teruggevonden op stabielere ondergronden zoals aan atletiekpiste en het asfalt. Tussen haakjes: deze verstoringen van de stabiliteit op de Finse piste vinden we ook terug wanneer vermoeidheid optreedt, en dan zijn de verstoringen van een veel grotere orde4.


Hoe sneller, hoe meer impact?
Het bleek uit dit onderzoek dat het een véél groter verschil uitmaakt met welke snelheid je traint. De impactversnelling verhoogt aanzienlijk wanneer je aan een hogere snelheid loopt. Ongeacht piste of asfalt. Wanneer twee mensen aan dezelfde snelheid lopen, kunnen zij toch een totaal andere impactversnelling ondervinden (op dezelfde ondergrond). Die snelheid/impact-verhouding is dus een individueel gegeven. Maar bij beide lopers verhoogt de impactversnelling als ze hun snelheid verhogen. In het onderzoek werden weinig verschillen aangetroffen tussen de goed getrainde lopers en de onervaren lopers, voor beiden geldt de impactversnelling als ze hun snelheid verhogen!


Conclusie?
Het is dus uiteraard beter (én fijner) om in volle natuur te gaan lopen (en voluit te genieten), als je er op dat moment de kans toe hebt. Maar voel je vooral niet schuldig als dat wegens omstandigheden eens niet lukt: het is dus véél belangrijker om de juiste balans te vinden tussen uithoudingswerk (traag) en snelheidswerk, want vooral dat laatste heeft een véél groter effect op de belasting die je lichaam ondervindt bij de training. Dus vooral goed nadenken over (én je laten helpen met) de balans tussen je uithoudingswerk versus je snelheidswerk!


DOOR PETER DE GROOF EN JEROEN AELES

 

EEN PAAR MINUTEN LICHAAMSBEWEGING PER DAG VERLENGT DE LEVENSVERWACHTING

 

Met deze grootschalige Amerikaanse studie wordt nogmaals bewezen dat er een verband bestaat tussenlichaamsbeweging en een daling van het risico op vroege dood. Maar vooral blijkt uit deze studie – en dat is nieuw – dat een paar minuten per dag opstaan en bewegen voldoende is om de levensverwachting te verlengen.

Gedurende 7 dagen hebben 3.029 personen tussen 50 en 79 jaar een uiterst gevoelige accelerometer gedragen waarmee hun mate van lichaamsbeweging heel precies kon worden gemonitord. Die gegevens hebben de onderzoekers vervolgens vergeleken met de mortaliteitsgegevens van deze groep in de acht volgende jaren.

Het resultaat is geen verrassing en ontegensprekelijk: de proefpersonen die het minst bewegen lopen vijf keer meer risico om vroeg te sterven dan de actiefste personen, en drie keer meer risico dan de ‘vrij actieve’ proefpersonen.

De onderzoekers hebben echter ook vastgesteld dat het niet nodig is om veel lichaamsbeweging te nemen of erg sportief te zijn. Slechts 10 minuten bewegen per dag maakt al een verschil en 30 minuten bewegen heeft een nog grotere invloed op de kans om vroeg te sterven. En je hoeft niet eens fors te bewegen om er de voordelen van te ondervinden. Thuis rondlopen, de vaat doen of uitvegen is al voldoende!

 

Bron: Medicine & Science in Sports & Exercise, 5 februari 2016

 

De beste remedie tegen rugpijn (maar je zal het niet graag horen)

 

Regelmatig last van lage rugpijn? Dan zit er niets anders op: vooral veel bewegen kan de pijn verlichten. Meer nog dan steunverbanden voor de rug of gespecialiseerde schoenzooltjes, blijkt lichaamsbeweging een natuurlijke pijnstiller. Dat wijst een grootschalig Australisch onderzoek uit.
Onderzoekers van de universiteit van Sidney gingen op zoek naar de beste remedie tegen rugpijn door 21 wereldwijde studies rond dit thema samen te leggen, met in totaal meer dan 30.000 deelnemers.

 

 

Lichaamsbeweging als medicijn

Terwijl een steunband aan de rug of steunzooltjes niet meteen een voordeel leken op te leveren, zorgde lichaamsbeweging voor een verlaagd risico van 25 tot 40 procent op rugpijn in het jaar dat volgde. Welk type lichaamsbeweging maakte niet echt uit, van aerobics tot krachttraining bleek alles efficiënt. "Als er een pil zou zijn die het risico op rugpijn zou kunnen doen dalen met 30%, dan zou je er ongetwijfeld elke dag reclame voor zien op televisie," zegt Dr. Tim Carey, die een commentaar schreef bij de publicatie.

 

Pilates in plaats van pillen

Toch schrijven dokters volgens Carey nog niet genoeg lichaamsbeweging voor, hoewel het zeer efficiënt blijkt te zijn. Vaker grijpen ze terug naar een steunband voor de rug, steunzolen of pillen. "Inefficiënte behandelingen voorschrijven aan patiënten kan hen een vals gevoel van veiligheid geven," voegt Carey er aan toe. "We zien sporten nog te weinig als een geneesmiddel, omdat we in een maatschappij leven die pil-georienteerd is." Als we het advies van Carey mogen geloven, kunnen we maar beter eerst naar de les pilates dan naar de apotheker lopen. Reden genoeg om toch eens werk te maken van die voornemens.

 

HLN.be-nieuws

 

Waarom sommige lopers nooit blessures hebben (en anderen altijd)

De ene hoeft nog maar 5 kilometer te lopen of hij heeft al een achillespeesontsteking aan zijn been (of voet, beter gezegd), terwijl de ander moeiteloos marathons loopt zonder ook maar één bezoek aan de sportdokter. Hoe komt het dat sommige sporters gevoeliger zijn voor blessures dan anderen? Harvard University zocht het uit.

Ze bestaan echt, de gelukkige sporters die nooit met blessures te kampen krijgen. Een studie van de Harvard University volgde twee jaar lang 249 vrouwelijke lopers die minstens 32 km per week lopen. 100 van die lopers kregen serieuze blessures tijdens die 2 jaar, 40 ervan kregen te kampen met kleine kwaaltjes. Daarnaast was er een groep van 21 straffe dames die nog nooit in hun hele leven last hadden gehad van blessures. De onderzoekers gingen na of dit te maken had met een bepaalde manier van lopen of neerzetten van voeten en benen.

 

 

Zachtere landing

De experten ontdekten dat deze 21 vrouwen lichter op hun hielen landden dan zij die zware blessures kregen. Ook als ze naar variabelen keken zoals het gewicht van de vrouwen of de afgelegde afstand, bleek dat te blijven kloppen. Professor Irene Davis van Harvard University raadt lopers daarom aan om zo zacht mogelijk op de voeten te landen bij het lopen. Ze adviseert ook dat lopers best proberen om net iets dichter naar het midden van de voet te landen, waardoor je op een natuurlijke manier lichter loopt. Het zou ook kunnen helpen om het aantal stappen per minuut op te voeren, waardoor de beukende kracht van elke stap iets afneemt.

 

Andere factoren

Het type loopschoen en het al dan niet verwaarlozen van het stretchritueelblijkt volgens voorgaande onderzoeken geen invloed te hebben op het vaker ontwikkelen van blessures. Ook over het gebruik van zooltjes die schokken opvangen of de lengte en duur van loopschema's is nooit zwart op wit aangetoond dat ze blessures kunnen beïnvloeden.

Wel is in een grootschalig onderzoek aangetoond dat bepaaldeontstekingsremmende geneesmiddelen zoals diclofenac, ibuprofen en ketoprofen onder vorm van een gel of crème een veilige en efficiënte manier zijn om acute spierpijn te verzachten. Ze werken niet voor iedereen, maar in 7 à 8 op de 10 gevallen verlicht zo'n middel de pijn, in vergelijking met 2 à 3 op 10 bij de groep die een placebo kreeg toegediend.

En wat verder altijd werkt: gebruik je gezond verstand bij het sporten. Forceer jezelf nooit als je pijn voelt en blijf niet lopen met een kwaaltje of blessure, maar ga er op tijd mee naar de dokter.

 

HLN.be-nieuws

 

Workouts focused on motor skills may help ease lower back pain


(Reuters Health) - Exercise focused on improving motor skills may work as well for easing lower back pain as other types of physical activity, a research review suggests.
Based on data from 29 previously conducted trials involving a total of 2,431 adults aged 22 to 55 years, the study team also found that people who exercised generally experienced more improvements in pain and disability than those who didn't. "The choice of exercise should be based on patient or therapist preferences and costs, as the current evidence suggests that there is no difference among the types of exercises," said lead study author Bruno Saragiotto of the George Institute for Global Health at Sydney Medical School in Australia. Lower back pain is one of the leading causes of disability and doctor visits for adults worldwide, and the condition also has a significant economic impact in lost wages and productivity. While the findings add to a growing body of evidence for the importance of physical activity to treat lower back pain, more research is still needed to determine which workout routines might be best suited to specific patients or injuries, Saragiotto and colleagues conclude in their report in the Cochrane Library online January 7. Motor control exercise focuses on activation of the deep trunk muscles and targets restoration of control and coordination of these muscles, which support the spine. Workouts can vary, but patients might start off working on balance and flexibility and then progress to more complex exercises that involve lifting, pushing, pulling and rotating the body. For the current analysis, researchers looked at studies ranging in size from 20 to 323 participants, most of whom were middle-aged. The duration of treatment programs ranged from 20 days to 12 weeks, and the number of exercise sessions ranged from one to five per week.

Sixteen of the studies compared motor control exercise to other types of physical activity. Seven studies compared it to minimal intervention, five examined it relative to manual therapy such as massage or chiropractic work, three assessed it as an alternative to exercise paired with treatments such as electrical stimulation, and one looked at whether it worked as well as home exercise. When researchers compared pain and disability outcomes across all of these studies, they found motor control exercises were similar to other activities at intervals between three and 12 months. It's possible that some patients with structural or behavioral changes in the muscles of the spine might be a subgroup of people who could benefit most from motor control exercises, Saragiotto said. But one shortcoming of the analysis is it didn't pinpoint precisely who might be the ideal patient for this type of approach.

Researchers also lacked enough quality data to assess whether motor control exercise might be better than electrotherapy paired with other types of activity, Saragiotto noted.

One reason all exercises appeared equal in this analysis might also be tied in part to mental health, noted Julie Fritz, a physical therapy researcher at the University of Utah in Salt Lake City who wasn't involved in the study. "It may be that the non-specific effects of exercise are responsible for the benefit, in other words, being active, doing something for your back pain helps individuals feel more in control of the condition and has positive physical and psychological benefits regardless of exactly what sort of exercise is being done," Fritz said by email.

 

15/01/2016 Auteur: Lisa Rapaport

 

Exercise helps prevent low back pain

(Reuters Health) - Back pain is common and difficult to treat, but exercise is one effective strategy to help prevent it, according to a new research review.
"At present, a variety of interventions, such as exercise, education, back belts and shoe insoles, are commonly prescribed to prevent an episode of low back pain," said lead author Daniel Steffens of the University of Sydney in Australia. But the effectiveness of these various interventions for low back pain hasn't been clear, Steffens told Reuters Health by email. The researchers reviewed 23 published reports of prevention strategies for nonspecific low back pain, including 21 randomized controlled trials.

In many cases, structured exercise programs lowered the risk of later episodes of low back pain. Lower quality evidence suggested that these programs might also reduce later use of sick leave from work. There was no good quality evidence that other options, like back belts or shoe insoles, helped prevent pain, the authors reported online January 11 in JAMA Internal Medicine.

"There was some variation, but in general trials included exercises to improve strength, flexibility, skill and aerobic fitness," Steffens said. "The exercises did not just focus on the spine but included upper and lower limb exercises as well." Most trials had participants do two to three exercise sessions per week at the clinic plus at-home exercises, for eight weeks to 18 months. "Regular exercise develops your muscles, bones and ligaments for increased strength and endurance," Steffens said. It also helps with weight control, delays the aging process and reduces stress, "some of the main risk factor for low back pain," he added. Back pain is 25 to 33% less likely to recur for people who adhere to a structured exercise program, said Dr. Timothy S. Carey of the University of North Carolina at Chapel Hill, who coauthored a commentary accompanying the new results.

"Eighty percent of us will have back pain at some point in our lives," Carey told Reuters Health by phone. "Most will get over it in a few days or weeks, but exercise appears to be a good thing in terms of prevention." Back pain is costly to the healthcare system and preventing it with exercise would be cost-effective for insurers, he said.

"It seems to matter less exactly what type of exercise you do than that you do it in a regular way," he said. People should do the type of exercise they are most likely to sustain, he said. Professional societies should take a closer look at what exercise programs work and issue clear recommendations that will be easier for people to follow, he said.

"Simply telling somebody to go exercise isn't likely to work," he said.

 

13/01/2016 Auteur: Kathryn Doyle

 

Een link tussen cholesterolspiegels en peespijn?

NEW YORK (Reuters Health) – Personen met een hoge cholesterolspiegel zijn meer geneigd om peespijn of een veranderde peesstructuur te hebben, volgens een nieuwe review.
"De meest interessante bevinding was dat het patroon van cholesterolveranderingen dat waargenomen werd bij tendinopathie, vergelijkbaar was met het profiel dat het risico op cardiovasculaire ziekten verhoogt," verklaarde de coauteur Dr. James E. Gaida van de University of Canberra en Monash University in Australië, via email aan Reuters Health.

 

"Het lijkt erop dat wat slecht is voor uw hart, ook slecht is voor uw pezen."


Dr. Gaida en zijn coauteurs herbekeken 17 studies die de cholesterolspiegels of het gebruik van cholesterolverlagende geneesmiddelen en de peesstructuur of –pijn van de deelnemers beschreven. Globaal hadden de studies betrekking op meer dan 2000 personen. In de studies die ze analyseerden, hadden de personen met een veranderde peesstructuur of peespijn een significante hogere totale cholesterol, LDL (low-density lipoprotein)-cholesterol en triglyceriden, alsook een lagere HDL (high-density lipoprotein)-cholesterol.


"Cholesterol wordt afgezet in de peesmatrix wanneer zijn spiegel in het bloed hoog is," noteerde Dr. Gaida. Onderzoekers stellen dat de cholesterolafzettingen leiden tot inflammatie van de pezen, wat leidt tot structurele veranderingen, die de zone kwetsbaar maken voor letsels en pijn, noteerde hij. Maar de resultaten kunnen niet bewijzen dat een hoge cholesterol peesproblemen veroorzaakt. Inderdaad, peesletsels kunnen de fysieke activiteit beperken, wat een invloed kan hebben op de cholesterol, zodat het verband ook omgekeerd zou kunnen zijn, noteren de auteurs op 15 oktober online in de British Journal of Sports Medicine. "De pijn is wellicht te wijten aan de ophoping van cholesterol, hoewel de ophoping van cholesterol ook een genetische component kan hebben," verklaarde Dr. Louis J. Soslowsky, directeur-oprichter van het Penn Center for Musculoskeletal Disorders aan de University of Pennsylvania, die niet deelnam aan de nieuwe review. "Het verband tussen cholesterol en tendinopathie vereist verder onderzoek, onder meer naar de vraag of de verlaging van de lipiden via leefstijlveranderingen, zoals een dieet en lichaamsbeweging, peespijn zou kunnen helpen behandelen," noteerde Dr. Gaida. "Het belangrijkste voordeel van het identificeren van een link tussen cholesterol en tendinopathie ligt echter in het potentieel van de vroegtijdige detectie van een hoge cholesterol en de aanpak van het cardiovasculair risico bij personen die consulteren met peespijn," noteerde hij. "Er zijn sommige gegevens die aantonen dat statines pees- en spierpijn doen toenemen; bijgevolg, hoewel de verlaging van de cholesterol wellicht helpt om peesletsels te voorkomen en de peesheling te verbeteren, is haar rol op de pijn niet zo duidelijk," verklaarde Dr. Soslowsky.


Dr. Gaida verklaarde dat artsen moeten overwegen om personen met peespijn te screenen voor een hoge cholesterol. Personen die meer aan sport doen nadat ontdekt werd dat ze een hoge cholesterol hebben, zouden dit geleidelijk moeten doen zodat hun pezen de tijd hebben om zich aan te passen, aldus Dr. Gaida.

 

Auteur: Kathryn Doyle

 

Rugpijn en chirurgie: welke behandeling geniet de voorkeur? (KCE rapporten)

BRUSSEL 29/10- Rugklachten behoren tot de vaakst voorkomende gezondheidsproblemen. Wanneer de pijn een tijd aansleept, wordt er soms een rugoperatie voorgesteld, met de hoop dat dit genezing zal brengen. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht twee soorten ingrepen aan de ruggenwervels. Bij de ene worden pijnlijke breuken behandeld, bij de andere worden beschadigde tussenwervelschijven vervangen. Geen van beide technieken beantwoordt volledig aan de verwachtingen.


Rugklachten behoren tot de vaakst voorkomende gezondheidsproblemen: in de  gezondheidsenquête die in 2013 werd gehouden door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP) verklaarde 1 Belg op 5 een probleem te hebben aan de rug, en 1 op 8 aan de nek. Wanneer de pijn, ondanks de klassieke behandelingen, een tijd aansleept, wordt aan sommige mensen een rugoperatie voorgesteld, met de hoop dat dit hen zal genezen. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) publiceert vandaag twee rapporten over twee soorten rugingrepen. Bij de ene worden pijnlijke breuken aan de ruggenwervels behandeld, bij de andere worden beschadigde tussenwervelschijven vervangen.


Inspuiten van de wervel met cement

Vertebroplastie en kyphoplastie zijn twee technieken voor de behandeling van pijnlijke wervelbreuken, die meestal worden veroorzaakt door osteoporose. Bij beide behandelingen wordt een soort cement ingespoten. In het geval van vertebroplastie gebeurt de injectie rechtstreeks in de gebroken wervel, terwijl men bij kyphoplastie eerst een ballonnetje in de ingedeukte wervel inbrengt en opblaast, en vervolgens die holte met cement opvult. De terugbetaling van deze technieken is verschillend: de cement wordt in de twee gevallen terugbetaald (82 €), maar de kits voor vertebroplastie (± 500 €) en voor kyphoplastie (± 4 000 €) niet. Het ereloon van de arts wordt terugbetaald bij kyphoplastie (± 300 €), maar niet bij vertebroplastie.


Weinig verschil tussen beide technieken …en met placebo

Uit de analyses van de wetenschappelijke literatuur stelden de KCE-onderzoekers vast dat de werkzaamheid van de twee technieken nauwelijks verschilt. Op korte termijn verlichten ze allebei de pijn en verbeteren ze de levenskwaliteit … maar ditzelfde resultaat wordt ook verkregen na een gesimuleerde interventie (inspuiting van een lokale verdoving). Daarom pleit het KCE voor bijkomende studies om de sub-groepen van patiënten te identifiëren, die echt baat zouden hebben bij één van deze ingrepen, en om alleszins voor beide interventies hetzelfde terugbetalingstarief te gebruiken.


Vervanging van de tussenwervelschijven

De tussenwervelschijfprothesen zijn bedoeld ter vervanging van de kraakbeenschijven tussen de  wervels wanneer deze aangetast zijn en problemen veroorzaken. Het gaat dan vooral over pijn door aangetaste tussenwervelschijven aan de nek of de lage rug. Ze zijn een alternatief voor de klassieke behandeling van wervelfusie (arthrodese). Daarbij worden twee of meer wervels aan elkaar vastgehecht, met als doel de druk en de daarmee gepaard gaande pijn op de zenuwwortels te verlichten. Ook hier is er een verschil in de terugbetalingen : de lagerugprothesen worden terugbetaald (1.800 €), de prothesen voor de nek (prijs ongeveer 2.500 €) niet.


Geen merkbare verbetering

Theoretisch heeft de prothese het voordeel dat de beweeglijkheid van de wervels behouden blijft. Maar opnieuw konden de onderzoekers geen betrouwbaar bewijs vinden dat de prothesen beter zijn dan een wervelfusie. De prothesen verminderen wel de pijn, maar niet meer dan bij de klassieke wervelfusie. Dat werd ook bevestigd door de clinici die deelnamen aan deze studie. De conclusie van het KCE is daarom dat er onvoldoende argumenten zijn om de onvoorwaardelijke terugbetaling van deze prothesen aan te bevelen. Ongeacht de interventie waarvoor uiteindelijk wordt gekozen, is het ook belangrijk dat de zorgverlener de patiënt informeert over de voor-en nadelen van elke optie, en van de uiteindelijke kost voor de patiënt.


De technologische evaluatie, niet alleen een besparingslogica

In de meeste Europese landen nemen wetenschappelijke agentschappen, zoals het KCE, de nieuwste medische technologieën die op de markt worden gebracht, kritisch onder de loep. Deze agentschappen, die met elkaar samenwerken, hanteren zeer nauwgezette methodologieën en geven advies over medische behandelingen. Uit hun studies blijkt dat sommige van die interventies een werkelijke meerwaarde bieden voor de gezondheidszorg, andere dan weer veel minder of zelfs helemaal niet. De beleidsmakers kunnen zich op deze adviezen baseren bij hun beslissing om behandelingen terug te betalen, of niet. Op die manier wordt het (beperkte) budget van de gezondheidszorg zo correct mogelijk aangewend. Artsen en hun patiënten kunnen op die manier ook goed geïnformeerd  voor de meest geschikte behandeling kiezen.
Bron: KCE

 

Video: zo belangrijk is een goede houding

Je postuur is meer dan een esthetisch visitekaartje: een slechte houding zorgt voor heel wat meer ongemakken dan een stijve nek of pijnlijke schouders. "Recht je rug, schouders naar achter, kantel je bekken, stop met hangen!" Vandaag de dag zijn de tien geboden gereduceerd tot vier, maar ze zijn er daarom niet minder makkelijk op geworden. Hoe vaak hoor jij immers dat je rechter moet staan of voel je zelf dat je zithouding niet optimaal -maar wel comfortabel- is? Nu de meeste job bestaan uit 'achter een computer zitten' en Whatsapp ons dwingt om ons leven voorovergebogen door te brengen "want ze kunnen zien wanneer ik een bericht gelezen heb en niet antwoord, mama!" is onze houding er niet op vooruitgegaan. Esthetisch ongemakje, mag je dan wel denken, maar deze TedEd video toont aan dat een slechte houding niet alleen zorgt voor fysieke, maar ook voor emotionele stabiliteit. Een verkeerde houding kan bovendien gelinkt worden aan spanningshoofdpijn en vermoeidheid.

 

 

 

De zit-epidemie: zijn stoelen en sofa's stille moordenaars?

Stoelen en sofa's zijn onze stille moordenaars. Dat beweert 'wandelgoeroe' James Levine. Recente studies lijken hem gelijk te geven: langdurig zitten verhoogt het risico op diabetes, hartinfarct, kanker en een vroege dood. Sporten helpt niet. Alleen rechtop staan kan ons redden. 'Het is niet voor niets dat ons lichaam voor de helft uit benen bestaat.'
De Amerikaans-Britse professor James Levine is een man met een missie. Sinds enige tijd voert de vijftigjarige endocrinoloog een ware kruistocht tegen de gevaren van het zitten. Want volgens hem is zitten erger dan roken en zijn stoelen en zetels schadelijker dan asbest. Hij noemt die meubels zelfs 'levensgevaarlijk, eropuit om ons te vermoorden'.
Dat inzicht kreeg Levine voor het eerst tien jaar geleden, toen hij tijdens een van zijn onderzoeken vaststelde dat mensen met zwaar overgewicht elke dag twee en een half uur langer neerzaten dan hun slanke soortgenoten. De tot dan aan zijn bureaustoel geklonken professor schrok zo erg van die vaststelling, dat hij opstond, drie kwartier ging wandelen en ondertussen nadacht over hoe hijzelf de dag actiever door kon komen. Toen hij terugkwam op kantoor, zette hij zijn computer op een lessenaar en schoof er een loopband voor. Vandaag doceert hij aan de Mayo Graduate School of Medicine in Phoenix in de staat Arizona, schrijft hij boeken over de dodelijke risico's van zitten, roept hij iedereen op om sofa en stoel radicaal af te zweren en een sedentair bestaan in te ruilen voor een rechtopstaand.

Blitse loopschoenen
'De mens is van nature een wandelaar. Het is niet voor niets dat ons lichaam voor de helft uit benen bestaat', stelt professor Levine. Zelf zit hij geen moment meer stil. Zijn studenten noemen hem 'de wandelgoeroe'. Onder zijn pak en das draagt hij standaard een paar blitse loopschoenen. 'Moderne mensen zijn verslaafd aan zitten, maar we zijn niet ontworpen om een godganse dag op onze luie kont door te brengen. Het gaat al fout 's morgens aan de ontbijttafel, daarna kruipen we achter het stuur van de auto of nemen we de trein naar het werk en zitten we weer neer. Dan komen we aan op kantoor en het eerste wat we doen is onze stoel vanonder ons bureau rollen om opnieuw te gaan zitten. 's Avonds ploffen we in onze sofa en kijken we tv. De doorsnee Amerikaan zit meer dan 13 uur per dag, slaapt 8 uur en beweegt 3 uur. Mensen die al een hele dag op kantoor zitten, zijn meer dan anderen geneigd om ook hun vrije tijd zittend door te brengen.'
Vroeger was het beter. James Levine: 'Tweehonderd jaar geleden leefde negentig procent van de bevolking in landbouwgemeenschappen. Ze bewogen de hele dag en zaten amper drie uur, vijf keer minder dan vandaag. De industriële revolutie zorgde voor een radicale ommekeer: meer dan de helft van de wereldbevolking verstedelijkte en dat aantal neemt alleen maar toe. In de jaren veertig van de vorige eeuw deed naast de geautomatiseerde fabriek ook het 'moderne kantoor' zijn intrede. Sindsdien werkt bijna iedereen zittend. Het aantal sedentaire jobs is vanaf 1953 met 83 procent toegenomen. Vandaag hebben onze kinderen een tablet en Facebookaccount en spenderen ze hun schooltijd en vrije tijd op een stoel achter een scherm.'

De 'zitziekte'
Al dat zitten leidt volgens Levine onvermijdelijk tot de fatale 'zitziekte', met als mogelijke gevolgen: obesitas, hoge bloeddruk, diabetes, kanker of depressie.

Op 15 maart van dit jaar stelde hartspecialist Jacquelyn Kulinski op het jaarlijkse congres van de Amerikaanse cardiologen in San Diego de resultaten voor van een uitgebreid onderzoek naar het verband tussen zitten en hartziekten. 'Het meest opvallende resultaat is dat je kransslagaders sneller dichtslibben als je veel zit en toch voldoende aan sport doet, dan wanneer je minder zit en minder sportief bent', zegt ze. Een mens van middelbare leeftijd zonder hartziekte die een uur lang zit, heeft volgens Kulinski 14 procent meer kans op aderverkalking dan een leeftijdsgenoot die datzelfde uur recht blijft staan.
Haar collega David Alter van de universiteit van Toronto publiceerde een paar maanden eerder in het wetenschappelijk tijdschrift Annales of Internal Medecine een literatuurstudie over de risico's van zitten. Alter en zijn team namen 47 onderzoeken uit de hele wereld onder de loep. Hun conclusie luidt dat wie een hele dag zit, meer risico loopt op een hartziekte, diabetes, kanker en op een voortijdige dood dan mensen die het zitten tot een minimum beperken. Een dag in zittende houding op kantoor verhoogt de kans op diabetes met 90 procent en de kans op kanker of een hartziekte met 18 procent. 'De gemiddelde hedendaagse mens brengt meer dan de helft van de dag al zittend door', zegt Alter. 'Uit onze studie blijkt dat degenen die sporten het risico iets verminderen, maar het wordt pas echt stevig gereduceerd zodra ze het zitten drastisch inperken.'
Volgens Birgit Sperlich, sportwetenschapper aan de Sporthogeschool van het Duitse Keulen, heeft langdurig zitten vermoedelijk een nefast effect op de werking van het enzym lipoproteïnelipase. 'We denken dat urenlang zitten de werking van het enzym in de bloedvaten verstoort, waardoor de bloedvet- en glucosewaarden hoog oplopen met diabetes of aderverkalking als gevolg.'
Voor James Levine is de conclusie helder: 'Verban de stoel uit je kantoorleven en de sofa uit je privéleven, en werk en geniet alleen nog rechtopstaand.' Hijzelf wandelt acht uur per dag op zijn loopband aan zijn bureau. In de tuin van de school houdt hij wandelvergaderingen met zijn medewerkers en studenten. 'Sommigen verklaren ons geschift, maar onze vergaderingen verlopen altijd zeer efficiënt.'

Welles-nietes
Katrien De Cocker voert aan de vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de UGent onderzoek naar onze 'fysieke activiteit, fitheid en gezondheid' en bestudeert onder andere strategieën om mensen minder te laten zitten op hun werk. James Levine's stelling dat zitten het nieuwe roken is, vindt ze voorlopig lichtjes overdreven. 'Er zijn een aantal gelijkenissen te bespeuren in de manier waarop voor- en tegenstanders van roken vroeger en zitten nu een welles-nietesdiscussie voeren', zegt ze. 'Eerst was roken geen probleem en later wel. Dat zien we momenteel ook bij het zitten. Af en toe verschijnt een studie die doet vermoeden dat zitten ongezond zou kunnen zijn. Sommige wetenschappers zijn daar nog niet van overtuigd, anderen staan al volop op de barricaden. Alleen nieuwe onderzoeken zullen de volgende jaren uitsluitsel geven.'
Iedereen lijkt het er toch over eens te zijn dat lang zitten niet gezond is? Katrien De Cocker: 'De eerste onderzoeken wijzen inderdaad op een link tussen zitten en diabetes, obesitas en sommige kankers. En er lijkt ook een verband te zijn tussen veel zitten en vroegtijdige sterfte. Maar hoe sterk die verbanden precies zijn, is niet duidelijk. De bestaande onderzoeken maken bijvoorbeeld vergelijkingen tussen mensen die meer, en mensen die minder dan vier uur per dag zitten. Minder dan vier uur kan dan zowel één, twee of drie uur zijn, en meer dan vier uur kan oplopen tot tien uur. Op dit moment kunnen we uit geen enkele studie afleiden wat de verhouding is tussen het aantal zituren en de kans op een aandoening. Al heeft een grote Australische studie ondertussen wel aangetoond dat het risico op vroegtijdig overlijden sterk stijgt als je meer dan acht uur per dag zit, onafhankelijk of je op andere momenten van de dag weinig of veel beweegt. Uit een van onze studies blijkt alvast dat de Vlamingen ongeveer 55 procent van hun 'wakkere tijd' al zittend doorbrengen.'

Uit balans
In 2011 brachten onderzoekers van de universiteit van Sydney 'de wereldwijde zit-epidemie' in kaart. Ze vergeleken de zitfrequentie van de inwoners van twintig landen. 'Winnaars' zijn Japan, Noorwegen, Taiwan en Saudi-Arabië: meer dan een kwart van hun inwoners brengen meer dan 9 uur per dag al zittend door. De Columbianen, Brazilianen en Portugezen zitten het minst: gemiddeld net geen drie uur per dag. Van de Belgen zit 20 procent meer dan 9 uur per dag, ruim 19 procent zit tussen 6 en 9 uur, 44 procent zit tussen 3 en 6 uur en de rest zit minder dan 3 uur per dag. Met die resultaten bevindt België zich in het midden van de onderzochte landen.
Begin dit jaar publiceerde de Duitse verzekeraar DKV in samenwerking met de Sporthogeschool van Keulen het gezondheidsrapport van onze oosterburen. In dat rapport ging heel wat aandacht naar de wijdverspreide zitcultuur, die bij ons allicht niet veel anders is. Hoe jonger, hoe meer er gezeten wordt. Amper de helft van de schoolgaande kinderen wandelt of fietst naar school, drie vierde van de zes- tot twaalfjarigen hebben een televisie op hun kamer en in het weekend kijkt 37 procent van alle kinderen twee uur per dag naar tv. 20 procent kijkt zelfs langer dan drie uur. De leeftijdscategorie van 18 tot 29 jaar zit elke dag gemiddeld 3 uur en een half op het werk, drie kwartier in de auto of op het openbaar vervoer, 95 minuten voor het computerscherm, 97 minuten in de zetel voor tv en 107 minuten op restaurant of café. 'Jongvolwassenen halen makkelijk negen zituren per dag', concludeert Birgit Sperlich die aan het rapport meewerkte. 'Een ramp', vindt James Levine. 'Door lang te zitten, raakt hun lichaam uit balans. Hun spieren verbruiken geen energie meer, hun insulinereceptoren blokkeren, de bloedsuikerspiegel stijgt, net als het bloedvet. Hun botten worden poreus, hun hormonenhuishouding raakt verstoord en hun ruggengraat overbelast.'

Fietsen op het werk
'Ideaal is om minstens 30 minuten per dag matig intensief te bewegen', zegt Katrien De Cocker. 'Maar dat heeft alleen zin als je niet de rest van de dag op een stoel of in de zetel zit, want dan blijf je een verhoogd risico hebben op een aandoening zoals diabetes. Het verstandigste is: zo weinig mogelijk zitten en zo veel mogelijk bewegen. Ook je zitpatroon is belangrijk: zit niet acht uur ononderbroken achter je bureau, maar sta om het halfuur op en maak even een korte wandeling. Die korte onderbrekingen hebben een aantoonbaar gunstige invloed op de vet- en glucosewaarden in het bloed.'
Is het een goed idee om in de geest van James Levine onze werkplek radicaal om te bouwen en alle stoelen te verbannen? 'Het voordeel van een omgebouwde werkomgeving is dat mensen niet meer hoeven te piekeren over een aanpassing van hun gedrag. Als de bureaus vervangen worden door zit/sta-bureaus wijzigen mensen vanzelf hun zit- in een stahouding. Tredmill desks of peddle desks gaan nog een stap verder. Tijdens het werk aan je bureau word je dan verplicht om te wandelen of te fietsen. In een gewone zittende houding bevinden we ons in een sedentaire staat: dat wil zeggen dat ons energieverbruik laag is en enkel onze organen aan de praat houdt. Door te fietsen of te wandelen aan ons bureau overstijgen we het sedentaire en schiet ons energieverbruik de hoogte in.'

Als we fietsen zitten we toch ook? 'Door te fietsen, activeer je de spieren in je bovenbenen. Proeven hebben aangetoond dat vooral het gebrek aan spieractiviteit in de bovenbenen voor slechtere bloedwaarden zorgt. Als onze bovenbeenspieren voldoende werken en als we genoeg energie verbruiken, herstellen we het suikerniveau en de vetwaarden in ons bloed.'

Minder productief
Als antizitpaus James Levine gelijk heeft en zitten nog schadelijker is dan roken, zitten we met een gigantisch probleem. 'We leven in een zitcultuur waar voorlopig niemand zich echt vragen over lijkt te stellen', stelt Katrien De Cocker vast. 'Op alle plaatsen waar mensen even moet wachten, staan stoelen klaar. Onze vrije tijd brengen we ook zittend door. Het zitten verbieden, is onmogelijk. We kunnen het niet wegdenken uit onze maatschappij, maar we moeten iedereen er wel bewust van proberen te maken dat het verstandig is om af en toe voor beweging te kiezen in plaats van voor de luie stoel. Wij proberen de zitcultuur in een aantal bedrijven aan te pakken, maar dat is niet vanzelfsprekend. Het is lastig om dat idee van minder zitten ingang te doen vinden. Veel werknemers zijn bang dat ze als minder productief zullen overkomen bij hun baas als ze te veel rondwandelen. Ze voelen zich onwennig wanneer ze rechtopstaand telefoneren of al wandelend vergaderen. Voorlopig kiezen ze er voor om braaf op hun stoel te blijven zitten, veilig verstopt achter hun beeldscherm.'

 

Tips om de zittijd te verminderen:

- Sta om het half uur op en wandel een paar minuten rond.
- Telefoneer al wandelend.
- Installeer de printer zo ver mogelijk van uw bureau vandaan.
- Vervang uw bureau door een zit/sta-bureau.
- Houd uw koffiepauzes al staande.
- Wandel tijdens het vergaderen.
- Neem zo veel mogelijk de fiets of ga te voet.
- Wees blij wanneer alle zitplaatsen op de bus bezet zijn.
- Wacht in het station rechtopstaand op uw trein.
- Ruil uw computertijd in voor wandeltijd.
- Rij met de fiets naar het dorp of de stad om te gaan shoppen.
- Spreek met uw vrienden af op café of in de sportclub in plaats van op Facebook.
- Maak tijdens de reclameblokken een wandelingetje door het huis, maar laat de chips en borrelnootjes links liggen.
- Zet de tv uit als u de neiging voelt om te beginnen zappen.
- Vervang het café- of restaurantbezoek met vrienden af en toe door een fikse boswandeling.
- Ga tussen twee gangen op restaurant of rondjes op café door buiten bij de rokers een praatje slaan maar laat de sigaret wijselijk links liggen.

Bron: Knack

 

Zijn knie-operaties nutteloos bij kniepijn door artrose?

Oefeningen hebben evenveel effect bij kniepijn door artrose als een kijkbuisoperatie en zo'n operatie is niet zonder risico. Dergelijke operaties zijn nutteloos, stellen Deense onderzoekers.

 

Waar komt dit nieuws vandaan?

Kniepijn en functionele hinder in het kniegewricht op oudere leeftijd zijn veel voorkomende klachten, meestal te wijten aan (beginnende) artrose. Op een röntgenfoto zijn soms onregelmatigheden te zien, zoals meniscusletsels of losse fragmentjes die het gewricht kunnen blokkeren. Zeer veel mensen krijgen hiervoor een artroscopie: een kijkbuisoperatie van het kniegewricht waarbij losse stukjes of beschadigde randjes van de meniscus verwijderd worden. Over het nut van deze ingreep bestaat al lang twijfel. Deense onderzoekers brachten 9 goed uitgevoerde studies samen die de artroscopie vergeleken met placebo-ingrepen (kijkbuisoperatie waarbij de gewrichtsholte enkel gespoeld wordt), pijnstillers of oefeningen bij 1270 personen, tussen 49,7 en 62,8 jaar oud, met slijtagetekenen van de knie (dus niet als gevolg van een trauma). Hun analyse toont dat zowel oefentherapie als chirurgie de kniepijn verbetert gedurende 3 maanden tot 2 jaar na de interventie, met een licht voordeel voor de ingreep (1). Ook pijnstillers hebben een licht, voorbijgaand effect. Echter, na artroscopie treden soms ernstige verwikkelingen op, zoals diepe veneuze trombose (4,13 per 1000 artroscopies), longembolie (1,45 per 1000), infectie van het kniegewricht (2,11 per 1000) en overlijden (0,96 per 1000). De onderzoekers besluiten dat het zeer beperkte voordeel van chirurgie niet opweegt tegen de mogelijke complicaties voor mensen met slijtage van de kniegewrichten en dat oefenen daarom een beter alternatief biedt.

 

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?
Vanaf een zekere leeftijd tonen zowat alle knieën slijtagetekenen, zoals een onregelmatige meniscus of losse fragmentjes in het gewricht. Die vindt men niet alleen terug bij mensen met klachten van kniepijn en functionele hinder, maar ook bij mensen zonder knieklachten. Deze afwijkingen zijn dan ook moeilijk te beoordelen.
Kinesitherapie, oefenprogramma’s om de pijn te verlichten en het lichamelijk functioneren te verbeteren, is effectief bij kniepijn door artrose. Voor mensen met knie-artrose werkt een half uur intensief bewegen per dag (vb fietsen) pijnstillend en functie-verbeterend. Uit een recent overzichtsonderzoek over oefenen bij knieartrose, blijken zowel de pijn als het functioneren duidelijk te verbeteren (2).

 

Conclusie
Bezin eer je onder het mes gaat voor knie-artrose. Deense onderzoekers stellen vast dat regelmatig oefenen een gelijkaardig effect heeft op de pijn en de bewegingsbeperking in vergelijking met een kijkbuisoperatie bij mensen met slijtagetekenen van de knie. Een chirurgische ingreep houdt bovendien een risico op complicaties in.

 

Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

 

Bevallingsverlof

Van 14 mei 2015 tem 31 aug 2015 zal ik niet aanwezig zijn in de praktijk wegens bevallingsverlof.

Vanaf 1 september sta ik opnieuw klaar om u te helpen!

Groeten, Lucia

 

Troost: niet doorslapen heeft voordelen voor je baby


10-04-15, 18.00u - Lynn Formesyn - Bron: Journal of Developmental and Behavioural Pediatrics


"Hoe gaat het met de baby, slaapt hij al door?", is vermoedelijk de meest afgezaagde vraag die jonge ouders te horen krijgen. Je zou voor minder beginnen twijfelen of het wel normaal is dat jouw kindje meermaals per nacht wakker wordt. Het antwoord (of je het nu wil of niet): ja, en het heeft zelfs voordelen.
Volgens professor zuigelingenzorg en ontwikkelingspsychologie Peter Fleming (Bristol University) zijn baby's niet gemaakt om lange perioden te slapen. Het zou zelfs helemaal geen voordelen hebben, integendeel. De gedachte dat baby's een hele nacht moeten doorslapen is dan ook een uitvinding van de twintigste eeuw.


Slaapobsessie
Nooit eerder kampten zoveel mensen met slaapproblemen en burn-outs. Er is geen ruimte voor vermoeidheid in een maatschappij waarin meer en meer gezinnen moeten knokken om de eindjes aan elkaar te knopen, en waar ze snel terug moeten gaan werken om de boel draaiende te houden. Het is bijgevolg niet verwonderlijk dat ook de verwachtingen over de nachtrust van kinderen compleet onrealistisch zijn.
"Je mag niet vergeten dat de maatschappij veel sneller evolueert dan biologie. Een slaappatroon dat meer dan een half miljoen jaar nodig gehad heeft om zich te ontwikkelen kan niet gewoon omgedraaid en genegeerd worden. Zeker wanneer daar geen voordelen aan vasthangen", stelt Fleming.


Slaapcyclus
Het slaappatroon van baby's is tijdens de eerste maanden pure chaos. In de baarmoeder krijgt een kind het slaapregulerende hormoon melatonine via de placenta, maar eens uit de buik moet het plots op eigen houtje een slaapwaakpatroon opbouwen, en dat vraagt tijd. Het verschil tussen dag en nacht is met andere woorden nog ongekend en de slaapcycli zijn bovendien een pak korter dan bij volwassenen. Het duurt naar schatting minstens vier maanden vooraleer je van een bioritme mag spreken. Er wordt zelfs geopperd dat de interne klok van een kind pas echt op punt staat wanneer het naar school begint te gaan.


Pienter
Over het algemeen zijn kindjes het liefst wakker en alert tussen zes uur 's avonds en middernacht omdat ze dan veel meer aandacht kunnen krijgen van hun ouders, die 's avonds minder afgeleid (horen te) zijn. "Het is compleet normaal en zinvol, alleen past het niet in de 21ste-eeuwse verwachtingen", aldus Fleming.
Wie zat te wachten op de voordelen van ononderbroken nachten: hier zijn ze. Studies wijzen uit dat er een sterke link bestaat tussen een betere ontwikkeling, zeker op vlak van intelligentie, en nachtelijke verzorging. De constantere stroom van voedingsstoffen naar het brein, die niet onderbroken wordt voor zeven uur (of langer), doet dus wonderen voor je kind. Verder blijkt uit onderzoek dat baby's die dichtbij hun ouders vertoeven en wiens noden de klok rond beantwoord worden, meer empathie hebben, minder vatbaar zijn voor depressie en beter in zelfregulering. Zuigelingen langdurig laten huilen, zorgt daarentegen voor onnodig en ongezond veel stress.


Troost
Je bent dus geen softie wanneer je als ouder onder de lakens uitspringt om jouw kleine spruit met veel liefde te sussen, opnieuw in slaap te wiegen, aan de borst te leggen of gezellig (en veilig) mee in bed te nemen. Je werkt op die manier ook geen verwend nest in de hand, maar wel de ontwikkeling van een gerust en gehecht kind dat vol vertrouwen kan groeien, om zo op termijn zelf troost te vinden en slapen te zien als iets fantastisch, net als jij. Toegegeven, er zijn momenten dat je lijf van pure vermoeidheid aan je bed genageld lijkt, en je met heel wat minder enthousiasme pijnlijke krampen probeert te verzachten, luiers verschoont of (borst)voeding geeft. Het maakt je echter geen minder goede ouder, het is gewoon menselijk.


Norm
Fleming raadt dan ook aan om je kind dicht in de buurt te laten slapen. "De gedachte dat een bed delen met je baby verkeerd of abnormaal zou zijn, is gewoon onzin. Ongeveer negentig procent van zuigelingen op deze wereld slaapt zo, en sinds duizenden jaren is het in feite de norm", oppert hij.


Contact
Wanneer we terugkijken naar de geschiedenis van de mens, hebben baby's hun dagen altijd dicht en in quasi continu contact met hun ouders (vooral moeders) doorgebracht. Ze werden overal meegedragen. "Baby's slapen ook in een draagdoek (of ergonomische drager, red.) wanneer ze daar nood aan hebben en worden vanzelf terug wakker wanneer het moet. Voor ontelbaar veel kinderen op deze aardbol is dat vandaag nog steeds het geval. Bij zuigelingen die constant bij hun moeder zijn, is de obsessie met doorslapen gewoon onbestaand", gaat hij verder. Uiteraard beseft Fleming dat dit voor voltijds werkende ouders geen optie is, maar een gulden middenweg kan altijd. Door te kiezen voor maximaal contact op momenten dat het wél kan, maak je al heel veel goed. Het echte probleem ligt dus niet bij de natuurlijke slaapcyclus van baby's, maar wel bij de keiharde druk die op ouders wordt gelegd om een "goede" slaper te hebben.

 

Fysiotherapie even goed als chirurgie voor gewone rugpijn

(Reuters Health) – Fysiotherapie kan even doeltreffend zijn als chirurgie om de symptomen van lumbale wervelkanaalstenose, een frequente oorzaak van zenuwletsels en lagere rugpijn bij oudere mensen, te verlichten, volgens een studie.
"Chirurgie is een riskantere procedure, met een complicatiepercentage van ongeveer 15%, en de helft van deze complicaties is levensbedreigend," verklaarde Dr. Anthony Delitto, voorzitter fysiotherapie aan de School of Health and Rehabilitation Sciences van de University of Pittsburgh. "Het is geen levensgevaarlijke procedure om fysiotherapie te doen." Lumbale wervelkanaalstenose kan leiden tot geknelde zenuwen, tintelingen, zwakte en verdoving in de rug en de onderste extremiteiten. De frequentie van de aandoening neemt toe met de leeftijd, en naar schatting 2.4 miljoen Amerikanen zouden deze aandoening hebben tegen 2021, volgens de American Academy of Orthopedic Surgeons. Delitto en zijn team proberen na te gaan of ze konden aantonen dat fysiotherapie, die veruit veel veiliger is dan chirurgie, even goed kan werken om de symptomen te verlichten.
Tussen 2000 en 2005 vroegen ze 481 patiënten die instemden voor chirurgie of ze wilden deelnemen aan een studie waarin ze gerandomiseerd zouden worden om een operatie te ondergaan of fysiotherapie te ontvangen. De meeste weigerden, om niet toegewezen te worden tot de niet-chirurgische groep, maar 169 patiënten stemden toe om deel te nemen aan het experiment. Tenslotte ondergingen 87 patiënten een chirurgische ingreep en 82 werden toegewezen tot fysiotherapie. In het begin van de studie waren de patiënten minstens 50 jaar. Ze moesten in staat zijn om minstens een kwart mijl te stappen zonder problemen en om geen onderliggende medische aandoeningen te hebben zoals dementie, een ernstige vaatziekte, kanker of een vroegere hartaanval. De meeste van hen waren sedentair of slechts licht actief, en ze waren typisch obees. De patiënten in de chirurgiegroep waren iets jonger, ongeveer 67 jaar gemiddeld, in vergelijking met de gemiddelde leeftijd van ongeveer 70 jaar voor de patiënten die fysiotherapie kregen. Het fysiotherapieschema bestond uit revalidatiesessies tweemaal per week gedurende 6 weken. De deelnemers konden stoppen met dit schema in het voordeel van chirurgie op om het even welk moment van de studie, en gedurende een gemiddelde follow-up van 2 jaar deden 47 van hen (of 57%) dit. Na 2 jaar was de reductie van de pijn en andere symptomen vergelijkbaar, ongeacht tot welke groep de deelnemers behoorden.
"De studie toont aan dat zowel chirurgie als fysiotherapie redelijke keuzen zijn; de persoon die één van beide opties kiest, zal hetzelfde eindresultaat bereiken na één of twee jaar," verklaarde Dr. Jeffrey Katz, directeur van het Orthopedic and Arthritis Center for Outcomes Research aan Brigham and Women's Hospital in Boston. Katz, die een editoriaal bij de studie schreef in de Annals of Internal Medicine, noteerde dat er nog steeds een rol is weggelegd voor de chirurgie bij de behandeling van lumbale wervelkanaalstenose. Maar het kan geen kwaad om eerst fysiotherapie te proberen, noteerde hij. Omdat zovele geschikte patiënten besloten om niet deel te nemen aan de studie, en omdat zovele patiënten die gerandomiseerd werden voor fysiotherapie, uiteindelijk chirurgie kozen, is er nog meer onderzoek nodig in een grotere groep patiënten om een volledig beeld van de voordelen van elke optie te krijgen, verklaarde Dr. James Weinstein, chief executive van Dartmouth-Hitchcock health system, die niet betrokken was bij de studie. Toch, "zou chirurgie de laatste optie moeten zijn," verklaarde Weinstein, hoofdauteur van een 2008 paper in de New England Journal of Medicine die aantoonde dat chirurgie effectiever is om de symptomen te verlichten dan niet-chirurgische alternatieven. Ondanks de kleine omvang van de huidige studie en het aantal patiënten die fysiotherapie vroegtijdig stopten, heeft het nog steeds zin om fysiotherapie uit te proberen voor chirurgie, verklaarde Dr. Richard Deyo, onderzoeker in rugpijn aan de Oregon Health and Science University, via email aan Reuters Health.
"Als ze later kiezen voor chirurgie, blijken de resultaten even goed te zijn als bij de patiënten die vroeger kiezen voor chirurgie," verklaarde Deyo, die niet betrokken was bij de studie. "Sommige patiënten zijn geneigd om te kiezen voor chirurgie omdat de ‘high tech' benadering definitiever, aantrekkelijker en sneller lijkt te zijn. Patiënten moeten echter beseffen dat ze waarschijnlijk fysiotherapie zullen nodig hebben, zelfs na een geslaagde chirurgische ingreep, en dat het herstel traag kan zijn."


07/04/2015 Auteur: Lisa Rapaport

 

Paracetamol: weinig efficiEnt voor lage rugpijn en slechts iets efficiEnter voor osteoartritis

(Reuters Health) – Mensen met lagere rugpijn of heup- of kniepijn zouden niet zoveel verlichting ondervinden van paracetamol (acetaminophen), volgens een review van vroegere onderzoeksgegevens. "Onze systematische review vond dat paracetamol ondoeltreffend is voor patiënten met lage rugpijn en slechts verwaarloosbare voordelen biedt voor patiënten met osteoartritis van de onderste ledematen," verklaarde de hoofdauteur van de studie, Gustavo Machado, onderzoeker aan het George Institute for Global Health in Sydney, Australië.
"Paracetamol is, indien correct gebruikt, één van de veiligste beschikbare geneesmiddelen voor de behandeling van pijn, maar als het verkeerd en overmatig wordt gebruikt, kan het echt gevaarlijk zijn en leiden tot ernstige en levensbedreigende complicaties," verklaarde Dr. Michael Hodgman, toxicoloog aan het Upstate New York Poison Center die niet betrokken was bij de studie, via email.
Machado en zijn team analyseerden de gegevens van 13 vroeger gepubliceerde studies die de veiligheid en de werkzaamheid van acetaminophen/paracetamol onderzochten voor rugpijn en osteoartritis. De onderzoekers evalueerden de effectiviteit van het geneesmiddel voor osteoarthritis van de heup of de knie in 10 studies die in totaal 3541 patiënten insloten. Ze bestudeerden ook drie studies van lage rugpijn bij 1825 deelnemers, gecombineerd. Alle studies, behalve één, hadden betrekking op tabletten of capsules, terwijl één studie de resultaten van intraveneus paracetamol voor deelnemers met lage rugpijn rapporteerde. In 10 studies was de dagelijkse dosering ongeveer 3900 tot 4000 mg/dag, terwijl drie studies ongeveer 3000 mg/dag bestudeerden.
In een gepoolde analyse vonden de onderzoekers dat paracetamol niet beter was dan placebo voor lage rugpijn en slechts iets beter voor osteoartritis, rapporteren ze op 31 maart online in de British Medical Journal. De onderzoekers bestudeerden ook de bijwerkingen in negen studies en vonden geen verschil tussen paracetamol en placebo. De gecombineerde resultaten van drie studies toonden echter aan dat het gebruik van paracetamol viermaal meer risico gaf op abnormale leverfunctietesten dan placebo.
"Er zijn enkele opkomende gegevens over risico's, die aantonen dat paracetamol geassocieerd is met een verhoogd risico op vroegtijdig overlijden, en cardiovasculaire, gastro-intestinale en nieraandoeningen," verklaarde Machado via email. Toch adviseren de klinische guidelines over de hele wereld het geneesmiddel meestal aan als een goede eerste keuze voor de behandeling van pijn in de veronderstelling dat het veilig, doeltreffend en goedkoop is, noteerde hij. Het team van Machado erkent enkele beperkingen in hun analyse, waaronder het gering aantal ingesloten studies en het ontbreken van een langetermijn follow-up.
De studie focuste ook op chronische pijn, en biedt geen inzicht in de manier waarop de geneesmiddelen werken voor acute pijn, noteerde Dr. Richard Dart, directeur van het Rocky Mountain Poison and Drug Center, via email. Dart, die niet betrokken was bij de studie, waarschuwde ook om niet te veel te focussen op de levertestresultaten in de studies, en hij noteerde dat er geen enkel geval van leverfalen werd gemeld. Bovendien moeten patiënten begrijpen dat paracetamol, in tegenstelling tot aspirine en niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen, niet ontworpen is om inflammatie te verlichten. Het is een "zwak anti-inflammatoir geneesmiddel maar een doeltreffend geneesmiddel tegen koorts, vooral bij kinderen," verklaarde Dr. Martin Wehling, managing director van het Institute of Experimental and Clinical Pharmacology and Toxicology aan de Universiteit van Heidelberg in Duitsland.
"Rugpijn heeft weinig te maken met inflammatie; daarom kan paracetamol/acetaminophen alleen werken bij niet-geïdentificeerde patiënten bij wie chronische processen osteoartritis kunnen veroorzaken, zelfs in de rug," verklaarde Wehling, die niet betrokken was bij de studie, via email. Volgens de experts kan het nuttig zijn dat patiënten lage dosissen paracetamol uitproberen om de pijn te verlichten en dit blijven innemen zolang als het werkt, op voorwaarde dat ze de aanbevolen dagelijkse dosis niet overschrijden. "Het is nog steeds een waardevol geneesmiddel omdat zijn toxiciteit meestal integraal beperkt is tot problemen van overdosering," verklaarde Wehling. "Als we minder gevaarlijke geneesmiddelen hadden, zouden we paracetamol/acetaminophen zeker verwijderen uit de guidelines, maar we hebben geen veiligere alternatieven."


09/04/2015 Auteur: Lisa Rapaport

 

Werkt andullatietherapie bij fibromyalgie en andere chronische aandoeningen?

 

Andullatietherapie maakt gebruik van massagematrassen die zouden helpen bij chronische lage rugpijn en fibromyalgie. Is dat effect bewezen?
Een andullatiematras is een soort gemotoriseerde matras die trillingen produceert en infraroodlicht opwekt. Home Health Products (HHP), de verdeler, stelt dat wie op de matras ligt mee trilt. Het infraroodlicht bevordert het diep binnendringen van de vibraties in het lichaam. Volgens de achterliggende theorie zouden onze cellen resonanties (microtrillingen) ervaren die nodig zijn voor het goed functioneren. Deze resonanties zouden vervolgens versterkt worden door de trillingen van de matras. De vibrerende zones genereren daarbij een verschillend effect op verschillende organen. Dagelijkse sessies van 15 tot 30 minuten worden aanbevolen. Andullatiematrassen worden verkocht voor een brede waaier van aandoeningen: chronische lage rugpijn, fibromyalgie, chronischevermoeidheidssyndroom, gewrichtsproblemen, spierziekten, neurologische aandoeningen en voor het verbeteren van de bloedcirculatie of het in balans brengen van de hormoonhuishouding. Een andullatiematras kost tussen 2900 en 3800 euro.
Over deze andullatiematrassen, die sinds 2001 gecommercialiseerd worden, bestaat eigenaardig genoeg geen onderbouwd klinisch wetenschappelijk onderzoek. Een rondvraag bij wetenschappers van de KU Leuven leert dat een spin-off van de universiteit de andullatiematrassen wel getest heeft op veiligheid: de vibraties hebben waarschijnlijk geen nadelige effecten op de gezondheid, maar uitgesloten is dit niet. Theoretisch kunnen trillingen wel gevaarlijk zijn voor mensen met hart- of bloedvatproblemen, recente breuken of schroeven of platen in het bot (3). Wat de zogenaamde heilzame effecten betreft, nemen wetenschappers afstand: er is tot op heden geen enkel bewijs voor de genoemde gezondheidsbeweringen. Op diverse websites die andullatietherapie aanbevelen, lezen we bovendien dat andullatie geen behandeling is op zich en geen arts kan vervangen, waarmee de verdelers zich juridisch indekken tegen klachten van ontgoochelde klanten.


Hoe kunnen we dit interpreteren?
Andullatie, de combinatie van infraroodlicht en vibraties, is gebaseerd op het idee dat ons lichaam gezond blijft dankzij resonanties (microtrillingen) van onze cellen. Deze hypothese is echter niet gebaseerd op wetenschap, waardoor de gezondheidsbeweringen een basis missen.
Terwijl de matrassen al meer dan 10 jaar verkocht worden, is er tot op heden nog geen goede vergelijkende, klinische studie uitgevoerd, terwijl dit toch makkelijk zou kunnen. Dat doet de wenkbrauwen fronsen. Men zou bijvoorbeeld de effecten op lage rugpijn of fibromyalgie van een warm bad en van een andullatiematras met elkaar kunnen vergelijken. Of de resonanties van de matras veranderen en vervolgens evalueren of het effect voor de patiënt wijzigt.

 

Waarom gebeurt dit niet?
De vele getuigenissen (doorgaans aangebracht door de verkoper) van mensen die zich beter voelen dankzij hun matras, tonen wel dat een andullatiematras een kortdurend gunstig effect kan hebben, wat ook aannemelijk is. Zachte massage werkt zeer relaxerend en doet goed. Maar een warm bad, een sauna of een wandeling in het bos doet ook deugd. Het is niet aangetoond dat andullatietherapie hier een meerwaarde biedt.
Tenslotte hebben we bedenkingen bij de verkoop van dure matrassen zonder wetenschappelijk bewezen effect op ziekten en aandoeningen, vaak aan mensen die het financieel al moeilijk hebben, zoals patiënten met chronische pijn of fibromyalgie.


Conclusie
Andullatiematrassen oefenen een licht masserende werking uit, wat ongetwijfeld kortstondig deugd kan doen, maar voor andere gezondheidsbeweringen, zoals duurzame effecten bij fibromyalgie of lage rugpijn, bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs. Vraag daarom steeds advies aan je arts of kinesitherapeut vooraleer je dergelijke aanschaf overweegt.


Referenties
(1) http://www.gezondheidenwetenschap.be/onderwerpen
(2) http://www.hhpsverige.se/wp-content/uploads/2014/09/07_02_04_Report_HHP_massage_mattressleuven-0.pdf
(3) http://skepp.be/nl/apparatuur/andullatie-matras

 

UZ Leuven behandelt als eerste in BelgiE scoliosepatientje met magnetische groeistaven

LEUVEN 19/03 - Artsen in het UZ Leuven hebben voor het eerst in België een kind met ernstige scoliose behandeld met magnetische groeistaven die in de wervelkolom worden aangebracht. De techniek, die het betrokken kind een vijftal operaties en hospitalisaties bespaart, wordt onder meer in Engeland en Luxemburg al enkele jaren gebruikt. Alhoewel de techniek minder kost in vergelijking met de operaties, wordt ze in België nog niet terugbetaald.
Scoliose is een verkromming en verdraaiing van de ruggengraat. Een volwassene met ernstige scoliose kan behandeld worden met een operatie waarbij staven en schroeven in de rug de wervelkolom definitief fixeren. Bij een kind is dat niet mogelijk, omdat het nog volop groeit. Daarom worden momenteel groeistaven gebruikt die kunnen meegroeien met de wervelkolom, maar dan moet het patiëntje wel om de zes maanden onder volledige narcose een operatie ondergaan.
De magnetische groeistaven maken die chirurgische ingrepen overbodig. Ze bevatten een magneet die tijdens een gewone consultatie uitwending gestimuleerd kan worden. "We sparen hiermee gemiddeld vijf operaties en bijhorende hospitalisatie uit. Het kind maakt ook minder kans op infectie. Omdat de meeste lijden aan een neuromusculaire aandoening zijn ze bovendien extra gevoelig voor narcose. Vele kinderen hebben ook een panische angst ontwikkeld voor de operatiezaal", aldus orthopedisch chirurg Pierre Moens. Hij hoopt dat het Riziv snel werk maakt van een terugbetaling van de techniek.
Gemiddeld 2 procent van de schoolkinderen heeft last van een milde of ernstige vorm van scoliose. De meesten kunnen geholpen worden met een korset. Enkele kinderen met een ernstige scoliose dienen te worden geopereerd.
In het UZ Leuven worden wekelijks 1 tot 2 kinderen met scoliose geopereerd. Jaarlijks komen hiervan 5 tot 10 patiëntjes in aanmerking voor magnetische groeistaven. Het gaat om kinderen met een neuromusculaire aandoening zoals spinale spieratrofie en kleuters bij wie de scoliose snel verergert en een korset niet werkt.
19/03/2015 Auteur: FUL Bron: Belga

 

Snelle buikspieren

Vergeet die crunches. Als je sneller, fitter en sterker wilt worden, moet je je bekkengebied trainen!

Tussen de vorige generatie topsporters zul je heel goed moeten zoeken naar elitelopers die aandacht besteedden aan hun buikspieren. Tegenwoordig is het bijna verplicht. Lolo Jones, wereldkampioene op de 100m horden, zegt daarover: ‘Mijn coaches hameren voortdurend op het belang van een goede conditie van het bekkengebied. We zijn er de hele tijd mee bezig.’ Dat komt omdat wetenschappers en coaches nu weten dat je zonder een goed getraind bekkengebied (de spieren in je (onder)buik, lage rug en billen) niet optimaal zult presteren. Je hebt het nodig om de stabiliteit, de kracht en het uithoudingsvermogen te leveren om goed heuvelop te lopen, naar de finish te sprinten en kilometer na kilometer efficiënt te blijven bewegen. Met een sterk bekkengebied volgt de rest vanzelf,. Het is de basis voor al je bewegingen, wat je hardloopniveau ook is.

Deskundigen hebben nauwkeurig in kaart gebracht op welke manier de hardloopbeweging een beroep doet op de kracht en stabiliteit van de grote bilspieren, de heupbuigers en de buikspieren die diep onder je sixpack liggen. Zij ontdekten dat het gebruik van deze spieren essentieel is voor hardlopers, voor een supersnelle eindsprint, maar ook om lange duurlopen goed vol te houden. Bovendien hebben ze passende oefeningen ontworpen gericht op het verstevigen van het bekkengebied. Alle hardlopers – van degenen die aan het herstellen zijn van blessures tot aan toplopers die jagen op een PR – kunnen profijt hebben van deze zorgvuldig opgezette benadering. Als alle spieren die je gebruikt bij het hardlopen worden ondersteund, en de spieren in de heupen en romp samenwerken, dan heb je minder last van blessures en kun je meer van het hardlopen genieten. Kwaliteitswerk aan het bekkengebied is niet gemakkelijk, maar ook niet tijdrovend. Het vereist niet meer dan een paar keer per week een kwartiertje tijd– een investering die zich dubbel en dwars terugbetaalt tijdens je trainingen. Vraag het maar aan Lolo Jones: zij doet zelfs in het rustseizoen drie keer per week haar oefeningen voor het bekkengebied, zodat ze bij wedstrijden de kracht en het uithoudingsvermogen heeft om haar status als Amerika’s top hordeloopster te verstevigen. ‘Als de kracht in mijn bekkengebied op zijn best is,’ zegt Jones, ‘dan kan ik efficiënter lopen en die extra scherpte vasthouden.

 

Tekst: Alyssa Shaffer - Door Redactie Runner's World

 

Lage rugpijn: de neuropathische component niet onderschatten

BRUSSEL 23/02 - Lage rugpijn is een zeer frequent probleem. De eerstelijnstherapie bestaat in paracetamol en NSAID’s, maar lage rugpijn is vaak te wijten aan nociceptieve én neuropathische componenten en die moet je dan ook tegelijkertijd aanpakken.


Met een goede anamnese kan je meestal de oorzaak van lage rugpijn achterhalen: fractuur, trauma, discushernia, radiculopathie, botmetastase, bacteriële infectie … Meestal leert een anamnese ook of het gaat om een neuropathische pijn (brandende pijn, gevoel van mieren, prikkelingen) dan wel een mechanische pijn door discuslijden (trekkingen of pijn die verandert bij verandering van houding). Standaardröntgenfoto's in staande houding geven al belangrijke biomechanische informatie. Andere beeldvormingsonderzoeken zoals een MRI brengen zelden meer bij. De eerstelijnstherapie bestaat klassiek in paracetamol, NSAID's en COX-2-remmers samen met een maagbeschermend middel bij oudere patiënten en patiënten met comorbiditeit.


Een gemengde pijn
Chronische lage rugpijn omvat een nociceptieve en een neuropathische component. Bij degeneratie van een tussenwervelschijf bijvoorbeeld treedt penetratie van pijnvezels op die worden samengedrukt. Dat veroorzaakt een neuropathische pijn. Het is belangrijk beide componenten te behandelen. De helft van de ouderen die NSAID's innemen wegens rugpijn, neemt die geneesmiddelen 3-6 maanden later nog altijd in. Dat wijst op residuele symptomen die niet verdwijnen met de behandeling. Vaak worden dan conform de Europese richtlijnen opiaten of zelfs antidepressiva voorgeschreven. Dat multifactoriële aspect van chronische lage rugpijn wordt vaak miskend en niet behandeld. Recente studies tonen evenwel aan dat 20-55% van de patiënten met een waarschijnlijkheid van meer dan 90% een neuropathische component vertoont, die de symptomen verergert.


Een meta-analyse van de behandelingen
Een overzicht van de literatuur die tussen 1990 en 2011 werd gepubliceerd,1 toont aan dat een combinatie van pregabaline en een COX-2-remmer of een opiaat efficiënter is dan een monotherapie en niet meer bijwerkingen veroorzaakt. Celecoxib alleen verlaagde de pijn met 12,4%, pregabaline met 10,4% en de combinatie van de twee verminderde de pijn met 38,2%. De pijn verminderde het sterkst (51,8%) met een combinatie van pregabaline + celecoxib bij patiënten met een LANSS-score > 12 (Leeds Assessment of Neuropathic Symptoms and Signs). De consumptie van pregabaline verminderde meer als het werd gecombineerd met celecoxib, dan als het in monotherapie werd gebruikt. De situatie is vergelijkbaar met pregabaline + buprenorfine: de score op de VAS verminderde sterk met de combinatie dan met buprenorfine alleen (p < 0,01).


Eenheid maakt macht
De combinatie pregabaline/celecoxib lost de symptomen beter op dan een monotherapie. De auteurs pleiten dan ook voor een multimodale aanpak op maat van lage rugpijn met een combinatie van geneesmiddelen met verschillende werkingsmechanismen om zowel de nociceptieve als de neuropathische component te beteugelen.

Referentie:
Romano CL, et al. Pain Res Treat 2012;2012:1547-81 Auteur: Dr Claude Biéva

 

Time and activity linked to back pain risk

Reuters Health - Factors that can trigger pain in the lower back include working in awkward positions, being distracted, and being physically or mentally tired, a new study shows.


"Back pain is a major public health concern," said Manuela Ferreira of The George Institute for Global Health at The University of Sydney, Australia, one of the study's authors. "It's among the leading causes of disability around the world." Ferreira and her colleagues interviewed nearly 1,000 people who developed sudden lower back pain in 2011 and 2012, asking whether they'd been exposed to any of 12 possible triggers in the two hours before their pain started. Overall, people were most likely to have sudden lower back pain in the morning. Manual tasks involving awkward positions were tied to an eight-fold increase in risk for lower back pain, the researchers found. Manual tasks involving objects away from the body, animals or people, and unstable objects increased the risk of back pain between five and six times. Being distracted during a task or activity increased the risk of sudden lower back pain by 25 percent, they found. Being physically or mentally tired increased the risk about four times. Alcohol consumption and sex were not tied to an increased risk of sudden lower back pain, however. The new study can't explain why certain things greatly increased the risk of back pain while others did not. There are some theories, however. For example, people may be at higher risk of back pain in the morning because they may not be fully alert yet. Or, Ferreira said, the disks in the spine might be more susceptible to damage in the morning. She said people who are used to lifting heavy objects probably know how to do it safely, but people should ask for guidance from doctors or physical therapists if they're unsure. "Back pain will affect about 10 percent of the world's population at some point in their lives," Ferreira and her colleagues wrote February 9 online in Arthritis Care and Research. "Although we have many studies looking at the interventions for back pain, we don't have a lot of knowledge about prevention," Ferreira said. "People who are not involved with these activities on a daily basis, they should pay attention to how they're lifting," she advised. "Even brief exposures to those activities can lead to back pain. "Also, she said, it helps to be physically and mentally strong, with a healthy diet and regular exercise.

 

Interim gezocht

Enthousiaste collega voor een interim gezocht owv zwangerschapsverlof voor de periode 18-05-15 tem 28-08-15 in de regio Leuven. Fulltime, of flexibele halftime mogelijk. Specialisatie muskuloskeletale revalidatie (manuele therapie) is een pluspunt.

Contact: lucia.vandeneynde@gmail.com of 0479 48 61 95

 

‘Migraine is geen ziekte, maar een hersenstoornis’

Wie migraine heeft, is eigenlijk niet ziek. Het gaat om een verstoord pijnsysteem in de hersenen, zegt neuroloog Koen Paemeleire van de Universiteit Gent.
Pijn is een alarmsysteem dat ons waarschuwt voor schade aan ons lichaam. Maar soms is er geen schade, maar voelen we toch pijn. Wie een migraine-aanval heeft, heeft bijvoorbeeld geen klap op het hoofd gekregen. ‘Het pijnsysteem heeft hier een andere functie dan schade rapporteren’, zegt Paemeleire. ‘Migraine is meer een programma dat je dwingt om te rusten.’


Wat gaat er dan verkeerd in het brein van een migrainepatiënt?
‘Het heeft een verstoorde prikkelbaarheid. Migrainelijders zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor fel licht of voor geuren. Ze lijken meer op te pikken. Hun brein komt ook sneller energetisch in de problemen: hun tank raakt sneller leeg omdat de energieaanlevering niet optimaal gebeurt. ‘


Migraine als hersenaandoening: is dit een nieuwe benadering?
‘De vorige theorie luidde dat migraine een vasculaire hoofdpijn is, en dat het dus aan de bloedvaten ligt. Kloppende hoofdpijn voelt inderdaad aan alsof het je bloedvaten zijn, maar dat is niet correct. Het zijn de hersenen. We spreken vandaag van neurovasculaire hoofdpijn. Die ontstaat in het zenwustelsel, maar ons alarmsysteem wordt erbij betrokken.’ ‘Die hersenstoornis leidt tot aanvallen. Maar die zijn maar een bijproduct van de migraineconditie.’


Hoe wordt een aanval uitgelokt?
‘Een klassieke uitlokker is stress. Dat moet je overigens niet te psychologisch invullen, het gaat over energieverbruik en informatieverwerking in het brein. Een maaltijd overslaan kan eveneens een uitlokker zijn, want dat betekent het niet tijdig aanleveren van energie. Als je er op tijd bij bent, iets eet en wat gas terugneemt, kan je een aanval misschien voorkomen. Slaaptekort is eveneens nefast, want slaap is een recuperatiemoment voor onze hersenen. Een deel van de aanvallen kan je voorkomen door regelmatige maaltijden, stressmanagement, een goede slaaphygiëne en het mijden van cafeïne, alcohol en tabak.’
Het uitgebreide interview met Koen Paemeleire leest u in het nieuwe nummer van Psyche&Brein.

 

Rust voor je rug

In zijn nieuwste boek beschrijft Pascal Mannekens onder meer hoe lage rugpijn ontstaat, wat het verband is tussen slapen en rugklachten, de bedeigenschappen van een goed slaapsysteem en de oorlog tussen hard en zacht slapen. Het eerste exemplaar van het boek Rust voor je rug wordt uitgereikt op het jaarlijkse Event Bed & slaap van WoonWerk. Tijdens het plenaire ochtendprogramma gaat Pascal Mannekens uitgebreid in op de basis van een goed bed: conformiteit en slaapcomfort. Deelnemers aan Event Bed & Slaap maken als eerste kennis met de inhoud van dit boek: de nieuwste inzichten over slaapsystemen en rugklachten.
Rust voor je rug is wetenschappelijk onderbouwd, maar tegelijkertijd glashelder geschreven zodat elke consument aan de slag kan met concrete bedtips. Het is het eerste boek ter wereld dat op een eenvoudige manier het onderliggend mechanisme blootlegt tussen rugklachten, slaaphoudingen en bedsystemen. Na het lezen van dit boek weet de consument even veel (of zelfs meer) over een goede rughygiëne als een slaapkamerspeciaalzaak of een fysiotherapeut.

 

Referenties:

 

prof. dr. Anton Coenen, Radboud Universiteit Nijmegen
„Pascal Mannekens beschrijft op een wetenschappelijk verantwoorde, maar zeer leesbare manier
hoe de slaapomgeving (slaapkamer, slaapsysteem en matras), aangepast aan ieders individuele omstandigheden,
er het beste uitziet. Een aanrader voor iedereen die beter wil slapen en zijn lichaam daarbij in perfecte staat wil houden.”

 

prof. dr. Gaëtane Stassijns, UZ Antwerpen
„Slaap is essentieel voor ons geluk en onze gezondheid. Het loont dan ook de moeite om er stil bij te staan (of liever : stil bij te liggen).
Als je rug je lief is en je bed belangrijk, dan helpt dit boeiende en toegankelijke boek je alvast op weg. Heel veel lees- en slaapgenot!”

prof. dr. Simon Brumagne, KULeuven
„Dit boek geeft een goed onderbouwd overzicht van optimale slaapsystemen en aangepaste slaaphoudingen.
Essentieel voor een goede nachtrust voor iedereen, met of zonder rugklachten.'

 

Train jezelf gelukkig

NEW YORK (Reuters Health) – Met goed getrainde spieren is het voor het lichaam gemakkelijker om een schadelijk proteïne geassocieerd met depressie te verwijderen, volgens een nieuwe studie bij muizen.


"Als je constant traint en je spieren zijn getraind en aangepast aan fysieke inspanning, verwerf je de capaciteit om een klasse enzymen tot expressie te brengen die in staat zijn om iets dat zich opstapelt tijdens stress en dat schadelijk kan zijn voor u, te elimineren," verklaarde de hoofdauteur Dr. Jorge Ruas van het Karolinska Institutet in Stockholm in een telefonisch interview aan Reuters Health. Het lichaam metaboliseert de stof, kynurenine, afkomstig van tryptofaan, een proces dat geactiveerd wordt door stress en door inflammatoire factoren, verklaren Dr. Ruas en zijn team in hun rapport dat gepubliceerd werd in Cell. Studies hebben hoge spiegels van kynurenine – dat gemakkelijk doorheen de bloed-hersenbarrière passeert – in verband gebracht met depressie, zelfmoord en schizofrenie.

 

Hun nieuwe studie werd uitgevoerd op muizen die transgeen waren voor PGC-1alfa1 in skeletspieren, die genetisch gemodificeerd werden om hoge spiegels van dit proteïne in hun spieren tot expressie te brengen, wat de effecten van aerobe spiertraining nabootst. De onderzoekers onderwierpen deze muizen, alsook een controlegroep van wild-type muizen, aan vijf weken lichte stress. De normale muizen ontwikkelden tekenen van depressie, maar de PGC-1alfa1 muizen niet. Naast hogere spiegels van kynurenine in hun bloed, hadden de transgene muizen ook hogere spiegels van KAT enzymen, die kynurenine omzetten in kynureenzuur, een gemakkelijker gemetaboliseerde vorm die de bloed-hersenbarrière niet kan passeren. Wanneer de onderzoekers kynurenine rechtstreeks toedienden aan de PGC-1alfa1 muizen, stegen hun bloedspiegels van de stof niet, omdat de KAT enzymen in staat waren om het zo snel af te breken. Echter, de toediening van kynurenine aan de wild-type muizen verhoogde hun bloedspiegels van de chemische stof, en veroorzaakte ook depressieve symptomen. Om te verzekeren dat de bevindingen bij muizen ook van toepassing zouden zijn op mensen, rekruteerden de onderzoekers een groep van volwassen vrijwilligers om deel te nemen aan drie weken matige lichaamsbeweging. Aan het einde van het oefenprogramma hadden de vrijwilligers meer PGC-1alfa1 en KAT enzymen in hun spieren. Dr. Ruas en zijn team plannen nu een studie bij mensen met depressie die fysiotherapie als behandeling voorgeschreven kregen. De studie wil onderzoeken hoeveel patiënten werkelijk oefenden, of de fysieke activiteit nuttig was voor de behandeling van hun depressie, alsook de correlatie tussen lichaamsbeweging, depressie en kynurenine spiegels. Artsen kunnen de bevindingen gebruiken om hun patiënten te helpen begrijpen waarom fysieke activiteit weerstand kan bieden tegen depressie, wat hun compliance voor de oefenaanbevelingen zou verbeteren.

 

Ontsteking kan depressie veroorzaken

Depressies zijn soms het gevolg van een ontsteking. Wordt die lichamelijke oorzaak aangepakt, dan verdwijnt ook de depressie.


Mensen met een depressie hebben vaak een lagere concentratie van het ‘geluks’-hormoon serotonine in hun bloed. Veel antidepressiva zijn er dan ook op gericht meer serotonine beschikbaar te maken. Maar er komen steeds meer aanwijzingen dat een depressie ook gelinkt kan zijn aan het immuunsysteem. Daarbij spelen cytokinen een cruciale rol. Dat zijn de signaalstoffen die een (ontstekings)reactie tegen een ziekteverwekker op gang trekken en nadien weer afremmen. Ze zorgen er daarnaast voor dat we ons lusteloos en moe voelen, sociale contacten mijden, minder gaan eten, …: kortom, dat we alleen nog zin hebben om ons terug te trekken in een warm bed, zelfs al hebben we alleen last van een simpele verkoudheid. Dat is goed, want terwijl wij rusten, krijgt ons immuunsysteem alle tijd om de ziekte te lijf te gaan.


Deze psychische symptomen lijken wel heel erg op de symptomen van een depressie of andere aandoeningen zoals burn-out of het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Uit meerdere studies is inderdaad gebleken dat mensen die aan een depressie lijden hogere concentraties ontstekingsbevorderende signaalstoffen in hun bloed hebben dan psychisch gezonde mensen. Mogelijk is hun immuunsysteem uit balans geraakt door een chronische ontsteking die verder weinig klachten geeft, zoals een infectie aan de urinewegen of een tandwortelontsteking. Als die niet ontdekt worden, bestaat het risico dat de patiënt bij een psychotherapeut terechtkomt, terwijl hij eigenlijk simpelweg ontstekingsremmers nodig heeft.
Andere studies wijzen op de rol die stress speelt. Chronische en acute stress zouden ervoor kunnen zorgen dat ons immuunsysteem permanent in staat van paraatheid verkeert, en dus ontstekingsbevorderende cytokinen produceert. Psychiater Charles Raison (University of Arizona) kwam na een meta-analyse van verscheidene studies dan weer tot de conclusie dat ons immuunsysteem in onze moderne, ‘microbenloze’ samenleving te weinig getraind raakt en daardoor overreageert op onschadelijke stoffen. Dat zou niet alleen het ontstaan van allergieën bevorderen, maar ook van depressies.


Er zijn dus veel aanwijzingen dat bij depressie het evenwicht tussen ontstekingsbevorderende en ontstekingsremmende signaalstoffen is verstoord. Daarom experimenteren onderzoekers momenteel met ontstekingsremmers. Zo toonde Jance Kiecolt-Glaser (University of Ohio) bijvoorbeeld al aan dat studenten minder examenstress hebben als ze onstekingsremmende omega-3-vetzuren kregen. Experimenten met proefdieren liet ten slotte zien dat de toediening van ontstekingsremmende signaalstoffen hen minder moe en lusteloos maakte.


Dit artikel is gebaseerd op het artikel "Als het afweersysteem depressief maakt". U leest het uitgebreide artikel in het recentste nummer van Psyche&Brein.

 

joggers leven zes jaar langer dan anderen

Mensen die regelmatig joggen leven gemiddeld 6 jaar langer dan wie dat niet doet. Het risico dat ze vroegtijdig overlijden ligt liefst 44 procent lager. Dat blijkt uit een langlopende studie aan de Bispebjerg University Hospital in Denemarken waarbij in totaal 19.329 inwoners van Kopenhagen in de periode 1976-2011 opgevolgd werden. De resultaten staan samengevat ook in het gezondheidsmagazine Bodytalk.

 

Trage lopers (je kan nog vlot babbelen) boekten de grootste winst. Hun risico op vroegtijdig overlijden is gemiddeld 63 procent lager dan dat van niet-lopers. Bij matige lopers (praten wordt moeilijk) daalt dit tot 47 procent. Snelle lopers (voortdurend in het rood) hebben evenwel 22 procent meer risico op vroegtijdig overlijden dan niet-lopers. Bij maximaal 3 keer per week lopen daalt dit risico met 60 procent, vaker lopen doet dit stijgen met 24 procent. Meest optimaal blijkt 1 à 2,4 uur per week joggen. In dat geval daalt het risico met 40 procent, bij wie meer dan 4 uur per week loopt is dat slechts 14 procent. Uit het onderzoek blijkt voorts dat lopen ook het aantal fatale hartinfarcten doet dalen. Bij mannen is dat met maar liefst 70 procent het geval, bij vrouwen vermoedelijk ook met 50 procent. Dat percentage is echter minder zeker door het kleine aantal lopende vrouwen in de studie. Verder neemt ook het sterfterisico door ademhalingsziekten, kanker en beroerte duidelijk af.

 

DMorgen.be

 

SkiErs met zwakke knieEn, hoe letsels vermijden?


Nu de enkel stevig in een skibot verpakt zit, is de knie het meest kwetsbare gewricht geworden bij skiërs. "Sommige skiërs lopen meer risico dan andere," zegt sportkinesitherapeut Bart Dingenen die aan de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen van de KU Leuven een doctoraat voorbereidt over voorste kruisbandletsels bij sporters. "Maar de meeste mensen weten dit niet. Zij beschouwen knieblessures nog al te vaak als brute pech waar je weinig aan kan doen en dat is spijtig," stelt Dingenen. "Want dat is niet zo. Met enkele testjes kan je de personen met het grootste risico opsporen."


Tekens die verraden

Dingenen vraagt mensen bijvoorbeeld om van een klein verhoogje te springen. De wijze waarop ze landen, vertelt hem veel. Sommige mensen vangen de landingskrachten bijvoorbeeld niet mooi op. Ze buigen niet symmetrisch door beide knieën en heupen, maar laten één of beide knieën naar binnen kantelen. Tijdens het buigen hoort het been mooi in één rechte lijn te blijven tussen de heup en voet, zonder dat de knie naar één van beide kanten uitwijkt. In deze positie is de knie in staat om vrij grote krachten op te vangen. "Wanneer de knie naar binnen kantelt, bevindt ze zich in een zwakke positie," licht Dingenen toe. "De kanteling verhoogt vooral de belasting op de voorste kruisband en eveneens het risico dat de knie het bij een plotse stevige schok begeeft." "Er is nog een andere vaak voorkomende afwijking," gaat Dingenen verder. "Soms zien we ook dat mensen met de romp in de richting van het steunbeen overhellen wanneer we hen vragen om op één been te gaan staan en door de knieën te buigen. Op deze manier schakel je echter de functie van enkele belangrijke stabiliserende spieren uit. De combinatie van deze rompuitwijking met het naar binnen zakken van de knie zorgt opnieuw voor een extra belasting van de knie en een risicoverhoging voor voorste kruisbandletsels." "Vooral bij vermoeidheid kunnen deze afwijkingen nog duidelijker worden en dat maakt een goede algemene conditionele voorbereiding des te belangrijker. Een aspect dat veel te veel skiërs uit het oog verliezen."


Eenvoudige oefeningen, goed resultaat

"Bovendien," gaat Dingenen gedreven verder, "beschikken we over een heel arsenaal van specifieke oefeningen die hun preventieve nut al duidelijk bewezen hebben. Ze helpen de knie beter onder controle te houden, maar maken tegelijk ook de spieren sterker zodat je beter kan doorveren, de krachten mooier opvangt en uiteindelijk veiliger op je ski's staat." "Klassiek start je met eenvoudige trage buigoefeningen en bouw je vervolgens op naar onder andere correcte sprong- en landingstechnieken, iets wat bij skiën zeker ook van toepassing is. De uiteindelijke bedoeling is dat je door veel te oefenen de correcte bewegingen automatiseert. Want dan pas bereiken ze hun optimale nut om letsels te voorkomen, wanneer je er niet meer bij moet nadenken."


Even jezelf testen

Dingenen is stellig: "Onderzoek heeft aangetoond dat het wel degelijk mogelijk is om je bewegingspatronen te verbeteren en het risico om dit letsel te krijgen sterk kan verlagen met dit soort van oefeningen. Wie tijdens de krokusvakantie naar de sneeuw trekt, heeft daar helaas de tijd niet meer voor. Maar die is er nog wel wanneer je pas in het paasverlof gaat skiën. "Twijfel niet," zo roept Dingenen iedereen op. "Buig eens door je knieën voor je spiegel en bekijk of je beide benen elk mooi in lijn blijven. Wees kritisch voor jezelf. Doen ze dat niet, maak dan een afspraak met je kinesitherapeut die je verder kan begeleiden zodat de kans op een letselvrije vakantie toeneemt."


Knack.be-nieuws in je facebook nieuwsfeed

 

Welk type training om sportblessures te voorkomen?

NEW YORK 17/10 – Krachttraining en evenwichtsoefeningen zullen sportletsels wellicht beter voorkomen dan stretching, volgens een review van vroeger bewijsmateriaal.
Onderzoekers verklaarden dat het niet duidelijk is welke specifieke oefeningen het meest kans bieden om enkelverstuikingen, ligamentscheuren en andere letsels af te wenden. "Als je een bepaald type krachttraining kan doen, zou dit op dit ogenblik onze beste aanbeveling zijn. Maar er zijn meer studies nodig om deze resultaten te bevestigen en volledig zeker te zijn," verklaarde Jeppe Lauersen, die de review van vroegere studies leidde aan het Institute of Sports Medicine Copenhagen aan Bispebjerg Hospital in Denemarken. De onderzoekers combineerden de gegevens van studies die mensen, voornamelijk volwassen of tiener atleten, randomiseerden voor groepen die bepaalde oefeningen wel of niet deden. De studies volgden de deelnemers om na te gaan wie blessures opliep over periodes van enkele maanden tot een jaar. De finale analyse sloot 25 studies en meer dan 26.000 deelnemers in, inclusief voetbal-, basketbal- en handbalspelers, en legerrekruten. Sommige studies evalueerden alle mogelijke letsels.  Andere hadden een meer specifieke focus; ze bestudeerden bijvoorbeeld alleen hamstring letsels of knieletsels als gevolg van overbelasting. Globaal analyseerden de onderzoekers bijna 3500 blessures. Lauersen en zijn team vonden drie studies die stretching programma's evalueerden en geen voordeel toonden om een blessure af te wenden. De beperkte gegevens "ondersteunen de toepassing van stretching voor de preventie van blessures niet, noch voor of na de training," noteerde het studieteam op 7 oktober online in de British Journal of Sports Medicine. Maar zes studies die de effecten van evenwichtsoefeningen voor de verbetering van de gewrichtsstabiliteit bestudeerden, vonden een 45% lager risico op blessures bij mensen in de traininggroep. En krachttraining om de spieren op te bouwen, leidde tot 68% reductie van de blessures in de vier studies. Deze voordelen bleken van toepassing te zijn op zowel letsels door overbelasting als op meer acute verstuikingen en scheuren. Toch, verklaarde Lauersen aan Reuters Health, zijn er onvoldoende studies die een specifiek kracht- of evenwichtsprogramma promoten boven een ander. Bijgevolg is het moeilijk om te weten hoe men atleten moet adviseren. Bing Yu verklaarde dat de manier waarop de studies in de nieuwe review gecombineerd werden, het ook moeilijk maakt om specifieke boodschappen af te leiden. "Als alle blessures samen worden beschouwd, is het zeer moeilijk om te zeggen welke oefeningen effectief zijn voor welk letsel," verklaarde Yu, van de dienst Fysiotherapie aan de University of North Carolina at Chapel Hill. Hij nam niet deel aan het huidige rapport. Yu was het ermee eens dat er weinig aanwijzingen zijn die suggereren dat stretching nuttig is. Hij verklaarde dat de verbetering van de techniek, voor sommige atleten, het belangrijkste middel zou zijn om blessures te voorkomen. "De techniek is echt belangrijk. Echte basistechnieken, zoals neerkomen," verklaarde hij aan Reuters Health. En niet overdrijven is een belangrijke manier om blessures te voorkomen voor amateuratleten zoals lopers, aldus Yu.

17/10/2013 Auteur: Genevra Pittman Bron: Br J Sports Med 2013

 

 

Bewegen als therapie voor hartfalen: hoeveel is genoeg?

ANTWERPEN 01/10 - De Europese Unie financiert vanaf 1 oktober een nieuwe 3.5 jaar durende studie om te onderzoeken of fysieke training zinvol is om diastolisch hartfalen (HFPEF), waar tot nog toe geen therapie voor bestaat, te voorkomen en te behandelen. Het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) is één van de vijf Europese universitaire centra die het onderzoek zullen uitvoeren. Naast de impact van beweging op hartfalen, zal ook de impact van telegeneeskunde op therapietrouw en motivatie worden uitgetest.
Meer dan 14 miljoen Europeanen lijden aan hartfalen en het aantal stijgt.  Bij 1 op 2 patiënten gaat het om HFPEF (Heart Failure with Preserved Ejection Fraction). Bij deze vorm van diastolisch hartfalen is de pompfunctie van het hart vrijwel normaal, maar wordt de vulling tijdens de relaxatiefase van het hart bemoeilijkt door een toegenomen stijfheid van de hartspier. HFPEF wordt gekenmerkt door een stijve hartspier, wat leidt tot vochtopstapeling, kortademigheid en moeilijkheden om inspanningen te verrichten. De stijging van het aantal HPFEF-patiënten in Europa heeft deels met de vergrijzing te maken. Ouderen, maar ook vrouwen, worden er vaker door getroffen. Mensen die lijden aan hypertensie, diabetes of obesitas of weinig bewegen, lopen eveneens een groter risico om dit type hartfalen te ontwikkelen. Jammer genoeg bestaat er vandaag geen effectieve therapie voor HFPEF waardoor het een belangrijke medische uitdaging blijft in Europa. Europese studie onderzoekt of HFPEF kan voorkomen of behandeld worden door fysieke training. De Europese Unie financiert een 3,5 jaar durende studie, genaamd OptimEx, om te onderzoeken of fysieke training zinvol is om HFPEF te voorkomen en te behandelen. De studie, die zo'n 3 miljoen euro zal kosten, wordt gecoördineerd door de Norwegian University of Science and Technology (NTNU) en bestaat uit een coalitie van vijf Europese universitaire centra, waaronder het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). De studie gaat op 1 oktober van start. Naast een experimentele aanpak om de mechanismen te ontrafelen waardoor fysieke training beschermend kan zijn bij hartfalen, is er ook een klinisch luik. In de klinische studie zullen 200 patiënten met HFPEF opgenomen en één jaar gevolgd worden. Zij zullen verdeeld worden over verschillende groepen die een fysiek trainingsprogramma zullen doorlopen met verschillende intensiteit.


Telegeneeskunde: de sleutel tot volhouden?

In het project wordt ook telegeneeskunde ontwikkeld en getest. Daarbij wordt elektronische apparatuur gebruikt om mensen te motiveren om hun therapie correct te volgen. Deelnemende patiënten zullen bijvoorbeeld accelerometers dragen die hun dagelijkse beweging registreert. Die informatie wordt naar een centrale server gestuurd zodat de medische staf de patiënten van op afstand kan motiveren om hun gedrag te veranderen wanneer ze niet actief genoeg zijn. "Er werd reeds aangetoond dat fysieke inspanning leidt tot een verbeterde hartfunctie bij patiënten met hartfalen, maar onze kennis is nog steeds te beperkt.", zegt prof. Viviane Conraads, coördinator in het UZA en diensthoofd van de cardiale revalidatie. "De OptimEx studie zal ons verder helpen om preventieve maatregelen tegen hartfalen te ontwikkelen en de ernst ervan te beperken door fysieke activiteit".


01/10/2013 Auteur: MM Bron: Persbericht UZA

 

 

Lichaamsbeweging zou “even krachtig” zijn als geneesmiddelen voor hartziekte

LONDON 03/10 – Lichaamsbeweging zou even goed zijn als medicatie om hartziekten te behandelen en moet gebruikt worden ter vergelijking als nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld en getest worden, verklaarden onderzoekers afgelopen woensdag.
In een grote review die gepubliceerd werd in de British Medical Journal, vonden onderzoekers van de Britse London School of Economics en de universiteiten van Harvard en Stanford in de Verenigde Staten geen statistisch detecteerbare verschillen tussen lichaamsbeweging en geneesmiddelen voor patiënten met coronaire hartziekte of prediabetes. Voor patiënten die herstelden van een CVA, toonde de review – die de resultaten van 305 studies met bijna 340.000 deelnemers analyseerde – aan dat lichaamsbeweging effectiever was dan medicatie. "Lichaamsbeweging lijkt even krachtig te zijn als een geneesmiddel bij deze vaak voorkomende chronische aandoeningen," verklaarde Huseyin Naci, hoofdauteur van de studie en assistent aan Harvard Medical School in Boston. De review verklaarde ook dat het bewijsmateriaal in studies over de gezondheidsvoordelen van lichaamsbeweging aanzienlijk kleiner is dan dit over geneesmiddelen, wat volgens de onderzoekers een impact kan gehad hebben op hun resultaten. "Ten eerste is er veel meer onderzoek nodig over lichaamsbeweging," verklaarde Naci aan Reuters Health. "Er is een grote blinde vlek in het huidig medisch onderzoek ... We kennen gewoon niet veel aandoeningen waarbij lichaamsbeweging even effectief of zelfs effectiever is dan geneesmiddelen." De review bevestigt de massa bewijzen die aantonen dat regelmatige lichaamsbeweging cruciaal is voor de gezondheid van de mens. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die gevestigd is in Genève, is fysieke inactiviteit de vierde belangrijkste risicofactor voor globale mortaliteit, die wereldwijd verantwoordelijk is voor ongeveer 3,2 miljoen sterfgevallen per jaar. De WHO stelt dat regelmatige matige lichaamsbeweging – zoals wandelen, fietsen of deelnemen aan sporten – het risico op cardiovasculaire aandoeningen, diabetes, colon- en borstkanker, en depressie kan verlagen, en ook het risico op botfracturen kan verminderen en het lichaamsgewicht onder controle kan houden. In de Verenigde Staten, waar gezondheidsexperts schatten dat de helft van de volwassenen obees zal zijn tegen 2030 tenzij hun leefgewoonten veranderen, verklaart de Centers for Disease Control and Prevention dat minder dan 48% van de volwassenen voldoende sport om hun gezondheid te verbeteren. Een beperking van de review is volgens Naci dat de meeste van de individuele studies die de onderzoekers analyseerden, lichaamsbeweging en medicatie niet direct vergeleken. Naci waarschuwde ervoor dat de bevindingen niet betekenen dat iedereen met een hartaandoening moet stoppen met zijn geneesmiddelen en beginnen te sporten. Maar "patiënten en artsen moeten echt overleggen of lichaamsbeweging geen optie is voor hen," noteerde hij.

03/10/2013 Auteur: Kate Kelland and Genevra Pittman Bron: BMJ 2013.

 

Artrose: helpt bewegen echt?


De vraag is echt de moeite van het overdenken waard, voordat we al te snel concluderen dat lichaamsbeweging het beste is in het geval van artrose van de onderste ledematen. Onderzoekers trachtten hier een antwoord op te vinden, en ze wilden ook weten welke oefeningen de meest efficiënte zijn om de pijn te verminderen en de beweeglijkheid van het gewricht te verbeteren. Ze gebruikte elektronische databanken en selecteerden gerandomiseerde gecontroleerde studies over artrose van de knie en heup. In totaal werden 60 studies bekeken: 44 gericht op de knie, twee op heupgewrichten en 14 die beide bestudeerden. 12 soorten interventies werden onderzocht, bij 8218 patiënten. De analyse toont aan dat er een significant voordeel is bij lichaamsbeweging tegenover rust. Wat betreft pijn, kracht, flexibiliteit en andere gewrichtsfuncties, wordt aangetoond dat oefening altijd gunstig is. Dus, het is bewezen! De auteurs benadrukken dat de resultaten vooral geldig zijn voor artrose van de knie.


BMJ  21-09-2013


Tegen artrose: een dieet!

Dit lijkt zo vanzelfsprekend dat je je afvraagt waarom het moet worden bewezen. Maar we zijn van ‘Eminence Based Medicine’ geëvolueerd naar ‘Evidence-Based Medicine’, en dus wordt een bewijs voor alles gevraagd. Artrose is een veel voorkomende aandoening die pijn en ernstige handicaps veroorzaakt. Onderzoekers hebben zich afgevraagd of er een gewichtsverlies van 10% of meer de toestand zou kunnen verbeteren van patiënten met obesitas of overgewicht die lijden aan artrose van de knie, met of zonder oefening. Ze voerden een enkelvoudige blinde studie uit gedurende 18 maanden, tussen 2006 tot 2011. De 454 deelnemers werden verdeeld in drie groepen: dieet + oefening, alleen dieet of alleen lichaamsbeweging. De primaire doelstelling van het onderzoek was om de mechanische verbetering van patiënten en de druksterkte van de knie en de plasma-niveaus van interleukine-6 te meten. Verder bestudeerden ze de veranderingen in de pijn op een self-rating scale, functionele status, mobiliteit en levenskwaliteit in relatie tot gezondheid. In totaal hebben 399 patiënten de studie afgerond (88%). Het gemiddelde gewichtsverlies was 10,6 kg (11,4%) in de dieet + oefeningsgroep, 8,9 kg (9,5%) in de dieet-groep en 1,8 kg (2%) in de groep met alleen oefeningen. Na 18 maanden was de sterkte van de knie lager in de alleen dieet-groep dan in de andere groepen. De concentratie van IL-6 was lager in de dieet + lichaamsbeweging-groep en de alleen dieet-groep dan in de alleen oefening-groep. Patiënten in de dieet + oefening-groep ervoeren ook minder pijn dan de andere twee groepen en genoten van een betere levenskwaliteit. Een gewichtsverlies van 10% of meer in combinatie met regelmatige fysieke activiteit is effectiever dan enkel een dieet of enkel lichaamsbeweging, na 18 maanden. QED!

 

 

Een beetje afvallen vermindert de kans op artrose met een kwart


ROTTERDAM 10/10 - Als te zware vrouwen tussen vijftig jaar en zestig jaar vijf kilo afvallen, verminderen zij de kans op knie-artrose met 25 procent. Dat blijkt uit onderzoek van bewegingswetenschapper Jos Runhaar, die met zijn zogeheten PROOF-studie promoveert aan de Erasmus Universiteit. De bevinding maakt deel uit van wereldwijd de eerste preventieve studie naar artrose waarin werd onderzocht of bewegen, gezond eten en/of het slikken van glucosamine sulfaat kunnen bijdragen aan het voorkomen van knieartrose.


Aan de studie deden 407 vrouwen van tussen de 50 en 60 jaar mee. Zij hadden allen overgewicht (een bmi van ->27), maar (nog) geen artrose. De vrouwen werden in twee groepen geloot: een groep die een individueel interventieprogramma van gezond eten en beweging kreeg aangeboden. En een controlegroep die geen interventie kreeg. Beide groepen werden bovendien in tweeën gesplitst: de ene helft van beide groepen kreeg na loting glucosamine sulfaat, een onschuldig voedingssupplement waaraan eigenschappen worden toegeschreven die gunstig zijn bij knieartrose. De andere helft kreeg een placebo. De vrouwen werden ruim twee jaar gevolgd. Na analyse van de gegevens bleek dat niet onomstotelijk kon worden aangetoond dat de gezonde leefstijl en/of het slikken van het glucosamine sulfaat had bijgedragen aan het voorkomen van knieartrose. Onderzoeker Jos Runhaar: ,,De interventies, namelijk de aanpassing van de leefstijl en het slikken van de glucosamine, bleken  elkaar te hebben beïnvloed. Het aantal deelnemers was te klein om de effecten van de interventies goed, onafhankelijk van elkaar te kunnen evalueren.'' Ofschoon hij niet heeft kunnen aantonen wat hij van tevoren had verwacht, is Runhaar tevreden. De bevinding dat een relatief kleine gewichtsreductie al bijdraagt aan het voorkomen van artrose (een aandoening die de samenleving 715 miljoen euro per jaar kost), is bemoedigend. Immers: in Nederland hebben 6,5 miljoen mensen matig tot ernstig overgewicht. Al langer was bekend dat overgewicht de kans op artrose vergroot. ,,In de groep die vijf kilo of 5 procent van zijn totale gewicht afviel kreeg 15 procent van de vrouwen artrose, in de groep die geen gewicht verloor was dat  20 procent. Huisartsen en fysiotherapeuten kunnen met deze bevindingen hun patiënten motiveren om hun leefstijl aan te passen. Bovendien biedt de studie aanknopingspunten voor vervolgonderzoek. We willen bijvoorbeeld gaan onderzoeken of het corrigeren van O-benen bijdraagt aan het voorkomen van knieartrose. Bij deelneemsters met O-benen en een BMI van 30 of meer ontstond namelijk significant meer knieartrose. We willen ook onderzoeken of de deelneemsters hun gewichtsverlies hebben kunnen vasthouden en of gewichtsverlies ook op langere termijn knieartrose voorkomt.''


10/10/2013 Auteur: SD Bron: Persbericht Erasmus MC

 

 

74.000 Belgen invalide door rugklachten

BRUSSEL 26/09 - De Belgen belanden door rugproblemen steeds vaker in de invaliditeit. Dat blijkt uit een enquête van de Socialistische Mutualiteiten bij 5.400 leden, zo schrijven de Gazet van Antwerpen en het Belang van Limburg woensdag. "De enquête toont aan dat te weinig mensen de oorzaak van hun kwaal kennen en dat ze vaak niet weten hoe ermee om te gaan", klinkt het.


In 2007 waren 58.032 Belgen invalide door rugklachten, in 2011 waren dat er 74.192 en ook in 2012 blijft het aantal invaliden door rugpijn stijgen. Bij één op de zes nieuwe invaliden zijn rugklachten de hoofdoorzaak; zelfstandigen worden zelfs vaker invalide door rugpijn dan door psychische problemen. Rugpijn weegt zwaar door op de sociale zekerheid. Niet alleen door de uitkeringen die lange tijd moeten worden uitbetaald, maar ook door verkeerde behandelingen. "Zo weten we al langer dat een röntgenfoto in negentig procent van de gevallen zinloos is", zegt Paul Callewaert van de Socialistische Mutualiteiten. "Zo'n foto kost nochtans geld, stelt de patiënt bloot aan straling en wordt vaak zelfs meermaals herhaald." De Socialistische Mutualiteiten willen met een loketactie in de Vlaamse provincies patiënten oplossingen aanreiken. Vaak gaan die in tegen volkswijsheden. Zo maken rusten en van het werk thuisblijven de zaken vaak nog erger.

 

26/09/2013 Bron: Belga

 

Scoliose: wanneer en bij wie is een korset nodig?

NEW YORK 20/09 – Het eerste grootschalige onderzoek over de vraag of een korset de progressie van scoliose helpt voorkomen, toonde aan dat een korset bijna dubbel zo effectief is om een corrigerende ingreep te voorkomen als ‘watchful waiting’.


Maar de studie toonde ook aan dat te veel kinderen met scoliose een korset krijgen terwijl dit niet nodig is. De gegevens van het nieuwe onderzoek kunnen artsen helpen om te bepalen welke kinderen een korset nodig hebben en wanneer het beter is om het kind alleen nauwgezet op te volgen. De studie, die online werd gepubliceerd door de New England Journal Medicine en die donderdag gerapporteerd werd op de jaarvergadering van de Scoliosis Research Society in Lyon, Frankrijk, "geeft echt een antwoord op de vraag die ouders zich stellen – ‘Als u mijn kind een korset voorschrijft, zal dit echt helpen?'" verklaarde Dr. Stuart Weinstein, hoofdauteur van het onderzoek. "Het antwoord is dat korsetten een zeer hoog succespercentage hebben." "We vonden ook dat hoe langer het kind het korset draagt, hoe meer kans dat je succes zal hebben," verklaarde hij telefonisch aan Reuters Health. "Kinderen die het korset meer dan 13 uur per dag droegen, hadden 90% tot 93% kans om te vermijden dat de kromming evolueert naar een chirurgische drempel." De resultaten waren zo uitgesproken dat de test bij 242 jongeren in de VS en Canada vroegtijdig werd stopgezet. "Het versterkt zeker onze huidige benadering om deze risicoadolescenten een korset te geven," verklaarde Dr. Allan Beebe, orthopedist aan Nationwide Children's Hospital in Columbus, Ohio, die niet deelnam aan het huidige onderzoek, in een email aan Reuters Health. "Deze studie blijkt betere wetenschap te zijn" dan het vroeger onderzoek over korsetten. Ongeveer 2% tot 3% van de kinderen hebben enige graad van wervelkromming, maar slechts 0,3% tot 0,5% zijn kandidaten voor een behandeling om de noodzaak van een chirurgische ingreep te proberen vermijden. "Een korset was de standaardbehandeling om een chirurgische ingreep te proberen vermijden sinds het werd ontwikkeld in de jaren 1940, verklaarde Dr. Weinstein, van de University of Iowa. "Maar het werd nooit echt bewezen of het effectief was. Er was nooit een gerandomiseerde studie waarin bepaalde kinderen een korset kregen en andere niet. De gegevens waren inconsistent." De originele opzet van de studie bestond erin enkele kinderen te randomiseren voor een korset en andere voor ‘watchful waiting' om na te gaan of de kromming van de wervelkolom verergerde. In elk van beide gevallen, wees een progressie van de kromming tot ³ 50° erop dat de toegewezen behandeling niet effectief was. Maar vele ouders hadden een uitgesproken mening over de manier waarop ze hun kind wilden laten behandelen en weigerden om een willekeurig gekozen behandeling te aanvaarden. Bijgevolg liet het onderzoeksteam deze ouders een behandeling kiezen; 70% koos een korset. "Wat interessant was, als je keek naar de kinderen die gerandomiseerd werden en deze die hun voorkeur kozen, bleek het korset een overweldigend succes van 72% te hebben om de noodzaak van chirurgie te voorkomen," verklaarde Dr. Weinstein. Het succes in de observatiegroep was 48%. Het succes bij de kinderen die gerandomiseerd werden voor een korset, was zelfs nog hoger -- 78%. Een temperatuursensor mat de tijd dat een kind het korset droeg. "De studie bood duidelijk doorslaggevende bewijzen dat korsetten effectief zijn," noteerde Dr. Weinstein. Maar uit de resultaten bleek ook dat vele behandelingen met een korset nutteloos zijn. "In de primaire analyse," noteerden de auteurs, "had 48% van de patiënten in de observatiegroep een succesvol resultaat, evenals 41% van de patiënten in de korset groep die het korset eigenlijk beperkte tijd droegen. Zoals anderen hebben gesuggereerd, zijn de huidige indicaties voor een korset misschien te breed, wat bij vele patiënten leidt tot een onnodige behandeling." "Wij geven nu twee patiënten een korset om de ene patiënt die echt een korset nodig heeft, zeker niet te missen. We overbehandelen nog steeds de patiënten," aldus Dr. Weinstein. Een verdere analyse van de gegevens zou toelaten om een deel van deze onnodige behandelingen te voorkomen, noteerde hij. "We zullen waarschijnlijk volgend jaar of zo alle factoren geanalyseerd hebben zodat we beter kunnen bepalen wie de ideale kandidaat is voor een korset," besloot Dr. Weinstein.


20/09/2013 Auteur: Gene Emery Bron: N Engl J Med 2013.

 

Plyometrie wordt populair maar experts manen aan tot voorzichtigheid


NEW YORK 17/09 - Volgens fitness experts is plyometrie, die vroeger voorbehouden was voor professionele atleten, populair geworden, voornamelijk dankzij de toenemende populariteit van trainingen op basis van sprongen zoals hoge-intensiteit interval training, CrossFit en boot camp klassen.

 

Maar het systeem, dat ook sprongtraining wordt genoemd, is niet zonder gevaren, in het bijzonder voor de dagelijkse sporter. "Het gaat om het CrossFit publiek," verklaarde Donald A. Chu, die "Plyometrics" schreef samen met Dr. Gregory Myers, hoofd onderzoeksadviseur aan het Micheli Center for Sports Injury Prevention in Massachusetts, waarbij hij verwees naar de fans van constant veranderende training rages aan hoge intensiteit. "Het is de jongere populatie die een massa energie wil verbruiken om veeleisende doelen te bereiken," verklaarde hij. Plyometrie zijn oefeningen waarbij de spieren herhaaldelijk en snel worden uitgerekt en daarna samentrekken, zoals vanuit gehurkte houding opspringen of ‘clap push-ups' waarbij je tussendoor in de handen klapt. Gooien met een ‘medicine ball' is plyometrie, alsook ‘skipping', ‘bounding' en ‘jumping'. "Plyometrie leert de spieren sneller te reageren. Je ontwikkelt meer kracht, want hoe sneller de spier kan contraheren, hoe krachtiger ze wordt," noteerde Chu, directeur van Athercare Fitness and Rehabilitation in San Francisco Bay. Volgens hem heeft onderzoek aangetoond dat plyometrie de kracht, de uithouding en de snelheid verbetert. "Deze trainingmethode verbetert zeker en vast je spel. Ze maakte lange tijd deel uit van de training van topatleten," noteerde Chu. Maar Chu benadrukt dat correcte plyometrische training progressief is en dat de juiste instructies cruciaal zijn. De meeste letsels, voegde hij eraan toe, treden op als mensen deze dingen proberen zonder toezicht. Dr. Mark Kelly, inspanningsfysioloog aan de American Council on Exercise, verklaarde dat hoewel plyometrische training belangrijk is voor atleten, in het bijzonder deze die stop-en-start sporten beoefenen zoals basketbal en tennis, niet iedereen er moet op springen. "Deze trainingmethode kan belastend zijn voor de pezen," waarschuwt Kelly. Hij geeft zelfs goed getrainde atleten het advies om de plyometrische oefeningen te beperken tot tweemaal per week. Tom Holland, fitness coach in Connecticut, vindt dat mensen correct en spaarzaam moeten zijn bij plyometrische sprongen, hurkposities en afstootmanoeuvres. "Plyometrie is gunstig maar biedt veel risico's," noteerde Holland, auteur van de "The 12-Week Triathlete," en hij voegde eraan toe dat sporters de sprongen niet moeten proberen totdat ze hun eigen lichaamsgewicht kunnen optillen vanuit gehurkte houding. "Het duurt een tijdje vooraleer je veilig kan landen op je voeten. Je moet eerst sterk zijn," verklaarde hij. Bij vrouwelijke universiteitsstudenten die voetballen, noteerde Holland, kunnen heel wat plyometrische bewegingen zoals springen over kegels, ‘skipping', ‘hopping' over een ladder op de grond, het neuromusculair systeem langzaam trainen. "Maar voor de gemiddelde persoon die wil vermageren, zou ik dit niet aanbevelen," verklaarde hij. "Voor de weekendsporter zou ik enkele minuutjes aan lage intensiteit eenmaal per week aanbevelen." Maar niet elke dag. "De meeste verantwoordelijke coaches zullen je zeggen dat je na elke zware training twee dagen nodig hebt om te recupereren," verklaarde hij. "Maar het is moeilijk om gematigdheid te promoten."


17/09/2013 Auteur: Dorene Internicola Bron: Reuters Health

Lichaamsbeweging zou depressie helpen verlichten: een review


NEW YORK 13/09 – Lichaamsbeweging zou de symptomen van depressie helpen verlichten, volgens een nieuwe meta-analyse.

 

Personen die sportten, vertoonden een "matige" reductie van hun depressieve symptomen vergeleken met personen die andere activiteiten deden, zoals relaxatieoefeningen, of die geen behandeling kregen. "Deze review biedt bijkomende bewijzen dat lichaamsbeweging enig voordeel kan bieden," verklaarde de hoofdauteur Dr. Gillian Mead van de University of Edinburgh in Schotland aan Reuters Health. Een review van 2009 van de Cochrane Collaboration toonde gelijkaardige resultaten, maar sindsdien werden meer studies gepubliceerd in verband met de link tussen lichaamsbeweging en depressie. "Er waren enkele nieuwe studies in dit domein en – in het algemeen – moet de Cochrane review geactualiseerd blijven als er nieuwe bewijzen zijn die aanleiding kunnen geven tot veranderingen," aldus Mead. Voor de nieuwe review poolden zij en haar team de gegevens van 35 studies bij 711 mensen die gerandomiseerd werden voor een oefenprogramma en 642 die gerandomiseerd werden voor vergelijkende groepen. Omdat de studies verschillende schalen gebruikten om depressie te evalueren, zetten de onderzoekers de resultaten om in één enkele meting om een vergelijking te maken tussen de groepen die wel of niet aan lichaamsbeweging deden. Op basis van deze meting wijst een verschil tussen de groepen van 0,2, 0,5 en 0,8, respectievelijk, op een gering, matig of groot effect. Het team van Mead vond een verschil van 0,62 punten in depressieve symptomen in het voordeel van de personen die sportten. In één van de geëvalueerde studies van 2007, bijvoorbeeld, voldeed 45% van de personen die deelnamen aan begeleide oefeningen niet langer aan de criteria van depressie na 4 maanden, vergeleken met 31% van de personen onder placebo. In een andere studie van 2002 vertoonde 55% van de oudere mensen een significante afname van hun depressieve symptomen na 10 weken lichaamsbeweging, vergeleken met 33% van de personen die deelnamen aan informatieve gesprekken tijdens die periode. Het verschil tussen de groepen was echter sterk verminderd als de auteurs van de review alleen de gegevens analyseerden van de zes studies die als studies van hoge kwaliteit werden beschouwd. Toch bleek lichaamsbeweging de depressieve symptomen evenveel te verminderen als psychotherapie of antidepressiva. Maar Mead waarschuwde ervoor dat deze bevindingen alleen gebaseerd zijn op de gegevens van een klein aantal studies. "Men moet voorzichtig zijn om te stellen dat lichaamsbeweging even effectief is als andere behandelingen," verklaarde ze. Ze voegde eraan toe dat het nog onbekend is op welke manier lichaamsbeweging depressie beïnvloedt. "Er bestaan vele hypothesen over de mogelijke mechanismen, maar ik denk niet dat er voldoende bewijzen in de literatuur zijn om het ene mechanisme te verkiezen boven het andere," aldus Mead. De onderzoekers konden ook niet zeggen welke type oefening het best is, maar Mead verklaarde dat vroegere reviews de mensen adviseerden om een activiteit te kiezen die ze lang kunnen volhouden. "Eens mensen lichaamsbeweging hebben voorgeschreven gekregen of kiezen voor lichaamsbeweging, bestaat de grote uitdaging erin dit waar te maken," verklaarde Dr. Madhukar Trivedi, die het effect van lichaamsbeweging op depressie bestudeerde maar die niet betrokken was bij het nieuwe onderzoek, aan Reuters Health. "Als de aanbeveling van de behandelende arts is dat je aan een bepaalde frequentie en intensiteit moet oefenen…is het belangrijk dat je dat schema week na week volhoudt," verklaarde Trivedi, professor psychiatrie aan UT Southwestern Medical Center in Dallas. Michel Lucas, die niet betrokken was bij de nieuwe review maar die de topic voordien al bestudeerde, verklaarde dat de studies een dosis-respons verband tussen lichaamsbeweging en depressie neigen aan te tonen. "De dosis is zeer belangrijk. Als je zeer traag wandelt, heeft dit geen effect," verklaarde Lucas, consultant aan de Harvard School of Public Health in Boston, aan Reuters Health.


13/09/2013 Auteur: Andrew M. Seaman Bron: Cochrane Library 2013.

 

Om 6 jaar langer te leven : rijd de Ronde van Frankrijk!

 

AMSTERDAM 03/09 - Franse ronderenners (Ronde van Frankrijk) leven gemiddeld 6 jaar langer dan de gemiddelde bevolking en sterven minder vaak ten gevolge van cardiovasculaire problemen, zeiden onderzoekers. Dit kan helpen om de zorgen over het effect van extreme inspanningen op het hart te verminderen. Wij vroegen professor Heidbuchel om een reactie.


Dit onderzoek gaf ook een indicatie dat doping waarschijnlijk geen ernstige hartrisico inhoudt, zeker niet op korte termijn, aangezien elke belangrijke grote nevenwerking de resultaten zou scheeftrekken. Sinds de jaren 90 was het onwettig gebruik van bloedstimulerende middelen zoals EPO schering en inslag in het competitief wielrennen. De studie, die dinsdag werd voorgesteld op het ESC congres in Amsterdam, onderzocht alle 786 Franse deelnemers aan deze zware wielerwedstrijd tussen 1947 en 2012, en vond dat hun sterftecijfer 41% lager was dan voor alle Fransmannen tot september vorig jaar. Dr. Xavier Jouven van het Europese Georges Pompidou Ziekenhuis in Parijs, die de analyse leidde, zei dat de vermindering in mortaliteit "enorm" was. Dit resultaat suggereerde dat dokters assertiever zouden moeten opkomen voor zwaardere inspanningen. "We moeten mensen aanmoedigen om inspanningen te doen," zei hij. "Als er een echt gevaar zou zijn om inspanningen te leveren op topniveau dan zouden we dat in deze studie moeten gezien hebben." Renners in de Ronde van Frankrijk - wat vergeleken kan worden met het verschillende keren per week lopen van een marathon gedurende bijna 3 weken - hadden een 33% lager risico op sterfte aan hartaanvallen of beroertes dan de algemene bevolking. Inderdaad, ze vertoonden een lager sterftecijfer door allerlei oorzaken inclusief kanker, met slecht één uitzondering, namelijk traumatische verwondingen. Volgens Dr. Jouven is dat te wijten aan de hogere frequentie van ongevallen op de weg. Zorgen over inspanningen met hoge intensiteit zoals wielrennen en marathonlopen werden in het verleden gevoed door enkele kleine studies waarbij geavanceerde beeldtechnieken werden gebruikt die mogelijke hartafwijkingen suggereerden, zoals hartritmestoornissen. Dr. Alfred Bove van de Temple University Medical Center en vroeger voorzitter van  het American College of Cardiology, die niet betrokken was in deze studie, zei dat zulke gegevens van beeldtechnieken misleidend kunnen zijn. De lange-termijn analyse van deze wielrenners gaf een uniek inzicht dat overduidelijk de waarde van intensieve inspanningen aantoont, zei Dr. Bove. "De boodschap is duidelijk - zelfs het intensiteitsniveau van de Ronde van Frankrijk zal uw leven niet verkorten," zei hij. In de studie werden geen aanpassingen gedaan naar het roken bij wielrenners, maar Dr. Bove zei dat dit "eigenlijk niet relevant" was. "Indien oefening en een verbintenis tot zo'n levensstijl ervoor zorgt dat men stopt met roken, dan is dat een bijkomend voordeel," zei hij.  Prof Hein Heidbuchel (UZ Leuven) ziet dit toch enigszins anders en reageert: "Er zijn zeker gegevens beschikbaar die suggereren dat bij topsporters bepaalde wijzigingen optreden in het hart die kunnen leiden tot een plotse dood. Vandaar uiteraard de vraagstelling in deze studie: leven topsporters langer dan de gemiddelde bevolking? Alleen gaat men hier een beetje kort door de bocht door te stellen dat topsport niet ongezond is omdat deze atleten langer leven." Volgens prof Heidbuchel zijn er een 4-tal effecten die in rekening moeten gebracht worden. "Ten eerste zijn renners die in staat zijn om deel te nemen aan de Ronde van Frankrijk waarschijnlijk van nature gezondere mensen met een langere levensverwachting. Ten tweede  kunnen ze door het fietsen rechtstreeks of onrechtstreeks hun gezondsheidstoestand verbeterd hebben, bijvoorbeeld door anders te gaan eten of te stoppen met roken wat ook kan geleid hebben tot positieve veranderingen zoals bloeddrukdaling bijvoorbeeld. Er zijn dus nog veel bijkomende factoren bovenop hun 'natuurlijke selectie' als topatleet. Ten derde mogen we ook het negatieve aspect van eventuele doping, wat jammer genoeg vaak gepaard gaat met topsport, op de levensverwachting niet uit het oog verliezen. En ten laatste mogen we niet vergeten dat er wel degelijk cardiale veranderingen kunnen optreden bij topsporters die leiden tot plotse dood," zegt hij. Deze positieve en negatieve effecten moeten allemaal samen in rekening gebracht worden. "We kennen echter het relatief aandeel van elk van die effecten niet," gaat de Leuvense cardioloog verder. "Op basis van deze studie kunnen we dus niet besluiten dat sport gezond is. Er zijn voldoende andere studies die dit echter wel aantonen." Is topsport dan ook gezond? "De overlevingscurve in functie van sportintensiteit heeft eerder een U-vorm dan een J-vorm: bij een beetje sport stijgt de levensverwachting, om daarna af te vlakken bij een hogere intensiteit. De curve buigt daarna weer om bij te hoge intensiteit", besluit prof Heidbuchel. De Franse wielrenners in deze studie namen deel aan 2,5  Ronde van Frankrijk en hun mediane leeftijd bij eerste deelname was 25 jaar.


04/09/2013Auteur: Sven DefermBron: Escardio 2013

 

Het mechanisme van gewone lumbalgie gedeeltelijk opgehelderd 

PARIJS 03/07 - Lage gewone lumbalgie is een veel voorkomende ziekte. Nochtans is de anatomische structuur die aan de basis ligt van de pijn ongekend. Daarenboven hebben mensen die lijden aan lage gewone lumbalgie in een derde van de gevallen een regionair pijnsyndroom aan het supero-interne deel van de billen ter hoogte van de darmbeenkam (iliac crest pain, ICS), zonder eenduidige oorzaak. Voor zover het merendeel van de auteurs zeggen dat het gaat om een ziekte van de weke weefsels, bestaan er toch weinig echografische gegevens over deze pathologie. Aangezien aanhechtingspijnen vaak de hoeksteen vormen van musculoskeletale aandoeningen hebben de auteurs van deze Bulgaarse studie ervoor gekozen om de caudale aanhechtingen van  spieren van de wervelkolom (erector spinae) na te kijken met echografie bij patiënten met gelateraliseerde lumbalgie zonder specifieke oorsprong bij een klinisch onderzoek of bij conventionele radiografie en met ICS. Het is inderdaad geweten dat echografie een zeer goed onderzoeksmiddel is voor aandoeningen van de weke weefsels. Vijftien patiënten werden geëvalueerd (5 mannen en 10 vrouwen). De niet-pijnlijke zijde van de patiënten (15 enthesen) en de 2 zijden van 15 controlepersonen die geen pijn vertoonden (30 enthesen), gekoppeld per geslacht, grootte, gewicht en leeftijd deden dienst als controle. Longitudinale en transversale doorsneden van de caudale enthesen van de spinale spieren werden gemaakt voor alle personen met echografie. Hieruit bleek dat de pijnlijke entheses veel dikker waren dan de controlaterale enthesen bij dezelfde persoon (7,38 versus 5,74 mm bij mannen en 7,34 mm vs 5,14 mm bij de vrouwen) en dan de enthesen van de controlepersonen (mannen: 5,85 mm, vrouwen: 5,16 mm). Bovendien kwamen andere echografische tekenen van enthesopathie frequenter voor op de plaatsen met symptomen. Zo was er een hypoechogeniciteit van de pijnlijke enthesen bij 4 op 5 mannen en bij 9 op 10 vrouwen terwijl de niet-pijnlijke controlaterale zijde deze karakteristieken niet vertoonde bij alle mannen en bij 9 van de 10 vrouwen. Zo ook bij de controlepersonen, waar dit enkel voorkwam bij 1 op de 10 enthesen bij de mannen en bij 2 op 20 enthesen bij de vrouwen. Daarenboven werden calcificaties waargenomen ter hoogte van de pijnlijke enthese bij 1 op 5 mannen en bij 2 op 10 vrouwen, terwijl geen enkele calcificatie werd aangetoond bij de niet-pijnlijke controlaterale enthesen of bij de enthesen van de controlepersonen. Tenslotte werden ook corticale onregelmatigheden vastgesteld in het darmbeen bij 3 pijnlijke enthesen op 5 mannen en bij 8 pijnlijke enthesen op 10 vrouwen wat maar zelden voorkwam bij de controlaterale en controle enthesen. De auteurs besluiten dat gewone lumbalgie met ICS mogelijk veroorzaakt wordt door aanhechtingspijn. Bijkomende studies zijn nodig om deze originele hypothese na te gaan.

 

Todorov PT et coll.: Ultrasonographic study of erector spinae caudal enthesopathy could nonspecific low back pain become more specific.
European League Against Rheumatism (EULAR) (Madrid, Spanje : 12-15 juni 2013.
03/07/2013 Auteur: Dr Juliette Lasoudris Laloux Bron: Annual Meeting of European League Against Rheumatism (EULAR) (Madrid, Spain): 12-15 June 2013

 

nieuwe richtlijnen voor de behandeling en de preventie van enkelverstuiking

NEW YORK 02/07 – De nieuwe guidelines voor de behandeling en de preventie van enkelverstuikingen bij atleten adviseren, onder andere, het gebruik van niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAIDs) snel na het trauma, functionele revalidatie eerder dan immobilisatie voor graad I en II verstuikingen, en profylactische enkelondersteuning voor atleten met een voorgeschiedenis van enkelverstuikingen. Dit advies – ondersteund door bewijzen van niveau A of B – staat vermeld in de guidelines  die gepubliceerd werden door The National Athletic Trainer's Association op haar jaarvergadering op 27 juni in Las Vegas. Het guideline panel zet artsen ertoe aan om de hoog gequoteerde guidelines toe te passen in de praktijk. Om letsels te voorkomen, zouden atleten, in het bijzonder deze met hoger risico, om de 3 maanden of langer een evenwichts- en neuromusculaire controle moeten ondergaan – d.i. een andere aanbeveling met bewijsniveau A. Evenwichtstraining, waarbij de atleet bijvoorbeeld op één voet steunt, op zacht schuim staat of op één voet op een trampoline springt, vermindert latere letsels – d.i. een aanbeveling met bewijsniveau A. Andere aanbevelingen met bewijsniveau A of B zijn onder meer:


- Speciale testen zoals de voorste schuifladetest en de inversietest hebben grotere diagnostische accuraatheid 5 dagen na het letsel dan 2 dagen na het letsel (Bewijsniveau B).
- De Ottawa Ankle Rules (OARs) zijn nuttig voor het bepalen van de behoefte aan x-stralen (Bewijsniveau A).
- Magnetische resonantiebeeldvorming (MRI) detecteert op betrouwbare wijze acute scheuren in het ligamentum talofibulare anterius en het ligamentum calcaneofibulare (Bewijsniveau B). Vergeleken met MRI, is diagnostische ultrasound nuttig maar minder accuraat en gevoelig (Bewijsniveau B).
- Artrografie en tenografie zijn ook minder accuraat dan MRI en CT, in het bijzonder indien uitgevoerd 48 uur na een lateraal ligamentair letsel (Bewijsniveau B).
- Na een acuut trauma is MRI zeer gevoelig, specifiek en accuraat om de graad van verwonding aan de syndesmotische ligamenten van de enkel te bepalen (Bewijsniveau B).
-Graad III verstuikingen moeten gedurende minstens 10 dagen geïmmobiliseerd worden met een rigide brace of onderbeen-enkel gips en daarna moet gestart worden met gecontroleerde therapeutische oefeningen (Bewijsniveau B).
- De revalidatie moet onder andere bestaan uit het vergroten van het bewegingsbereik, flexibiliteit en versterking van de omringende spieren (Bewijsniveau B).
- Tijdens de revalidatie en de follow-up van enkelverstuikingen is evenwichtstraining noodzakelijk om recidieven te verminderen (Bewijsniveau A).
- Voordat de patiënt opnieuw mag sporten, moet de functionele performantie van het gekwetste lidmaat minstens 80% van het niet-gekwetste lidmaat bedragen (Bewijsniveau B).


"Dit is de meest uitgebreide verzameling van bewijzen die tot nu toe beschikbaar is," verklaarde Dr. Phillip Gribble, directeur van het Athletic Training Research Laboratory aan de University of Toledo in Ohio, telefonisch aan Reuters Health. "Deze paper biedt artsen enkele solide richtlijnen over de aanpak van het letsel dat momenteel het vaakst wordt gezien in alle sporten. Enkelletsels komen veel meer voor en zijn een veel grotere last voor de gezondheidszorg dan mensen denken," aldus Dr. Gribble. Hij was niet betrokken bij het opstellen van de guidelines, maar hij zat de sessie voor op de NATA conferentie waarin de guidelines werden voorgesteld. De hoge frequentie van enkelverstuikingen en de vooruitgang in de behandeling tijdens de laatste 20 jaar waren de aanleiding voor deze guidelines, verklaarde Dr. Thomas Kaminski, directeur van de dienst atleettraining aan de University of Delaware in Newark, Delaware, die de guidelines taskforce leidde. "Het is verbazingwekkend hoeveel beter we nu zijn in de behandeling, vooral in de preventie," aldus Dr. Kaminski.


02/07/2013 Auteur: Rob Goodier Bron: The National Athletic Trainer's

 

Koudwaterbaden kunnen pijn verlichten, risico’s niet bekend

NEW YORK 21/02 – Een duik nemen in een ton met koud water na een zware inspanning kan spierpijn voorkomen, maar in een nieuw overzichtsartikel wordt gesteld dat er weinig bekend is over de bijwerkingen ervan en over hoelang je in het water moet blijven.
Vorsers zeggen dat er zeer weinig goed onderzoek is uitgevoerd over cryotherapie, hoewel die behandeling zeer in is om spierpijn na een inspanning te voorkomen of te verminderen. "Dat wordt typisch gedaan in de sportgeneeskunde bij elite- en beroepsatleten, maar die praktijk begint zich nu stilaan uit te breiden", zei dr. Chris Bleakley, de eerste auteur van de studie en vorser aan de University of Ulster in Noord-Ierland. Dr. Bleakley et al. hebben de gegevens verzameld van 366 sporters in 17 studies voor hun rapport in de Cochrane Library van 15 februari. De vorsers vonden dat de meeste studies ter zake werden uitgevoerd bij slechts een handvol atleten en slecht waren ontworpen. Bij gebrek aan gegevens konden ze slechts een significante conclusie trekken uit 14 studies waarin een koudwaterbad werd vergeleken met niets doen of gewoon rusten. In die studies werd de proefpersonen gevraagd om na een inspanning in een koudwaterbad te gaan zitten van ongeveer 10 tot 15 °C. Ze bleven ongeveer vijf tot 24 minuten in het bad zitten. De atleten die een koudwaterbad hadden genomen, vertoonden de volgende vier dagen 15% tot 20% minder spierpijn, aldus dr. Bleakley. Maar hij zei Reuters Health ook dat de mensen moeten weten dat alleen de spierpijn verbeterde en dat dat niet betekent dat de spier sterker was. "Het is zuiver een subjectief gevoel van minder spierpijn", zei hij. En zelfs al werd in de studies een zekere verbetering gerapporteerd, dan nog konden de auteurs geen standaardmethode naar voren schuiven. "Als je wil weten wat je nu zou moeten doen, ga je daar geen antwoord op vinden. En waarschijnlijk zal de behandeling verschillen naargelang van de situatie", zei dr. Thomas Best, mededirecteur van Ohio State University Sports Medicine, die niet betrokken was bij het onderzoek. Dr. Best zei aan Reuters Health dat het nieuwe rapport niet leert hoe vaak atleten de behandeling zouden moeten doen, hoelang ze in het koude water zouden moeten blijven en hoelang ze moeten wachten na beëindiging.


Auteur: By Andrew M. Seaman Bron: Cochrane Library 2012

 

Snelle afkoeling haalt weinig uit voor verrokken spieren

NEW YORK 25/06 – Superkoude luchtgolven kunnen goed voelen op overspannen spieren, maar de steeds populairdere vorm van cryotherapie stopt de spierpijn of de afname van de spiersterkte niet, volgens een nieuwe studie.


Andere parameters van spierletsels, zoals zwelling en elektrische activiteit in de spiercel, waren iets verbeterd na snelle afkoeling, maar "globaal is het ondoeltreffend," verklaarde Dr. Gaël Guilhem, hoofdauteur van de studie en onderzoeker aan het National Institute for Sports in Parijs, Frankrijk. Wat atleten willen, aldus Dr. Guilhem, is, "heb ik minder pijn, ben ik sterker?' En het antwoord was, 'neen.'" IJs werd lange tijd gebruikt voor spierletsels. "Het was de standaardbehandeling voor acute en chronische spierletsels sinds de jaren ‘70," verklaarde Dr. Ty Hopkins, professor aan Brigham Young University die niet meewerkte aan de studie. Sindsdien werden de technieken om beschadigde weefsels af te koelen, steeds meer gesofisticeerd; zo zijn er onder meer machines die gebruik maken van pulsen extreem koude lucht om de gekwetste zones snel af te koelen zonder de huid te beschadigen. Dr. Hopkins verklaarde dat deze technieken onlangs aan populariteit wonnen in het kader van pogingen om spierletsels na inspanningen te verminderen. Als de spieren zwaar belast worden, ontstaan er kleine scheurtjes in de spiervezels – waarvan het herstel uiteindelijk resulteert in grotere spieren. Maar onmiddellijk na het acute letsel, voelt de spier zwak, ontstoken en pijnlijk aan. De spieren afkoelen met ijs, kan pijnstillend werken, maar de studies waren het niets steeds eens over de vraag of de praktijk beschadiging van het spierweefsel kan voorkomen. Dr. Guilhem en zijn team vroegen 24 mannen om een spierletsel te creëren in hun arm. De vrijwilligers spreidden herhaaldelijk één arm in gestrekte positie terwijl ze duwden tegen een weerstandstoestel. Na één dag voelden de spieren in de getrainde arm bij alle mannen pijnlijk aan, en de onderzoekers volgden hun toestand op gedurende 2 weken. De helft van de mannen kreeg cryotherapie onmiddellijk na de  zware inspanning en opnieuw één, twee en drie dagen later, terwijl de andere helft geen extra interventie onderging. De behandeling omvatte drie applicaties die elk 4 minuten duurden, van lucht die tot -30°C was afgekoeld. De spiersterkte was in elk van beide groepen verminderd een dag na de inspanning, maar de personen die de afkoeling kregen, ondervonden geen enkel voordeel, rapporteerden de onderzoekers op 5 juni online in The American Journal of Sports Medicine. De spierpijn was maximaal enkele dagen na de inspanning en nam geleidelijk af in de loop van de volgende 2 weken, maar ook op dit vlak gaf de snelle afkoeling van de gekwetste spier geen verschil in de pijn op lange termijn. Eén van de parameters die verschillend was tussen de groepen was de inflammatie, gemeten aan de hand van CRP (C-reactive protein). De CRP spiegels waren constant bij de mannen die cryotherapie kregen, terwijl de mannen die geen cryotherapie kregen, 93% stijging van de CRP spiegels vertoonden 3 dagen na de spierinspanning. Dr. Guilhem en zijn team gebruikten ook elektromyografie om de uitgebreidheid van de spierletsels tijdens de inspanning te meten. "Wat we zagen, is dat de cryotherapie groep zijn spieractiviteit gedurende ongeveer 2 dagen behield," verklaarde Dr. Guilhem aan Reuters Health. Met andere woorden, hoewel de spieractiviteit in beide groepen afnam, behield de cryotherapie groep deze activiteit langer voor de afname. Dr. Guilhem voegde eraan toe dat het verschil tussen de groepen echter zeer klein was en "dat dit geen effect heeft op de spierprestaties." Hoewel cryotherapie niet zo'n groot effect zou hebben in het kader van zware training, wil dit niet zeggen dat ze geen voordelen kan bieden in andere situaties, zoals gewrichtsletsels, verklaarde Dr. Hopkins. Dr. Guilhem verklaarde dat mensen die herstellen van een spierletsel, zich gewoon beter zouden voelen met cryotherapie. Dr. Hopkins gaf toe dat afkoeling op andere vlakken nuttig kan zijn. "Cryotherapie is zeer goed om secundaire letsels te beperken, zwelling en pijn te beperken, en ze heeft geen nadelen," verklaarde hij aan Reuters Health.


25/06/2013 Auteur: Kerry Grens Bron: Am J Sports Med 2013

 

Stamcellen om breuken te behandelen

De herstellende geneeskunde heeft een aanzienlijke vooruitgang geboekt door het gebruik van stamcellen. Aanvankelijk stelden zich een aantal ethische problemen, omdat het ging om embryonale stamcellen, maar vandaag maakt men gebruik van autologe cellen. Dit wil zeggen dat deze cellen uit de patiënt geëxtraheerd worden en na enige tijd opnieuw worden geïnjecteerd. De resultaten van een dergelijk type onderzoek op fracturen werden onlangs gepubliceerd in Molecular Therapy door een Israëlische team. De onderzoekers beschrijven hun techniek waarbij eerst 50 ml beenmerg uit het bekken wordt verwijderd. Ze isoleren de mesenchymale stamcellen en vervolgens mengen ze deze met botmatrix en plasma van de patiënt. Deze mengeling wordt daarna opnieuw geïnjecteerd op de plaats van de breuk. De op deze wijze behandelde breuken waren laesies die zich moeilijk herstellen. Dankzij de Israelische techniek herstelt de breuk zich 3 tot 4 maal sneller dan gebruikelijk. Bij 24 opeenvolgende patiënten met distale scheenbeenfracturen, die er om bekend staan dat ze zich moeilijk consolideren, genazen de breuken na anderhalve maand bij patiënten behandeld met stamcellen, en na drie maanden in de controlegroep. Tot dusver werden geen bijwerkingen waargenomen. Echter, er is weinig bekend over de betrokken mechanismen, zoals werd opgemerkt in een recent artikel in hetzelfde tijdschrift. Dit vereist dat studies worden uitgevoerd om meer duidelijkheid te scheppen.


bron: MediPlanet  26/06/2013

 

Beweging volstaat om vet te verminderen bij mensen met diabetes type 2

LEIDEN 26/06 - Mensen met diabetes type 2 verliezen vet wanneer ze wekelijks een aantal uur bewegen. Het vetverlies is echter niet gelijkmatig over het lichaam verdeeld, schrijven onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) in het vaktijdschrift Radiology.


De onderzoekers wilden weten of lichaamsbeweging volstaat om de hoeveelheid vet in het lichaam te verminderen. Daarom werd twaalf mensen met diabetes type 2 een bergexpeditie in het vooruitzicht gesteld. Zij trainden hiervoor wekelijks drie tot zes uur in een sportschool. De deelnemers, die gemiddeld 46 jaar waren, werd verzocht om hun eetpatroon niet aan te passen. Daar hielden zij zich aan, bleek uit een eetdagboek dat zij bijhielden. Met MRI-scans werd de hoeveelheid vet in het lichaam van de deelnemers zes maanden gevolgd. "Mensen verloren door het trainen gemiddeld 5 procent van hun lichaamsgewicht. De vermindering van de hoeveelheid vet was op sommige plekken veel groter" ,vertelt prof. Hildo Lamb van de afdeling Radiologie van het LUMC. De vetreductie was het grootst in de buik, lever en rond het hart. Terwijl de hartspier en een beenspier geen vetverlies lieten zien. "Juist de vermindering van vet in de buik en lever is belangrijk, omdat dit vet geassocieerd is met hart- en vaatziekten. We zagen de leverfunctie van de deelnemers ook verbeteren. We hebben dit nu bij een kleine groep laten zien. In de toekomst hopen we in staat te zijn om te voorspellen welke strategie het beste is voor een patiënt: lichaamsbeweging, dieetverandering, medicatie, een operatie of een combinatie", aldus Lamb.  


26/06/2013 Auteur: MM Bron: Persbericht LUMC

 

 

Sugar water injections may help ease knee pain

NEW YORK (Reuters Health) - Knee pain appears to decrease up to one year after "prolotherapy," a series of sugar water injections at the site of the pain, according to a new study.


Previous research on the therapy had suggested positive effects, but that research was plagued by flaws. The new report may be more reliable, according to Dr. John D. Loeser, a pain specialist and professor emeritus at the University of Washington in Seattle. "This is a well-performed clinical trial that deals with many of the issues that have clouded prior reports of prolotherapy," Dr. Loeser, who was not involved in the study and has spoken out against the practice in the past, told Reuters Health in an email. Knee osteoarthritis is common, especially among people over 65, but no single therapy has proven particularly beneficial. In prolotherapy, which costs $200 to $1000 per session and is not covered by Medicare, small amounts of solution are injected at multiple painful ligament and tendon locations in the knee over several sessions. The hope is that a new minor irritation will stimulate the body to repair both old damage and new. "The idea is to stimulate a local healing reaction," lead author Dr. David Rabago from the University of Wisconsin in Madison told Reuters Health. Dr. Rabago and his colleagues divided 90 people with knee osteoarthritis, ages 40 to 76, into three groups: one got sugar-water prolotherapy injections, another got salt-water placebo injections, and the third was instructed in at-home exercise and received no injections. The first two groups got injections at least three times, sometimes more if they asked for it, over 17 weeks, and were followed for one year. The sugar water group reported better knee function, improving 16 points on a 100-point scale of osteoarthritis severity, compared to 5 points for saline and 7 points for the exercise group. The sugar water group also reported less frequent and less severe pain, improving 14 points on the same scale, at one year, while the salt water and exercise groups improved 7 points and 9 points, respectively. One of the things that has held back previous studies of prolotherapy is the difficulty of mimicking the injections for a sham group. "The best one can do is 'control' for those effects by testing an agent against a similar treatment and varying only one thing, which is what we did," Dr. Rabago said. But since the salt water group and the exercise-only groups had similar results, the benefit was probably not a placebo response, Dr. Loeser said. "This study yields results that are more favorable than other carefully controlled studies of prolotherapy in other regions," Dr. Loeser said. But there are a lot of questions to answer before this becomes widely adopted, he cautioned. "Certainly, additional studies are needed before one accepts prolotherapy as standard treatment for knee OA," Dr. Loeser said. Researchers don't yet know how long the pain benefit will persist after one year. But Dr. Rabago said, "These results support its use as routine care for knee OA in patients who have not improved with more conservative measures." The study was reported May 1st online in Annals of Family Medicine.


25/05/2013 Auteur: Kathryn Doyle Bron: Ann Fam Med 2013.

 

Injecties bij lage rugpijn werken niet of nauwelijks

Hoewel artsen nog vaak injecties toedienen bij lage rugpijn, blijken die niet of nauwelijks te werken. Dat schrijven onderzoeker Bart Staal van het UMC St Radboud en collega’s uit Maastricht in het gezaghebbende Journal of the American Medical Association (JAMA).

 

Uitbraak hersenvliesontsteking door corticosteroïde injecties

De Verenigde Staten werden eind vorig jaar opgeschrikt door een ernstige uitbraak van hersenvliesontsteking. Onderzoek wees uit dat die uitbraak werd veroorzaakt door corticosteroïde injecties, onder meer tegen lage rugpijn. De medicijnen waren bij de producent vervuild geraakt met een schimmel die bij diverse patiënten leidde tot meningitis. Bijna vijftig mensen zijn inmiddels aan de uitbraak overleden.
De enorme publiciteitsgolf heeft in Amerika geleid tot extra aandacht voor de behandeling van lage rugpijn. Maar liefst twee procent van alle artsbezoeken in Amerika heeft te maken met lage rugpijn, waarmee de aandoening de top vijf haalt van voornaamste redenen voor het bezoeken van een arts.

 

Een niet-invasieve behandeling heeft de voorkeur
De gezondheidskosten voor patiënt en maatschappij zijn hoog. Naar aanleiding van de Amerikaanse uitbraak heeft dr. Bart Staal, onderzoeker bij IQ Healthcare in het UMC St Radboud, samen met enkele collega's van de Universiteit Maastricht een artikel geschreven in JAMA over de werkzaamheid van de behandeling. Staal: "Hoewel injectietherapie in de VS maar ook in Europa nog vaak wordt toegepast, bestaat er weinig tot geen bewijs voor die behandeling. We hebben voor de Cochrane Collaboration in 2008 een systematische vergelijking gemaakt van vrijwel al het onderzoek naar injectietherapie. Ook daarna is er nog een soortgelijk onderzoek verschenen. In beide gevallen was de conclusie dat er niet of nauwelijks bewijs is voor de werking van de injecties. Een niet-invasieve behandeling heeft over het algemeen de voorkeur, met ontstekingsremmers in de acute fase en voor de chronische fase kun je denken aan oefentherapie onder begeleiding van een fysiotherapeut of een multidisciplinaire behandeling."

 

Injecties nuttig voor specifieke patiëntengroepen
Staal sluit niet helemaal uit dat een injectie voor een specifieke patiëntengroep met lage rugpijn toch nuttig kan zijn, maar door de enorme variatie in injectietherapie valt daar tot dusver weinig over te zeggen. "Afhankelijk van de pijn wordt de injectie niet alleen op verschillende plaatsen toegediend", zegt Staal, "maar ook de dosis en het middel - corticosteroïden, pijnstillers zoals NSAID's, morfine, benzodiazepines - kunnen sterk variëren. Verder zien we een grote bandbreedte in diagnoses en de veronderstelde oorzaak van de pijn. Alleen als die verschillende factoren in komende studies beter worden meegenomen, krijgen we daar meer inzicht in."

 

Bron: Persbericht UMC St Radboud

 

Gonartrose: het beste schoeisel

PARIJS 04/04 - Onder de risicofactoren voor gonartrose komen die met een « mechanisch » karakter het meeste voor : obesitas, afwijkingen in de as van de onderste ledematen, voorafgaandelijk trauma... Los van de farmacologische behandeling moeten ook deze factoren gecorrigeerd worden. Gewichtsverlies en inlegzolen hebben bijvoorbeeld hun efficiëntie reeds bewezen, net zoals het dragen van bepaalde schoenen.


Het beste schoeisel is datgene wat de manier van adductie van de onderste ledematen gunstig wijzigt om te komen tot een verminderde spanning op het mediale compartiment.
De auteurs hebben 3 types van schoeisel onderzocht: blote voeten, gewone schoenen, en aangepaste schoenen met een zijdelingse verbreding van de zool, wat leidt tot een valgisatie van het onderste lidmaat. Deze methoden werden bestudeerd bij 90 patiënten onderverdeeld in 3 groepen van 30 : personen die lijden aan symptomatische gonartrose met radiografische tekenen, personen zonder radiografische gonartrose maar met overgewicht (BMI groter dan 25 kg/m²), en asymptomatische personen met een normaal gewicht. Alle personen waren ouder dan 40 jaar.
Samen met de evaluatie van het pijnniveau door middel van een Visuele Analoge Schaal (VAS) en de Western Ontario and McMaster Universities Arthritis Index (WOMAC), werd het stappen geanalyseerd in 3D wat toeliet om het moment van adductie en flexie van onderste lidmaat te berekenen, en de impact ervan op de belasting van het mediale compartiment.
De aangepaste schoenen verminderden het moment van adductie van de knie van de personen met overgewicht (p = 0,03) of lijders aan gonartrose (p = 0,002). Voor deze laatsten waren de aangepaste schoenen gelijkwaardig aan het stappen op blote voeten. Deze schoenen leidden tot een vermindering van het adductiemoment met 7,9 ± 8,9 % in geval van gonartrose, en van 4,7 ± 5,4 % voor de personen met overgewicht. Opmerkelijk, er was geen enkel verschil in het flexiemoment en er was geen significant verschil in de pijnscore met VAS of WOMAC.
Alles bij elkaar bevestigt deze studie dat het mogelijk is om een gunstig effect te bekomen op het adductiemoment en op de spanning op het mediale compartiment van een knie met artrose of die lijdt onder gewichtsoverbelasting door een ad hoc schoeisel. Deze aanpassing gaat niet gepaard met een verbetering functioneel niveau en van de pijn, maar een verdere evaluatie zou nuttig kunnen zijn omdat het mogelijk is dat de verminderde spanning een laattijdig gunstig effect kan hebben op de symptomen en misschien op de structurele evolutie van de gonartrose.


04/04/2013 Auteur: Dr Laurent Laloux Bron: Jim.fr

 

Onderzoeksproject met hartslagmeter en smartphone wil bejaarden meer laten bewegen

ANTWERPEN 04/04 - In het woonzorgcentrum Gravenkasteel in Sint-Amands starten 40 bewoners deze week met de testfase van 'Fit-4-Life 65+', een onderzoeksproject van BioRICS (KU Leuven) en de Vlaamse onderzoeksorganisatie VITO dat de gezondheid van senioren op peil wil helpen houden.

 

De bejaarden zullen drie maanden lang een hartslagmeter dragen en een smartphone die de hartslag en het bewegingspatroon registreert. Die gegevens worden automatisch naar de onderzoekers gestuurd, die ze zullen analyseren en wekelijks een gedetailleerd overzicht van de fysieke toestand van de deelnemers bezorgen aan de kinesitherapeuten van het woonzorgcentrum.

De tussentijdse resultaten zouden de bejaarden moeten aanzetten tot meer beweging. "De helft van de deelnemers zal deelnemen aan specifieke oefeningen, terwijl de rest enkel gemonitord wordt en geen extra beweging van ons krijgt", zegt Rudi Veekhoven van Soprimat, beheerder van woonzorgcentra. "De bedoeling is onder meer dat ook wie geen oefeningen krijgt, toch op eigen initiatief meer aan beweging gaat doen wanneer hij of zij de resultaten ziet."

Bij aanvang en het einde van de testfase brengen de onderzoekers ook de algemene gezondheidstoestand van elke deelnemer in kaart. Ze voeren daarbij een aantal nieuwe technieken en tests uit zoals het op basis van een foto van het netvlies inschatten van de gezondheid van de kleinste bloedvaten van het hart- en bloedvatenstelsel.

De eindresultaten van het onderzoek worden in september verwacht en moeten leiden tot innovatieve oplossingen die de kosten in de verzorgingssector drukken en de zelfredzaamheid van senioren verhoogt.

 

04/04/2013 Auteur: GEL Bron: Belga

 

Nagebootst menselijk weefsel redt kraakbeen

TWENTE 04/04 - Meer dan één miljoen mensen in Nederland lijden aan pijnlijke gewrichten. Dit komt door de slijtage van kraakbeen onder andere veroorzaakt door trauma’s, ouderdom of ziektes zoals osteoartritis. Onderzoeker Jos Wennink van de Universiteit Twente onderzocht voor zijn promotie een manier om het kraakbeen te herstellen door middel van nieuwe injecteerbare materialen.

 

Om de pijn bij pijnlijke gewrichten te verminderen en herstel en groei van kraakbeen op gang te helpen worden er meestal medicijnen gegeven met vaak vervelende bijwerkingen. Om deze bijwerkingen tegen te gaan is getracht om deze medicijnen lokaal in de gewrichten toe te dienen. Echter, de medicijnen worden door bloedvaten snel weg getransporteerd van het gewricht nog voordat ze hun werking hebben gedaan. Regelmatig wordt de pijn zo erg dat besloten wordt om het gewricht te vervangen met een metalen knie-implantaat. Deze operaties kosten veel geld en zijn vaak tijdelijke oplossingen.

 

Kraakbeencel maakt nieuw kraakbeenweefsel

Wennink vond een manier om het kraakbeen te herstellen door middel van nieuwe injecteerbare materialen. Deze materialen, een vloeistof buiten het lichaam, vormen na injectie hydrogelen door een enzymatische reactie of fysische interactie. Hydrogelen zijn materialen die grote hoeveelheden water kunnen vasthouden en daardoor de eigenschappen van menselijk weefsel hebben. Omdat het een vloeistof buiten het lichaam is kunnen er eenvoudig medicijnen of kraakbeencellen in gemengd worden die vervolgens geïnjecteerd worden. "Aangetoond is dat de ontwikkelde hydrogelen de kraakbeencellen stimuleren tot het aanmaken van nieuw kraakbeenweefsel dat specifiek in gewrichten voorkomt. Tijdens de aanmaak van nieuw kraakbeenweefsel nemen de hydrogelen langzaam af waardoor er op den duur alleen kraakbeenweefsel achterblijft. Omdat deze materialen op de plek van het defect een gel vormen, vullen zij het defect goed en is het mogelijk om de behandeling arthroscopisch (een minimaal invasieve techniek om in het gewricht te kijken en letsel te behandelen) uit te voeren," vertelt Jos Wennink.

 

Einde knie-implantaat in zicht
Op termijn is het dus mogelijk om de vaak dure metalen knie-implantaatoperaties, met risico's voor infecties, te vervangen voor een gesloten knie- operatie waarbij het materiaal geïnjecteerd wordt met een spuit. De geïnjecteerde hydrogel start het herstel en de groei van nieuw kraakbeen wat voor een permanente oplossing zorgt bij de patiënt.

 

05/04/2013 Auteur: MM Bron: Universiteit Twente

 

 

Exercise as good as massage for sore muscles

NEW YORK (Reuters Health) - The aches and pains people suffer after exercising more than usual can be relieved just as well by more exercise as by massage, according to a new study.

 

"It's a common belief that massage is better, but it isn't better. Massage and exercise had the same benefits," said Dr. Lars Andersen, the lead author of the study and a professor at the National Research Center for the Working Environment in Copenhagen. Earlier research has shown that massage can offer some relief from work-out soreness. To see how well light exercise compares, Dr. Andersen and his colleagues asked 20 women to do a shoulder exercise while hooked up to a resistance machine. The women shrugged their shoulders while the machine applied resistance, which engaged the trapezius muscle between the neck and shoulders. Two days later, the women came back to the lab with aching trapezius muscles. On average they rated their achiness as a five on a 10 point scale, up from 0.8 before they had done the shoulder work-out. Then the women received a 10-minute massage on one shoulder and did a 10-minute exercise on the other shoulder. Some women got the massage first, while others did the exercise first. The exercise again involved shoulder shrugs; this time the women gripped an elastic tube held down by their foot to give some resistance. (Hygenic Corporation, which makes the tubing used in the study, supported the study.) Andersen's group found that, compared to the shoulder that wasn't getting any attention, massage and exercise each helped diminish muscle soreness. The effect peaked 10 minutes after each treatment, with women reporting a reduction in their pain of 0.8 points after the warm up exercise and 0.7 points after the massage. "It's a moderate change," said Dr. Andersen, whose study appeared March 21st in the Journal of Strength and Conditioning Research. He said he expects that athletes would notice the difference, however. "I think that for athletes...by reducing soreness then they're able to perform better, but we didn't measure this. But if you are sore your movements are very stiff," he said. Dr. Andersen would like to see future studies track whether warming up the muscles to relieve soreness does indeed impact how well athletes perform. The study suggests that "maybe (massage or exercise) has some benefit for individuals prior to an activity, even though the benefit may be short-lasting," said Jason Brumitt, of the School of Physical Therapy at Pacific University, who was not involved in the research. It's not clear how massage or exercise would relieve soreness, but Brumitt said that it's thought that they help to clear out metabolic byproducts associated with tissue damage. Andersen recommends that people try light exercise to ease their pain. The effect is moderate, and only offers temporary relief, but the benefit of using exercise, Dr. Andersen said, is that it doesn't require a trained therapist or travel time. "If people go out and exercise and get sore they can find some relief in just warming up the muscles," he said.

 

12/04/2013 Auteur: Kerry Grens Bron: Journal of Strength and Conditioning Research 2013

 

Artrose mogelijk te bestrijden met cholesterolmedicatie

ANTWERPEN 19/11 - Onderzoeker Universiteit Antwerpen vindt aanwijzingen dat cholesterolverlager schade aan kraakbeen voorkomt Artrose mogelijk te bestrijden met cholesterolmedicatie


Er zijn veelbelovende aanwijzingen dat cholesterolverlagende middelen als statines en fibraten kunnen worden toegepast om artrose te voorkomen of tot stilstand te brengen. Dat blijkt uit onderzoek van de Vlaamse orthopeed Stefan Clockaerts, die drie jaar onderzoek deed in het Rotterdamse Erasmus MC en binnenkort doctoreert aan de Universiteit Antwerpen.

Clockaerts maakte onder meer gebruik van medische informatie afkomstig uit het Ergo-onderzoek, dat al sinds 1990 loopt in de Rotterdamse wijk Ommoord. Zijn onderzoek vond plaats onder auspiciën van de afdelingen Orthopedie, Epidemiologie en Huisartsgeneeskunde van het Erasmus MC-onderzoek.
De ontdekking van Clockaerts begon met het bewijs dat vetweefsel in het kniegewricht bijdraagt aan deze ontstekingsprocessen. Zogeheten knievet scheidt ontstekingsstoffen uit, die het kraakbeen beïnvloeden. Komt knievetweefsel bovendien in de buurt van een bestaande ontsteking, dan produceert het knievet nog meer van deze stoffen.
Vervolgens testte Clockaerts door middel van weefselonderzoek of lipide- ofwel vetverlagende middelen als statines en fibraten ervoor zorgden dat het knievet zou stoppen met de productie van deze ontstekingsstoffen. Dat bleek het geval. Bovendien werd getest wat het effect van fibraten was op kraakbeenweefsel en het weefsel van het slijmvlies dat de gewrichten omkapselt. Dat effect bleek gunstig te zijn.
In het Rotterdamse Ergo-onderzoek keek hij vervolgens of artrose significant veel minder vaak voorkomt bij mensen die statines slikten, bijvoorbeeld vanwege een te hoog cholesterol-gehalte. Ook dat bleek het geval.
Dit betekent volgens Clockaerts dat mag worden aangenomen dat statines en fibraten mogelijk een positieve bijwerking hebben, namelijk dat zij artrose kunnen voorkomen of tot stilstand brengen. ,,Voordat deze middelen echter in de praktijk kunnen worden toegepast op –potentiële- patiënten met artrose, is een gedegen dubbelblind klinisch onderzoek nodig, waarbij de ene helft van de patiëntengroep een placebo krijgt en de andere helft statines,'' verklaart Clockaerts. ,,Vervolgens zullen we kijken of de huidige vermoedens echt worden bevestigd.''
Op 22 februari 2013 promoveert Clockaerts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij op de Departementen Orthopedie en Reumatologie aan het eerste deel van zijn onderzoek werkte.

 

19/11/2012 Bron: Persberciht Universiteit Antwerpen

 

 

Michel D'Hooghe: "Pijnstillers grootste probleem in voetbal"

BRUSSEL 22/03 - De medische commissie van de Wereldvoetbalbond is ongerust over de opmars van het gebruik van pijnstillers. "Niet doping, maar het misbruik van medicatie is het grootste probleem in het voetbal", aldus Michel D'Hooghe, voorzitter van de medische commissie, in de vrijdageditie van Het Laatste Nieuws. "Het meest zorgwekkende is dat het probleem zich begint te manifesteren in de jeugdreeksen".


De FIFA wijt het overmatig gebruik van medicatie aan een te drukke voetbalkalender. Volgens de medische commissie kan een gemiddelde voetballer ongeveer zestig matchen per seizoen aan, maar veel spelers komen aan een veel hoger totaal. De pijn en kleine blessures die met overbelasting gepaard gaan, proberen voetballers te maskeren met pijnstillers en ontstekingsremmers.
"De medicijnen zorgen ervoor dat je minder pijn ervaart op het veld, waardoor je dieper kan gaan, maar eigenlijk maakt een voetballer de situatie zo alleen maar erger. Pijn is een alarmsignaal van het lichaam. Wie dat signaal negeert, is ongezond bezig. We zijn ondertussen al zover gekomen dat spelers soms niet eens kunnen spelen zónder de pillen".
De FIFA weet dat op het WK voor min-17-jarigen van twee jaar geleden in Mexico liefst één op vier spelers pijnstillers slikte. Ook bij volwassenen is de trend stijgend. Lag het percentage van spelers die voetballen met pijnstillers op het WK 2006 nog op 29%, dan was dat vier jaar later in Zuid-Afrika al geklommen tot 35%. "Op dat WK was er zelfs een ploeg waarvan 21 van de 23 spelers medicatie nodig hadden. Dat is zorgwekkend."

 

22/03/2013 Auteur: SPJ Bron: Belga

 

Kortsluiting in de hersenen veroorzaakt chronische pijn

ANTWERPEN 04/03 - Uit doctoraatsonderzoek blijkt dat sommige vormen van chronische pijn bij violisten en whiplashpatiënten veroorzaakt worden door een kortsluiting in de hersenen. Dat meldt de Universiteit Antwerpen maandag in een persbericht.


Om te kunnen bewegen, plannen en sturen onze hersenen continu onze bewegingen, gebaseerd op informatie uit ogen, evenwichtsorganen, spieren en gewrichten. Wanneer die informatie niet overeenkomt met wat onze hersenen voorspelden, kan ons lichaam zichzelf corrigeren, maar soms ontstaat er een conflict tussen wat werd voorspeld en werkelijk werd uitgevoerd. Dat kan pijn en andere symptomen tot gevolg hebben. "Je kan het vergelijken met wagen- of reisziekte. Die ontstaat als gevolg van een conflict tussen ogen en evenwichtsorgaan, " legt doctoraatsstudent Liesbeth Daenen uit.
"Sommige violisten krijgen na een tijd last van onverklaarbare symptomen zoals stijfheid, tintelingen en krampen, iets wat de carrière van de musicus soms ernstig kan hinderen, " vervolgt Daenen. "Het onderzoek wees uit dat violisten met bepaalde klachten een toename van de bestaande symptomen ervaren tijdens het uitvoeren van een taak waarin een bewegingsconflict werd uitgelokt."
Whiplashpatiënten krijgen dan weer aanhoudende klachten zoals hoofd- en nekpijn, maar ook concentratie- en slaapstoornissen. Het doctoraatsonderzoek toont aan dat zij bewegingen anders verwerken, met pijnklachten tot gevolg. Bij sommige patiënten werken ook pijndempingsmechanismen niet meer goed. Het onderzoek biedt volgens Daenen een aanzet tot betere preventie en een meer gerichte behandeling bij violisten. Het ziektebeeld bij whiplashpatiënten wordt duidelijker en bepaalde therapieën kunnen tot een verbeterde gezondheidstoestand leiden.

 

04/03/2013 Auteur: LRT Bron: Belga

 

Ronde van Frankrijk introduceert rOntgenfoto's bij ritaankomsten

PARIJS 01/03 - Bij aankomst van iedere etappe in de komende Ronde van Frankrijk zal een voertuig staan dat uitgerust is met het materiaal om onmiddellijk röntgenfoto's te maken. Dat maakte Tour-organisator Amaury Sport Organistion (ASO) vrijdag bekend.


Tot nu moesten de renners die het slachtoffer geworden waren van een valpartij, zich naar de spoeddienst van de lokale ziekenhuizen begeven. Daar kregen ze dan informatie over de ernst van hun blessures.
"Dit nieuwe systeem wordt al gebruikt bij enkele BMX-wedstrijden", verklaarde koersdirecteur Jean-François Pescheux. "Het zal renners toelaten informatie te bekomen zonder wachttijd. De spoeddiensten van de ziekenhuizen zullen bovendien niet overbelast worden. In het algemeen zal er een aanzienlijke tijdwinst zijn."
Pescheux meldde nog dat het systeem het voorbije jaar in verschillende ritten van de Ronde van de Toekomst is getest.

 

01/03/2013 Auteur: DTC Bron: Belga

 

ParkinsonNet stimuleert parkinsonpatient om meer te gaan bewegen

Maa, 04/03/2013 - 09:54 — KTHLNdmn003


Parkinsonpatiënten die worden gestimuleerd om meer te bewegen worden fitter zonder dat het aantal valincidenten toeneemt. Dat schrijven de Nederlandse onderzoekers Marlies van Nimwegen en Arlène Speelman in een artikel in de British Medical Journal. Beide onderzoekers van het UMC St Radboud promoveren op 6 maart op onderzoek naar de effecten van sporten bij Parkinsonpatiënten.
Bijna zeshonderd mensen met Parkinson namen deel aan de ParkFit studie. De patiënten werden door het lot verdeeld over een groep die alleen gespecialiseerde fysiotherapie kreeg en een groep die (naast deze gespecialiseerde fysiotherapie) ook werd gestimuleerd om meer te gaan bewegen (het ParkFit programma). Alle patiënten werden gedurende twee jaar begeleid. Het onderzoek laat geen verschil zien in de hoeveelheid dagelijkse activiteit van beide groepen patiënten. Wel blijkt dat patiënten in de ParkFit groep vaker sporten, dat zij fitter zijn en dat dit veilig was, dus zonder een toename van valincidenten. Op basis van het onderzoek adviseert de landelijke organisatie van gespecialiseerde Parkinson zorgverleners (ParkinsonNet) aan Parkinsonpatiënten om méér te gaan bewegen als dat mogelijk is. Om valincidenten te voorkomen is het belangrijk dat de patiënt daarbij goed wordt begeleid, bijvoorbeeld door een ParkinsonNet fysiotherapeut. Vanuit het UMC St Radboud is vervolgonderzoek opgezet om met intensievere trainingsvormen te kijken naar de effecten van sporten op het brein van Parkinson patiënten.

 

bron: MediPlanet 04-03-2013

 

Populaire gewrichtssupplementen werken niet, volgens een studie

LONDON 28/09 – Twee supplementen die miljoenen mensen innemen voor gewrichtpijn, werken niet en zouden niet mogen terugbetaald worden door de gezondheidsautoriteiten of de verzekeraars, volgens een studie van Zwitserse wetenschappers.

 

De supplementen, glucosamine en chondroïtine, worden ingenomen alleen of in combinatie om de pijn als gevolg van artrose in de heupen en de knieën te verminderen.

Maar in een review van studies die betrekking hadden op 3803 patiënten met knie- of heupartrose, vonden de Zwitserse onderzoekers dat er "geen klinisch relevant effect" bestond van chondroïtine, glucosamine, of de combinatie van beide op de waargenomen gewrichtspijn.

"De gezondheidsautoriteiten en verzekeringsinstellingen zouden de kosten van deze preparaten niet mogen dekken, en nieuwe voorschriften bij patiënten die de behandeling nog niet gekregen hebben, moeten afgeraden worden," verklaarde Dr. Peter Juni van de Universiteit van Bern; zijn studie werd vrijdag gepubliceerd in de British Medical Journal.

Het team van Dr. Juni verklaarde dat artsen de laatste 10 jaar steeds meer glucosamine en chondroïtine voorschreven aan hun patiënten, en mensen met gewrichtspijn kopen ze ook zonder voorschrift.

Volgens hun onderzoek bedroeg de globale verkoop van glucosamine supplementen bijna 2 miljard dollar in 2008 – een stijging met ongeveer 60% sinds 2003.

De onderzoekers analyseerden 10 vroeger gepubliceerde studies en evalueerden de gegevens in verband met de verandering van de pijnniveaus nadat de patiënten glucosamine, chondroïtine, of een combinatie hadden ingenomen, in vergelijking met placebo.

"In vergelijking met placebo, konden glucosamine, chondroïtine en hun combinatie de pijn niet verminderen en ze hadden geen invloed op de vernauwing van de gewrichtsspleet," noteerden ze.

De wetenschappers noteerden dat, ondanks deze bevinding, sommige patiënten ervan overtuigd waren dat de supplementen werkten. Ze verklaarden dat dit te wijten zou kunnen zijn aan het natuurlijk fluctuerend verloop van artrose of een placebo-effect, dat bijzonder uitgesproken kan zijn voor pijn.

 

Door Kate Kelland

28/09/2010 Auteur: Gilbert Bejjani Bron: BMJ 2010; 341:c4675.

 

 

Steroidinjecties voor tenniselleboog kunnen schadelijk zijn en niet helpen

NEW YORK 06/02 – Cortisoninjecties genezen enniselleboog niet beter dan een zoutoplossing, volgens een nieuwe studie – en ze zouden het herstel eigenlijk kunnen vertragen.
Enkele weken na de injecties meldde de cortisongroep minder pijn en invaliditeit dan de placebogroep. Maar een jaar later bleven de patiënten die behandeld werden met cortison, achter op de placebogroep in hun kans op volledig herstel.

 

"Dit bevestigt absoluut dat steroïdinjecties niet zo een goed idee zijn," verklaarde Dr. Allan Mishra van Stanford University in Menlo Park, California.

"Dit is belangrijk, omdat mensen denken dat het in orde is als ze een cortisoninjectie krijgen (voor tenniselleboog) maar het is niet in orde. Op lange termijn ondervind je de nadelen op het vlak van het herstel," verklaarde Dr. Mishra, die onderzoek voerde naar de behandeling van tenniselleboog maar die niet betrokken was bij de nieuwe studie, aan Reuters Health.

Afgelopen maand toonde een studie in Denemarken aan dat noch steroïdinjecties, noch plaatjesinjecties de pijn en het functioneren bij mensen met laterale epicondylitis, of tenniselleboog, meer verbeterden dan zoutinjecties, gedurende een periode van 3 maanden (zie verslag Reuters Health van 22 januari 2013).

Onderzoekers hadden er toen voor gewaarschuwd dat de follow-up periode van de studie kort was en dat de resultaten er anders zouden kunnen uitzien 6 maanden of 1 jaar na de injecties.

Door de patiënten langer op te volgen, brengt het nieuwe rapport meer duidelijkheid over de mogelijke peesschade op lange termijn die veroorzaakt kan zijn door cortisoninjecties, noteerde Dr. Mishra.

Dr. Bill Vicenzino van de University of Queensland in Australië en zijn team randomiseerden 165 volwassenen met tenniselleboog voor één van vier behandelingsgroepen: cortisoninjecties met fysiotherapie, placebo-injecties met fysiotherapie, cortisoninjecties zonder fysiotherapie en placebo-injecties zonder fysiotherapie.

Na één jaar was er geen verschil in pijn of functioneren, op basis van het feit of de patiënten de acht sessies van de voorgeschreven behandeling hadden gekregen.

Van de patiënten die een cortisoninjectie hadden gekregen, rapporteerde 83% een volledig herstel na één jaar, in vergelijking met 96% van deze die een placebo-injectie hadden gekregen, volgens de resultaten die dinsdag werden gepubliceerd in de Journal of the American Medical Association.

Er was ook meer kans op recidiverende symptomen in de cortisongroep. Het onderzoeksteam berekende dat één persoon meer een recidief zou gehad hebben per 2 of 3 personen behandeld met een cortisoninjectie in plaats van een zoutinjectie.

"Deze gegevens ondersteunen niet de klinische praktijk om corticosteroïdinjecties te gebruiken om de actieve revalidatie te vergemakkelijken," noteerde het studieteam.

Dr. Mishra verklaarde dat de onderzoekers zoeken naar betere behandelingen om de oorzaak van tenniselleboog aan te pakken, zoals een verzwakking van collageen in de pees. Een mogelijke optie zijn injecties van plaatjesrijk plasma, maar "maar we zijn nog niet zover," noteerde hij.

Vele gevallen van tenniselleboog verdwijnen spontaan met de tijd en/of met standaard stretchoefeningen, aldus Dr. Mishra.

"Ik denk dat oefeningen thuis wellicht volstaan om dit te behandelen," vertelt hij aan zijn patiënten. "Je bent beter af dan met een cortisoninjectie. Hiermee kan je beginnen en het is zelfs mogelijk dat je geen fysiotherapie nodig hebt."

Dr. Vicenzino reageerde niet tijdig voor de publicatie van dit verslag op een vraag naar commentaar.

 

06/02/2013 Auteur: Genevra Pittman Bron: JAMA 2013.